Kistemaker NetWerk

 
Delen :


rss

Intro Mantel-boek (Westfriese geslachten XIII uit 1976)

Andijk.

Het zal vele lezers interesseren, waar de "bakermat" van de familie Mantel ligt. Andijk is een dorp aan de Zuiderzeedijk, tussen Enkhuizen en Medemblik. Zowel burgerlijk als kerkelijk behoorde het vanouds tot de stede Grootebroek. Het land in de polder "het Grootslag" was bannegewijs verdeeld in lange stroken van Zuid tot Noord en de dijk heette dus de "Noorderdijk". Nu was Grootebroek vanaf Andijk moeilijk te bereiken. Het kon per wagen (bovendijks) over Enkhuizen of langs een omweg over Westwoud, want de Tolweg naar Hoogkarspel was er toen nog niet. De kortste weg was daarom per schuit, maar met tegenwind was dat ook geen pretje...........

Geen wonder dat er in 1666 geklaagd werd over een moeilijke kerkgang! Met hulp van Enkhuizen en Hoorn werd in 1667 een eigen kerkje gesticht, heel eenvoudig, geen toren, geen klok, weinig meer dan een schuur met kerkramen. Er werden honderd leden overgeschreven naar de nieuwe kerk, 42 van Grootebroek en 58 van Lutjebroek, niet vele rijken, niet vele edelen. Nog geen 50 gezinnen. Bij die 42 van Grootebroek waren ook Pieter Sijmensz Mantel en Griet Pieters "in de helling". Onze stamvader was dus schuitenmaker en hij zal in zijn leven verscheidene schuiten en veepramen gemaakt hebben. Waar kwam hij vandaan? hij wordt dadelijk Mantel genoemd, terwijl veel mensen in die tijd nog geen familienaam hadden. Ondanks de meest ijverige nasporingen hebben wij verder terug geen Mantel kunnen vinden..........

Andijk was toen nog maar klein. Het aantal inwoners zal plm. 250 geweest zijn. Nog in 1732 heet Andijk "een gehucht met een kerkje voorzien". Al hoe trots de Andijkers op hun eigen kerk waren, het burgerlijk bestuur zetelde nog altijd in Grootebroek. Voor alle aangiften etc. moesten ze daarheen. We kunnen veilig aannemen , dat in die tijd hier alles nog veeteelt was, bouwland was er maar heel weinig. Maar na de rampzalige veepest jaren 1744 en 1769, toen soms een derde van het vee stierf was men genoodzaakt op landbouw over te gaan, mede door de groei van de vrij grote gezinnen. Dit was nog meest grove landbouw met mosterd, karwij, dille e.d., tuinbouw was er nog maar weinig.

Onder Frans bestuur in 1812 werd Andijk zelfstandig.De eerste burgemeester, Cornelis de Veer, heette dan ook nog "Maire". In dat jaar waren er 70 boeren, dwz. veehouders, die samen 1160 bunder land hadden, dus gemideld 15 bunder voor iedere boer en 124 bouwers, die samen 200 bunder bebouwden, dus gemiddeld ieder 1½ bunder. Het aantal bouwers was dus al groter, maar hun grond veel kleiner. Door de groei van de gezinnen werd het nodig intensiever te bouwen en dat werd de opkomst van de tuinbouw. Omstreeks 1880 begon de teelt van vroege aardappelen. Omdat het hier minder hard vroor dan in het oosten van het land, was het mogelijk de aardappelen al zeer vroeg klaar te hebben. In 1883 werd de vereniging "Akkerbouw" opgericht, die de handel voornamelijk op Amsterdam richtte. Later, door de export naar het roergebied, werden meer grove ssorten geteeld en verplaatste de handel zich naar de "Tuinbouw" te Bovenkarspel. Na 1900 kwam de bloembollenteelt op, met als pionier Willem Kooiman Pz., die veel kleine tuinders inspireerde tot bloembollenteelt. Het was ook een Andijker, Jan Buishand, die het initiatief nam tot oprichting van een bloembollenveiling. Dat werd "West-Friesland" te Bovenkarspel, nu meest bekend door de "Westfriesche FLORA". De tulpen hebben Andijk veel welvaart gebracht.....

Door de bevolkingsgroei en de steeds kleiner wordende bedrijven kwam bij vele tuinders de zucht naar emigratie op. Van geen enkel dorp zijn er na 1945 zovelen geëmigreerd naar Canada als van Andijk. In totaal ruim vijfhonderd! Dat gaf tijdelijk een inzinking van het inwonerstal. Maar na enkele jaren werd dat weer vergoed door de komst van immigranten: de overloop van Amsterdam. Nieuwe wijken met uniforme woningen werden gebouwd en Andijk verliet de dijk, waaraan het eeuwenlang gewoond had. De verkaveling hielp nog een handje mee om alle romantiek uit te bannen........

Jan Trompetter heeft het zo mooi bezongen in ons aller volkslied:

Lief plekje grond, omringd door groene dijken,
Door 't voorgeslacht omtwoekerd aan de zee.
Door vaart en weg verdeeld in kleine rijken
Waarop vol pracht de bloemenvelden prijken;
Een oord van vree.

Hier klinkt het lied van d'arbeid allerwegen
Temidden van de zangen der natuur;
En, verre van 't rumoer van de stad gelegen,
Komt hier 't gevoel van kalmt en rust ons tegen
Elk avonduur.

Hier steunde vaders armen de jonge handen
En hier klonk moeders stem in 't vriend'lijk ouderhuis;
Bruist hier geen beek, ontbreken lustwaranden,
Wij minnen bovenal deez' lage landen:
Hier zijn wij thuis!

Pieter Sijmensz. Mantel zou raar opkijken, als hij dit Andijk eens zag, waar zelfs geen schuiten meer nodig zijn!

Piet Kistemaker, Andijk, 27-02-1975.


© 2001-2017 | Kistemaker NetWerk | Sitemap

Westfries Genootschap