Kistemaker NetWerk

 
Delen :


rss

Kistemaker Archief »

Half Andijk zat vol onderduikers
(Uit: Vrije Westfriese Krant, 22 april 1981)

Het verzet 1940-1945 in Westfriesland (1)
HALF ANDIJK ZAT VOL ONDERDUIKERS
Weinig geschreven over het plaatselijke verzet

Welke vormen van verzet waren er in de Tweede Wereldoorlog in Westfriesland, wie namen er aan deel en waarom?
Over het verzet in Westfriesland is bijna niets geschreven. Er is een boekje van mevrouw C. Kerkmeyer-De Regt "Hoorn in de verdrukking". De twee laatste exemplaren in de Hoornse bibliotheek zijn echter verdwenen.
Voorts is er nog een moeilijk verkrijgbaar boek "De Binnenlandse Strijdkrachten in het Noorderkwartier" (aktiviteiten na 1943).

In een serie artikelen wil de Vrije Westfriese Krant aandacht besteden aan de verschillende vormen van verzet in Westfriesland tijdens de tweede wereldoorlog, die onderbelicht zijn gebleven.
Met 25 personen uit verschillende groepen is door ons contact opgenomen.

Sommigen vonden dat ze te weinig te vertellen hadden, anderen zeiden "zich niets meer te kunnen herinneren". Enkelen konden het emotioneel niet meer aan.Soms zeiden familieleden "Laat hem er alsjeblieft buiten, hij kan er tóch al niet van slapen".

Tenslotte hebben we uit verschillende gebieden enkele mensen van verschillende politieke en levensbeschouwelijke overtuiging bereid gevonden iets te vertellen over hun verzetservaringen tussen 1940 en 1945.
De eerste aflevering van deze serie, die betrekking heeft op een weinig beschreven bladzijde van de Westfriese historie, gaat over Andijk. Andijk zat half vol met onderduikers, zo vertelden ons de oud-verzetsstrijders D.G. van Beek en K. de Vries. Hierbij hun sobere en nuchtere verhaal.

Andijk is één van de weinige Westfriese gemeenten, waar, zelfs na de grote afkalving van de CPN, die partij nog is vertegenwoordigd in de raad, al is het maar met één zetel. Het is bovendien een gemeente waar, in tegenstelling tot vrijwel andere Westfriese gemeenten, met uitzondering van Enkhuizen en Opperdoes, calvinisten van verschillende denominaties nogal sterk vertegenwoordigd zijn.

Gereformeerden en, meer in het algemeen, aanhangers van de Antirevolutionaire Partij en CPN-ers zijn (het is algemeen bekend) oververtegenwoordigd geweest in het Nederlandse verzet, als gelet wordt op hun getalsterkte binnen de Nederlandse bevolking. Het ligt dus voor de hand dat de Andijkse bevolking, waarin beide stromingen stevig vertegenwoordigd zijn, in de oorlog in grote meerderheid anti-Duits was en ook bereid zich tegen de Duitse overheersing te verzetten.

Daarbij moet niet in de eerste plaats aan grote, gewapende acties worden gedacht. Anders dan bijvoorbeeld een land als Joegoslavië, leent een land als Nederland en zeker het boomloze, wijde en vlakke Westfriesland zich niet voor dergelijke acties. Maar wel heeft naar schatting van twee CPN-leden, die in de oorlog betrokken waren bij het vervaardigen en verspreiden van het destijds illegale dagblad De Waarheid en bij de hulpverlening aan onderduikers, D.G. van Beek (73) en K. de Vries (78), ongeveer het halve dorp onderduikers in huis gehad.

Het in huis hebben van onderduikers was op zich gevaarlijk genoeg. Er zijn genoeg gevallen bekend dat huisvaders, die jonge mensen verborgen, die zich alleen maar onttrokken aan de Arbeitseinsatz, de gedwongen tewerkstelling voor de Duitse oorlogsindustrie, werden afgevoerd naar Duitsland en nooit meer terugkeerden. Het in huis hebben van onderduikers, die actief verzet tegen de bezetters hadden geleverd en waarnaar door de Duitsers ook intensief gespeurd werd, was uiteraard nog veel gevaarlijker. Meewerken aan een blad als De Waarheid, het orgaan van de Communistische Partij Nederland, was ook een levensgevaarlijke aangelegenheid. De Duitsers beschouwden immers de communisten als hun aartsvijanden.

Vogelvrij

Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie in 1941 waren communisten helemaal vogelvrij en gearresteerde medewerkers aan De Waarheid, maakten weinig kans. Het feit dat Duitsland tijdens de inval in Nederland een pact met de Sovjet-Unie had vrijwaarde de Nederlandse communisten aanvankelijk mogelijk van massale acties, populair waren zij niet bij de bezetters, zoals blijkt uit het feit dat Van Beek, die ten tijde van de Duitse inval gemeenteraadslid was voor de CPN, meteen te verstaan kreeg dat hij dat verder wel kon vergeten. Volgens Van Beek en De Vries, was het trouwens een sprookje dat de CPN-ers pas massaal in verzet gingen na de Duitse inval in de Sovjet-Unie in 1941.

De Vries: "In 1930 werd in Andijk een afdeling van de communistische partij opgericht. Het was crisistijd. Niet alleen landarbeiders, maar ook kleine tuinders, die zwaar waren getroffen door de crisis, werden lid van de partij. Uit contacten met gevluchte antifascisten was het ons duidelijk dat er zonder meer een oorlog zou komen en dat Nederland daar niet buiten zou blijven, zoals in 1914-1918. In Duitsland vonden executies plaats. De communisten keken misschien in het begin nog wel wat vreemd aan tegen het feit dat de nazi's in Duitsland zich tooiden met de naam "socialistisch" (De Hitlerpartij heette officieel National Sozialistische Arbeiterpartij Deutschlands, red.) maar door contacten met vluchtelingen werd ons al gauw duidelijk dat dat niets te betekenen had.

Voor de gewone Nederlander leek het misschien wel dat er in Duitsland een soort economische opleving aan de gang was onder Hitler, onder andere door de aanleg van een autowegennet, maar voor de communisten was het duidelijk wat er aan de hand was. Onze pers informeerde ons daar zeer onomwonden over. De burgerlijke pers was veel terughoudender, maar voor ons stond vast dat de Duitsers ons zouden aanvallen en dat ze jacht zouden maken op communisten. Er waren in de partij oud Spanje-strijders (Nederlanders, die zich in 1936 aan de zijde van het wettige bewind van de Spaanse Republiek schaarden en gevochten hadden tegen de fascistische opstandeling Franco, red.) en die liepen zeker meteen al gevaar.

De inval

Op 9 mei, de avond voor de Duitse inval, had ik nog een vergadering van het districtsbestuur in Zaandam. Op hoger niveau in de partij was al een begin gemaakt met het organiseren van het verzet. Op de bewuste vergadering werd besloten met het opzetten van een regionale organisatie nog even te wachten, omdat het er naar uitzag dat de inval er de eerste maanden niet zou komen. De volgende ochtend werd Nederland aangevallen"
Van Beek: "Ik was gemeenteraadslid voor de CPN. Dat was meteen afgelopen. Ik kreeg officieel bericht. Wij werden in Andijk eigenlijk beschermd door alle groeperingen. Er waren wel NSB-ers, maar dat waren tamelijk gemoedelijke mensen, geen mensen, die ons zouden aangeven.
Hier op het dorp waren eigenlijk meteen onderduikers.

Het begon met de oud-Spanjestrijders en later kwam daar van alles en nog wat bij. Er werd ook niets gevraagd. Een onderduiker was een onderduiker. Er kwamen algauw op plaatselijk niveau contacten met de gereformeerden. Als CPN-ers was ons eerste illegale werk natuurlijk het maken en verspreiden van De Waarheid. We kregen een kopie van, de landelijke illegale editie en we voegden daar het plaatselijke nieuws aan toe. Ik deed het tikwerk en De Vries stencilde."

Bezorging

De Vries: "Ik bracht de kranten ook rond. In mijn schoenen verstopt. We stencilden in Medemblik. Op het dorp wisten ze wel wie er in het verzet zat, maar er werd niet over gepraat. De notaris was lid van de WA, hij liep in zo'n zwart pak rond. Maar hij zou ons uit eigen beweging niet hebben aangegeven, geloof ik. Misschien wel als hij er opdracht toe zou hebben gekregen. Er was geen Duitse bezetting in Andijk.
De Duitsers zaten in Enkhuizen en in Medemblik. Als er 's nachts een razzia kwam, was dat bekend op het postkantoor. De juffrouw van het postkantoor waarschuwde dan."

Van Beek: "Dan verdwenen we in de polder. Dat was vroeger een vaarpolder, vol met vaarten en sloten. Nu zie je dat niet meer, sinds er een ruilverkaveling is uitgevoerd, maar toen, konden de Duitsers daar niet komen. Wij kenden de polder op ons duimpje en wij hadden boten met bomen. Die hadden de Duitsers niet. En zelfs al hadden ze motorboten gehad, dan hadden ze nog onmogelijk in de kleine sloten kunnen komen. Op het land stonden ook schuren, waarin we dekens hadden gelegd, zodat we er konden slapen.

In augustus 1943 ben ik opgepakt bij een razzia. Dat was één van de twee grote razzia's, die de Duitsers hier hebben gehouden. Meestal waren het kleine acties.
Ik had die keer een onderduiker in huis, maar die hebben ze niet gevonden. Mijn oudste kind was toen 14 jaar. Ik werd naar Enkhuizen gebracht en later naar Hoorn. Ze hebben me ondervraagd. Ik heb toen geluk gehad, want de eenheid, die me te pakken had moest plotseling worden ingezet in Denemarken.
Ik heb toegegeven dat ik lid was geweest van de CPN, dat was trouwens bekend, maar over De Waarheid wist ik natuurlijk niets. Omdat die Duitse eenheid toen plotseling naar Denemarken moest vertrekken, lieten ze me gaan. Ik zou nog wel een oproep krijgen zeiden ze, maar ik dacht natuurlijk: als ik eerst maar weg ben. Die onderduiker, die ik in huis had, was goed verstopt. De Duitsers hebben hem later toch nog te pakken gekregen. Ze waren natuurlijk nieuwsgierig naar zijn contacten met de CPN en naar de adressen, waar hij ondergedoken was geweest, maar hij heeft niets gezegd. Ze hebben hem doodgeslagen in Rotterdam".

Kleine razzia's

De Vries: "Er waren veel kleine razzia's, maar we waren altijd gewaarschuwd en we zaten in de polders, voordat de Duitsers bij ons waren. Maar natuurlijk wisten ze wel waar ze moesten zijn.
Ze hebben twee keer 's nachts mijn vrouw lastig gevallen. Eén keer wilden ze haar meenemen, maar ze ging op bed liggen met ons jongste kind en zei: "Zie maar dat je me meekrijgt. Eén van die soldaten kreeg toen medelijden. De burgemeester was er ook bij. Die had een hele lijst van verzetsmensen. Hij was niet echt fout, maar hij liep wel aan de leiband van de Duitsers. Hij is later nog langs geweest om zich te verontschuldigen, maar daar hadden we natuurlijk niet zoveel aan. Mijn dochter, die nu niet meer leeft, was toen 13 jaar en die heeft van dat voorval nog jaren last gehad. Ze hebben haar onder handen genomen. Tegen haar geschreeuwd: "waar is je vader, we weten dat jij weet waar hij zit".

Van Beek: "Na de februaristaking van 1941 wisten we dat de Duitsers hier een grote razzia zouden komen houden om CPN-ers te zoeken. We zijn toen de polder weer ingevlucht. De Duitsers hebben hier toen toch wel wat CPN-ers gepakt. Die werden allemaal naar de Eurterpestraat in Amsterdam (het verhoor- en martelcentrum van de Gestapo, red.) gebracht. Ze zijn later allemaal vrijgelaten. Dat komt omdat de Duitsers toch niet goed op de hoogte bleken.

De razziaploeg, die hier aan het werk was, was al vijf dagen en nachten in touw en ze hadden nog geen enkel bewijs van verzet gevonden. Toen vonden zij bij mensen, die niets met het verzet te maken hadden, wat strooibiljetten uit geallieerde vliegtuigen, die die mensen bewaard hadden. Nou, toen hadden ze iets, dachten ze. Dat moest toch wel hét verzet zijn. Die mensen, de verkeerden dus, zijn naar Duitsland gevoerd, maar ze zijn gelukkig heelhuids teruggekomen".

Kleine cellen

De Vries: "Ons werk was natuurlijk alleen maar plaatselijk. We wisten officieel niet eens wie er in Andijk allemaal bij het verzet zaten. De CPN heeft er steeds voor gezorgd dat er kleine cellen waren, waarvan de leden, leden van de andere cellen niet kenden. De man, die contact met ons onderhield namens de partij, was steeds een ander en we kenden alleen voornamen. Klaas, Piet. Dat gold ook voor degenen, die ons de landelijke kopie van De Waarheid kwam brengen.

We wisten niet veel van elkaar en voor de veiligheid was dat maar het beste. In Andijk waren zo'n dertig à veertig mensen, communisten en gereformeerden actief in het werk dat wij deden: illegale kranten, onderduikers en de voedselvoorziening en distributie voor de onderduikers. Aan het gewapende verzet hebben we niet meegedaan. De politie, dat wil zeggen de dorpsveldwachter, wist dat we in het verzet zaten en hij heeft het ons afgeraden. Met de OD (Ordedienst) en de LO/LKP (Landelijke Organisatie van Onderduikers/Landelijke Knokploegen, red.) hadden we geen contact, maar we wisten natuurlijk wel af van de droppings. Hovinga, de leider van de OD had ons dat vertrouwelijk meegedeeld. (In West-Friesland waren drie afwerpplaatsen voor wapens voor de illegaliteit, die vanuit West-Friesland werden getransporteerd naar de Wieringermeer, red.)

Eenvoudig

Van Beek en De Vries zijn duidelijk niet de stoere helden van het verzet, die we in opgeklopte verzetsliteratuur nog wel eens tegenkomen: fiere figuren in overalls, de band van de Hollandse helm stoer tegen de onverzettelijke kin gedrukt en, met een stengun onder de arm de horizon afturend naar de vermaledijde vijand. Het zijn wel eenvoudige Westfriezen die deden wat hun hand te doen vond in de oorlog en die op hun manier de vijand afbreuk hebben gedaan. Wie bekend is met het brute optreden van de bezetters tegen elke vorm van illegaliteit, die zich bezighield niet de verzetspers, weet dat ook hun nederige werk letterlijk levensgevaarlijk is geweest.

Tijdens de oorlog, het is bekend is er in kringen van de illegaliteit, maar ook in de interneringskampen, veel discussie geweest over het Nederland van na de oorlog. Iedereen was het er over eens: het zou anders worden. Dat anders worden is nogal tegengevallen.

Na fervente pogingen van uiterst rechts om in Nederland een neocorporatieve staat te vestigen, kwam de vooroorlogse democratie, met dezelfde partijen, doorgaans getooid met nieuwe namen, weer terug en de economische orde bleef ongewijzigd gebaseerd op de uitgangspunten van een vrije markteconomie.

Zijn Van Beek en De Vries niet teleurgesteld en hebben ze niet het gevoel voor niets aan het verzet te hebben deelgenomen?

Nuchter en hard

De Vries: "In zekere zin valt dat nog wel mee. Ons werd nogal eens verweten dat wij als Westfriezen te nuchter, te hard zijn, maar ik heb nooit zo hard geloofd, dat Nederland binnen tien jaar een socialistische staat zou zijn. Wat ik wel teleurstellend vond, was dat meteen toen het afgelopen was, de oude tegenstellingen nog steeds bleken te bestaan. We hebben hier toch samen met de gereformeerden in het verzet gezeten. Persoonlijk zijn de verhoudingen wel goed gebleven, maar als leden van de CPN, als communisten, werden we direct na de oorlog weer met de nek aangekeken. De mensen die dat deden hadden kennelijk instructies van bovenaf gekregen".

Van Beek: "Als ik zie dat er in Nederland nu toch werkelijk met enig succes druk op de politiek wordt uitgeoefend om verdere verspreiding van kernwapens tegen te gaan, dan denk ik dat het nu eindelijk de goede kant op gaat. Kijk, wij waren communist uit idealisme. Wij wilden een rechtvaardiger wereld. Maar in het verzet zijn we gegaan, omdat we antifascist waren, omdat het nazisme een misdadig regiem was. Dat op het ogenblik zelfs in Nederland weer allerlei bedenkelijke organisaties de kop opsteken, dat er vreemdelingenhaat ontstaat, zijn natuurlijke ontwikkelingen, waartegen nu even principieel dient te worden opgetreden, als duizenden Nederlanders destijds in het verzet tegen de bezetters hebben gedaan".


© 2001-2017 | Kistemaker NetWerk | Sitemap

Westfries Genootschap