Kistemaker NetWerk

Boeken » 100 Jaar Akkerbouw 1883-1983 » Pagina 9-10

(9-10)

Kookproeven

Voor de late aardappelen bestond de keuring uit het doen van kookproeven. Daarvoor waren drie vier-pits petroleumstellen aangeschaft. Jb. Tensen nam deze kookproeven van de monsters aan voor ƒ 5,50, maar hij moest de bij de smaakproeven behorende "doop" bijleveren.
Er waren natuurlijk voorschriften voor die smaakproeven; er waren 15 aardappelen nodig per proef. Het heette dat "tot twee dichte" als eerste klas produkt werd bestempeld. Zo kende men "tot 6 als 2de klas", enz.
Helaas weten wij niet meer wat dat "dichte" betekende, mogelijk ging het om de hardheid of vastheid van de aardappel, sommige bleven hard na het koken.
Aardappelen met "blauw van binnen" werden als "dichte" beschouwd.

De door "Akkerbouw" gekochte, zogenoemde "petrumstellen", voor het nemen van kookproeven voor de "kelderaardappelen". Er mochten weinig of geen "dichte" (harde aardappelen) in voorkomen.

Die klasse-indeling is in de loop van de jaren nogal eens gewijzigd. De kwaliteit van dit voedingsgewas is afhankelijk van grondsoort en teeltmethoden. Zo was het in ieder geval verboden om aardappelen aan te voeren die op pas gescheurd land waren verbouwd.

Akkerbouw had een afzonderlijke afdeling voor de verkoop van veevoeder. Het was maar zelden winstgevend en meer bedoeld als service voor de leden-boeren.


© 2001-2019 | Kistemaker NetWerk | Sitemap | Contact

Westfries Genootschap