Kistemaker NetWerk

Boeken » Al deze Stenen voor Sparen en Lenen » Hoofdstuk 13 » Pagina 139-142

Crisis en Oorlog

In juni 1945 worden ook de bestaande rekeningen geblokkeerd. Daardoor ontstond er controle over ander geld dat niet geheel legaal was verkregen. Met name de rekeningen van leden van de NSB of andere nationaal-socialistische of fascistische organisaties en instellingen kon zo worden verbeurd verklaard.
Een andere groep vormden de “collaborateurs en profiteurs”. De Centrale Banken definieerden ze als volgt: het zijn personen die: door samenwerking met de vijand of door berekening van woekerprijzen geacht kunnen worden de Nederlandse gemeenschap op grove wijze te hebben benadeeld.
In Westwoud stelt de heer Pouw in september 1946 de vraag: “waarom spaargeld hetwelk reeds jaren bij de Bank is gedeponeerd, geblokkeerd is, waarop de voorzitter antwoordt, dat volgens voorschrift van alle gelden welke 7 juli 1945 waren gedeponeerd ¼ deel plus ƒ 1.000,- vrij mocht worden berekend, terwijl het restant geblokkeerd werd, onverschillig of de gelden met moeite vlijt en spaarzaamheid waren verkregen, dan wel door winst uit zwarten handel”.
De Raiffeisenbode van februari 1948 is een speciale editie over kredietverlening. Er was veel onduidelijkheid of en hoe er voorschotten konden worden verleend en wanneer blokkades op rekeningen mochten worden opgeheven. De regel was en geldt op dat moment nog steeds dat iedere kredietverlening of voorschot door banken verboden is. Maar inmiddels zijn er veel uitzonderingen en daardoor een onoverzichtelijke hoeveelheid voorschriften. Deze speciale uitgave brengt alles weer eens duidelijk in beeld. In hetzelfde blad wordt ook nog een oproep gedaan om volledig mee te werken bij het instellen van een volledige inspectie over het jaar 1948. Door alle extra werk was de inspectie op dat moment erg achter.

Juli 1946. Folders die aansporen tot sparen. Juli 1946. Folders die aansporen tot sparen.

Herstel

Beeldmerk van de Centrale Raiffeisen-Bank Utrecht.Beeldmerk van de Centrale Raiffeisen-Bank Utrecht.

Naast de geldzuivering moest er na de oorlog nog veel meer gebeuren, maar daar wordt ook hard aan gewerkt. Hulp uit Amerika geeft ons land nieuwe kansen. De hulp komt onder de naam Marshallplan en vraagt ook van de banken een actieve opstelling. In 1948 staat in een circulaire uitvoerig beschreven wat er gedaan moet worden. Eerst moet namelijk daadwerkelijk worden aangetoond dat goederen door ons land zijn geïmporteerd, voordat er een uitkering van Am.$ plaats vindt. De banken sporen hun klanten aan om zo snel mogelijk voor de nodige papieren te zorgen, zodat ook het “officiële deel” geregeld kan worden.
In 1949 verbetert de situatie in Europa aanzienlijk. Er komt weer toerisme op gang en dus verschijnen er circulaires waarin voor de deviezen toewijzing voor “tourisme” naar het buitenland is geregeld. Voor ieder land gelden afzonderlijk regels en maximum bedragen per dag. Na 1950 zijn er ook mensen, waaronder veel agrariërs, die de mogelijkheden in Nederland te beperkt vinden. Een stroom emigranten komt op gang naar verschillende werelddelen.
Voor de achterblijvers betekent dat meer ruimte en meer ontplooiingsmogelijkheden. De vertrekkende boeren en tuinders laten veel land achter. Door het grote aanbod in korte tijd dalen de prijzen sterk. Bij Andijk lezen we dat er “200 Andijkers (de besten) vertrekken naar Canada”.

1951. Hulp bij emigratie.

1951. Hulp bij emigratie.


© 2001-2019 | Kistemaker NetWerk | Sitemap | Contact

Westfries Genootschap