Kistemaker NetWerk

Beknopte Kroniek der Gemeente Andijk » Hoofdstuk 18 » pagina 129-135

18. Bruiloften, voorheen en thans

We geven U eerst een staaltje van een burgerlijke huwelijksvoltrekking nog lang na het Franse bewind. De burgemeester las dan voor het 6de hoofdstuk - 5e tittel uit het eerste boek van de “Code Napoleon” handelende over rechten en verplichtingen in het huwelijk, benevens het huwelijksformulier. Daarna volgde de kerkelijke inzegening, die streng devoot gehouden werd natuurlijk. De bruiloft echter, die dan volgde gaf meer mogelijkheid om vrolijkheid en fleur aan de gewichtigste dag in het leven te geven. Luistert U maar.

Het waren dikwijls partijen van 100 en meer personen. De ceremoniemeesters ontbraken niet en een naam die bij bij zo'n gelegenheid de stedeling opviel, was die van “questor” (wat deftig hè) voor de ceremoniemeester die elk der sprekers inleidde. Hoe men aan dat grote getal feestgangers kwam, vraagt u? Wel, de gewoonte was, dat elk jong meisje dat op het feest genodigd werd een jongeman en elke jongeman een meisje mocht meebrengen. Onzes inziens een verstandige zet, want zo kwamen paren bij elkaar, die zich reeds lang van tevoren op dat uitgangetje gespitst hadden en anders kan het gebeuren dat de samenstellers van zulk een trouwfeest zich het hoofd breken over samenvoeging van paartjes welke, zoals men later hoorde, niet met elkaar konden opschieten.
Was de afstand naar het raadhuis niet al te ver, dan ging men lopende, bruid en bruidegom onder een laken, waarvan de punten aan vier stokken gebonden waren. En nu was er nog een aardigheid. Een naast familielid, liefst ongehuwd van de bruidegom, was het een heer dan met zijn dame, was het een dame dan met haar heer, liep voorop in de stoet “speelnoot hoog”, omdat hij of zij van de kant van de bruidegom was. Ook werd er aan tafel naast de bruidegom gezeten. Zo iemand bestond ook voor de bruid, maar deze “speelnoot” liep achter het bruidspaar en zat aan tafel ook naast de bruid. De kerkgang geschiedde natuurlijk in alle eenvoud. Maar de avond kwam! leder was in feestdos; de stoet van 's morgens stelde zich op dezelfde wijze op en zo ging het naar een bij het huis gelegen schuur, waar alles voor de ontvangst der feestenden in gereedheid was gebracht, of naar een feestlokaal in de ene of andere herberg. Eten en drinken was er volop en ook de muziek ontbrak niet, want er moest gezongen en gedanst worden. De pret duurde tot de volgende morgen, doch trokken bruid en bruidegom zich vroeger terug, dan werden ze (weer onder het laken) naar de nieuwe woning gebracht, om aan de avond van de nieuwe dag weer op dezelfde wijze als de vorige avond gehaald te worden en er nog een nachtje aan vast te knoopen.

Was de afstand naar het Raadhuis te ver, dan kwamen de leuke boerenkarretjes voor de dag en zag men de glunderende kop van de bruidegom met het bekende ronde hoedje op, uit het eerste karretje lachend de wereld in staren. Naast hem het lieftallige bruidje, meestal in folkloristisch kostuum. Was de familie talrijk, dan was er een hele stoet van die karretjes. Men zag direct dat er iets vrolijks te doen was. De paarden waren met bloemen aan de koppen versierd en de zwepen, in het bijzonder, waren één bloeiende “bloemtak”. De avond verliep als overal elders, soms met één soms met twee feestnachten.
Hoe geheel anders tegenwoordig.

Natuurlijk wordt er ook op het Raadhuis een huwelijksformulier voorgelezen en de bepalingen, die dit stuk bevat, zullen heel wat begrijpelijker zijn dan wat er in de “Code Napoléon” stond aangegeven. De burgemeester of de wethouder, die het jonge paar in de echt verenigt spreekt een rede uit, die intiemer is al naar de betrokken personen elkaar kennen, en de burgerlijke plechtigheid is afgelopen. Maar, kan men bij sommige paartjes nog wel van een „plechtigheid” spreken? Want zoowel in de stad, als op het platteland is de in het wit gekleede en gesluierde bruid een zeldzaamheid geworden. Men gaat, liefst lopende naar Stad- of Raadhuis, de bruid in een mantelcostuumpje, de bruidegom in zijn colbertje, alsof men een boodschap gaat doen. De kerkelijke inzegening blijft meestal achterwege en mocht er op het platteland in eigen familiekring soms nog een klein feestje zijn, in de stad houdt men een paar uurtjes receptie.


© 2001-2019 | Kistemaker NetWerk | Sitemap | Contact

Westfries Genootschap