Kistemaker NetWerk

Boeken » Samen nei de brand » Pagina 58-60

58-60

Inmiddels gebeurden er buiten weer andere dingen die de aandacht vroegen. Enkele scherpzinnige spuitgasten stelden vast, dat het bluswater op het platte dak, naar het midden begon te lopen. Het dak begon dus door te zakken, en dan is het beter om niet te blijven staan, anders heb je kans dat je heel raar beneden komt. In dubbele looppas verlieten ze het platte dak. Beneden werd iedereen ongerust over die twee commandanten, die zo nodig sigaretten moesten kopen. In allerijl werd een persluchtman van Wervershoof, die met de inrichting van de winkel op de hoogte was gesommeerd, om de twee avonturiers daarbinnen te waarschuwen. Ze moesten ogenblikkelijk naar buiten komen, voordat het dak naar beneden kwam en de weg werd afgesloten. Gelukkig kon hij vrij snel de twee dwaalgeesten vinden en meldde hen, wat er gezegd was. Broederlijk ondernamen ze meteen de terugreis, want over zulke berichten moet je niet licht denken. Ze hadden trouwens al te licht gedacht, want ze waren nog maar enkele meters van de magazijndeuren verwijderd, toen de rooie haan plotseling tevoorschijn kwam. Met groot geraas en dof gebrul kwam hij plotseling naar beneden, vlak voor de drie spuitgasten en tegen de klapdeuren. De terugweg naar het magazijn was afgesloten en ze maakten vlug rechtsomkeert de winkel in.. Ze werden achtervolgd door de rooie haan, die donkerrood vuur en zwarte rook brakend, met meters tegelijk uit het plafond naar beneden kwam. De onheilspellende stilte in de winkel was opeens weg. Het was een leven als een oordeel, en de hitte nam per seconde toe. Knallende T.L. buizen, ontploffende spuitbussen en het geraas en gekraak van neerstortend puin en balken, deden de spuitgasten snel besluiten om de voordeur op te zoeken.
De list van de rooie was volledig geslaagd, en loeiend en laaiend stortte hij zich van overnieuw in de aanval. Door op de grote voornamen te slaan, wisten de brandweerlui buiten, dat de 3 verkenners in aantocht waren, en werden er maatregelen ondernomen om een ontsnapping mogelijk te maken. Omdat ze er toch maar van af zagen, om sigaretten te kopen, waren ze vlug bij de voordeur, waar ze constateerden, dat die niet open wou. Doordat de hoofdschakelaar was uitgeschakeld werkte het elektronisch slot van de deur natuurlijk niet meer. Buiten ontdekten ze dat ook, en ze sloegen met een koevoet het draadglas stuk. Toen het gat groot genoeg was, konden de persluchters op handen en knieën naar buiten kruipen. Het werd toen ook echt de hoogste tijd, want binnen heerste er een complete hoogoventemperatuur. En terwijl de drie halfgekookte persluchters naar de wagen renden, ging juist bij één van hen het fluitsignaal, ten teken dat z'n lucht bijna op was. Dat was ternauwernood goed afgelopen, en de 3 persluchters haalden een paar keer diep adem.

Ondertussen stond de hele zaak al in lichtelaaie, en de straffe Oostenwind voorzag het vuur van voldoende verse lucht. Het aangebouwde woonhuis begon ook al mee te doen, en met zo'n vuurzee sta je ervan te kijken, wat of er al niet branden wil. Ook onze collega's begonnen het benauwd te krijgen, want hun mooie plaatsje vlak naast het object, werd bedreigd. Grote scheuren in de muren, veroorzaakt door het uitzetten van stalen spanten, wezen er op dat ze van plaats moesten veranderen, wilden ze hun mooie spuit behouden.
Maar hoe doe je dat? Alle slangen moesten losgekoppeld worden, de zuigslang uit de sloot enz. Maar het ergst van alles is, dat je tijdens een verhuizing niet kan spuiten. Dat deed de Cdt. besluiten de alarmcentrale op te roepen, om nog meer assistentie te vragen. Daar deed hij goed aan, want de wegvliegende vonkenregen begon alles te bedreigen wat in het verlengde van de brand stond. Als er niet gauw wat gebeurde ging alles tot aan de molen van De Moel plat. Andijk had geen slang meer aan boord, zelfs het mobiele waterkánon werd in de strijd gegooid. Maar gelukkig arriveerden vrij gauw de korpsen van Medemblik, gevolgd door Hoogkarspel, Midwoud en Westwoud.
Een ieder stortte zich op de rooie haan, die nu zelfs het lef had gekregen om door middel van vonken en stukken brandende dakbedekking, het Gemeentehuis, café Van Rooyen, en andere huizen te bedreigen. Het kwam er zelfs van, dat de bewoners vanaf de brandende winkel tot aan de hoek tijdelijk geëvacueerd moesten worden. Dit, tengevolge van de dichte rook, die door de harde wind vlak over de woningen werd gejaagd. Maar uiteindelijk keerden de kansen in het voordeel van de brandweerkorpsen. De tonnen water die we met z'n allen produceerden, deed de rooie haan geen goed. De vorst hielp trouwens ook een handje, want het blus- en stuifwater, wat op daken en muren belandde, bevroor ter plekke. Dat was met name voor de boerderij, die tussen de huizen stond een geluk geweest, want zo kregen vliegvuur en vonken weinig kans.
Het was maar goed dat het niet anno 1930 was, want dan was dit gedeelte van Wervershoof beslist plat gegaan.

Toch leverde het geheel zo af en toe komische beelden op. De hele Dorpsstraat leek zo onderhand wel op een bord spaghetti, het krioelde er van de slangen. En vooral wanneer het materiaal verhaald moest worden, deden zich lachwekkende situaties voor van spuitgasten, die al glijdend en slippend onderuit gingen.
Zo langzamerhand was de grote klus geklaard en kon iedereen naar het gastvrije onderkomen van de fam. Van Rooyen gaan voor een bakkie hete koffie. En we kunnen U verzekeren, beste lezer dat zo'n bakkie onder zulke omstandigheden er grif ingaat. Toen kwam het einde van een lange en spannende nacht in zicht. Het ene na het andere korps kon weer inpakken, en ook wij groetten onze collega's op de gebruikelijke manier.
Cdt. Vertelrnan bedankte ons uitbundig en verzekerde ons, dat we er nog wel meer van zouden horen.
Hij hield woord, want reeds de eerstvolgende oefenavond kwam hij ons met zijn staf hoogstpersoonlijk opzoeken. Onder een aandachtig gehoor, deed hij vervolgens uit de doeken hoe het nu precies in elkaar zat met die merkwaardige brand.
Enige jaren geleden had Deens Supermarkten dit pand gekocht van de fa. Kaag. Het bleek echter al gauw te klein en er werd verbouwd. Het dak van het nieuwe bedrijf werd gedeeltelijk boven op het oude geplaatst met een tussenruimte van ± 1 meter gesteund door pilonnen. Dat was natuurlijk leuk bedacht, dat zat daar wel goed. Totdat er brand uitbrak in het motorhuis voor koelapparatuur boven op het dak, en de rooie haan zich op deze manier mooi tussen de twee daken wist te verschansen. Hij had zich daar een uur lang lekker op zitten warmen, voordat hij goed in actie kwam.
De Cdt. van Wervershoof was hierover zeer slecht te spreken geweest, want deze situatie was nooit aan de brandweer gemeld. Gelukkig was zijn stemming weer gekeerd, want hij had een grote taart meegebracht, en hij stond er op dat wij die zouden nuttigen. En daar hoefde hij niet lang op te wachten. En zo zie je maar datje op zo'n manier rare dingen kunt beleven.


© 2001-2019 | Kistemaker NetWerk | Sitemap | Contact

Westfries Genootschap