Kistemaker

Thuis » Diversen » WO 2 »

Toespraak van de heer G. Ruiter
gehouden ter gelegenheid van de onthulling van het vervangende onderduikersmonument op 5 mei 1977

“Staande bij dit gedenkteken, dit oorlogsonderduikersmonument, rijzen er vragen en ik zal trachten antwoord te geven op de vraag wat dit betekent en ook, wie hebben reeds dertig jaar geleden een monument opgericht en waarom hebben ze dit gedaan.
Om dit te verstaan moet ik even met u terug naar de bange jaren van de oorlog en bezetting. Onze rechten en vrijheden werden ons ontnomen, zwaar drukte de hand van de vijand op land en volk. We waren eigenlijk slaven geworden, we moesten gehoorzamen. Maar ons volk wilde niet gehoorzamen en verzette zich tegen allerlei bepalingen. De vijand nam andere maatregelen. In de bladen verschenen advertenties onder het opschrift “verordeningen”. “Dit is geboden”, een ander keer “dit is verboden”. Dit moet je, en dat mag je niet en met straffen werd bedreigd ieder die dit overtrad. Maar het hielp niet vooral onze jongens wilden niet buigen voor het onrecht en voor de overweldiger. Hardere en strengere bepalingen kwamen. De volkskracht moest gebroken worden. Ons volksbestaan moest vernietigd worden. De gedemobiliseerde militairen werden opgeroepen om zich weer te melden bij hun garnizoen. Jongens moesten zich melden bij de arbeidsdienst om te werken voor de vijand. Steden en straten werden uitgekamd en bij duizenden werden zij weggevoerd naar het oosten om te werken voor de vijand.
Toen was de maat vol. De jongens ontvluchtten hun woonplaats om te ontkomen aan het wegvoeren en zich te onttrekken aan het gevaar. Ze verlieten huis en hof, vader en moeder en zochten een schuilplaats. Maar waar waren zij veilig, het gevaar loerde aan alle kanten, de vijand was waakzaam. Ook hier in het vrije West-Friesland meldden zich de eersten. We wilden wel helpen maar wisten niet hoe. Een enkele zou gaan, maar als er velen kwamen hoe moest dat allemaal en het gevaar was zo groot.
Toen kwam een klein groepje mannen bijeen om zich te beraden. Het waren geen helden; het waren geen dappere mannen die dachten dat zaakje wel eens te zullen opknappen. Het hadden net zo goed anderen kunnen zijn.
Ik wil ook uitdrukkelijk zeggen dat ze zich niet verbeeldden de enigen te zijn op onze plaats die zich het lot van de vluchtelingen aantrokken, maar het was geen tijd voor besprekingen en voor vergaderingen en voor overleggingen, het moest alles in het geheim met de grootste voorzichtigheid gebeuren en er was haast bij. Ik moet mij bepalen bij de geschiedenis van de L.O.
Ik wil een uitzondering maken voor die gezinnen die joodse landgenoten hebben opgenomen en met gevaar voor eigen leven, het leven van die joden van een wisse dood hebben gered.
Zo was het, zo begon het.

Dat groepje zocht contact met de landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers, en dat was nodig, want een schuilplaats was niet voldoende. De vluchtelingen moesten een andere naam aannemen, Cornelis moest Kees heten en Johannes Jan, en van Driemen van Dalen en dat alles moest nauwkeurig kloppen met persoonsbewijs en andere papieren die ze bij zich droegen. Daar waren technische mensen voor nodig die met gevaar dat hebben klaargemaakt. De medewerkers klopten aan de huizen van de burgers met de vraag: zoudt ge een vluchteling willen herbergen? Maar toen kwamen de bezwaren, het is zo gevaarlijk, er staat straf op en hoe moet dat allemaal. Maar toen klopte de stem van het hart en die zei, ge kent toch het grote gebod: hebt uw naaste lief als u zelf. Hij is in nood. Klopten bij een ander op de deur met dezelfde vraag, maar weer waren er veel bezwaren. Zou hij passen in ons gezin, wie is het, waar komt hij vandaan en hoe moet het allemaal. Maar weer klonk de stem van het hart, gij kent toch de grote opdracht: verberg de verdrevene en vermeld de omzwervende niet. En zo ging het, dag aan dag, eerst enkelen, toen tientallen, later honderden. Ik ben er eigenlijk trots op om te kunnen zeggen dat we nooit gevraagd hebben naar rang of stand of naar levensovertuiging; als ze maar betrouwbaar waren en dat was vaak al moeilijk genoeg en vaak moeilijk om hen te aanvaarden. Het werd steeds gevaarlijker, huiszoekingen volgden en het is een wonder dat bij die huiszoekingen er slechts één is gevonden.
Trouw hebben de vaders en moeders gedacht aan de opdracht om de gevangenen, de vluchtelingen te verbergen; daaraan zijn ze getrouw gebleven en het heeft geholpen. Toen op een morgen kwam het verontrustende bericht dat drie van onze medewerkers: Akkerman, Langedijk en Lodder waren gearresteerd. We begrepen, er is verraad in het spel en hoever zou dit zich uitstrekken en zouden onze gevangen vrienden hun geheimen kunnen bewaren. Ja ze hebben die geheimen bewaard en meegenomen in het graf. Later stonden we met ontroering bij hun laatste rustplaats. We zijn hen niet vergeten, ze hebben hun leven gegeven om het leven van anderen redden. We moesten extra waakzaam zijn nu gebleken was dat er verraad in de onmiddellijke nabijheid was. Maar dapper heeft ieder volgehouden tot de vrede kwam. Jongens vluchtten weer, maar nu vluchtten ze naar huis, doch ze kwamen terug, want ze hadden begrepen wat hier die blije helpers had bewogen tot alles wat ze hadden gedaan. Ze wilden een gedenkteken oprichten ter nagedachtenis aan de jaren die ze hier hadden doorgebracht. En ze hebben gezocht naar het geheim en hoe het mogelijk was dat in die gevaarlijke tijd honderden gezinnen bereid waren een zwerver, vluchteling op te nemen, en ze hebben gevonden dat bij alle overwegingen de diepste oorzaak als reden is geweest dat zij gehoorzaam waren aan hetgrote gebod de naaste lief te hebben en gehoorzaam aan de grote opdracht “verberg de verdrevene en vermeld de omzwervende niet”. Zij hebben die woorden op het monument laten schrijven met grote duidelijke letters tot nagedachtenis en herinnering voor het nageslacht. Dat gedenkteken is bezweken, het heeft allerlei invloeden niet kunnen weerstaan. Maar de gedachte daarin uitgesproken kan voortleven in dit nieuwe solide onderduikersmonument. Namens onze jongens wil ik het gemeentebestuur hartelijk bedanken dat zij hiertoe het initiatief heeft genomen, het hebben laten uitvoeren en kosten nog moeite hebben gespaard om het goed te doen zijn. Het is solide, het is van steen maar de stenen spreken. De beeldhouwer heeft ze laten spreken. Hij laat ons zien de sterke armen geheven van een pleegmoeder die haar handen uitspreidt boven de schuilplaats van de vluchteling. Daar was hij veilig. Zolang de pleegmoeder haar handen beschermend over hem uitstrekte.

Mede namens onze jongens wil ik het gemeentebestuur ook hartelijk danken dat zij uit het originele gedenkteken hebben meegenomen de sprekende woorden, de sprekende tekst, die ze op een marmeren plaat hebben laten schrijven om aan het gedenkteken toe te voegen. Als uw kinderen morgen nu zullen vragen, vader wat betekent dit toch allemaal, dan zult ge vertellen van bange dagen, van onrecht, van vervolging en van vluchtelingen in nood. Maar gij zult ook vertellen van dappere jongens die zich hebben verzet tegen het onrecht. Maar ge zult bovenal vertellen van heldhaftige mannen en vrouwen, van dappere pleegouders die offers hebben gebracht, die de vijand hebben weerstaan, die het gevaar hebben getrotseerd en de liefde hebben bewezen aan de onderduikers. En daarom hebben ze het gedaan, bij alle overwegingen is het geheim dat zij gehoorzaam zijn geweest aan het grote gebod:

heb uw naaste lief als u zelf,
gehoorzaam aan de grote opdracht:
verberg de verdrevene en vermeld de omzwervende niet

 


© 2001-2024 | Sitemap | Contact

Facebook: Ansichtkaarten van Andijk