Kistemaker NetWerk

Kistemaker NetWerk » Diversen » Artikelen uit WFON

Armenzorg in de tweede helft van de achttiende eeuw te Andijk (2/4)

Verder vinden we uitgaven voor gort en meel. Pap en brij waren volksvoedsel. Groenten werden nog maar weinig gegeten. Kruidenierswaren werden eveneens soms verstrekt. Eén keer worden die winkelwaren 'ebrawaren' genoemd: eetbare waren: 1 januari 1770 aan Jan Okke ebraware voor David 15.0.0. David Jacobsz. was jarenlang vaste klant van de diakonie. Hij had in de eendenkooi van Klaas van der Velde gewerkt, maar was - met het klimmen der jaren - tot armoede vervallen.

In de wintermaanden verstrekte de diaconie soms ook brandstof aan de armen. Meestal turf, want steenkool was onbereikbaar duur: 8 december 1762 aan Jan Kort voor Klaas Bakker 12 ton turf, de ton 9 1/2 stuiver. Die ton was in dit geval een geijkt vat. Dus geen 1000 kilo. Curieus zijn ook de uitgaven voor logtriet. Dat spul was goedkoper dan turf en kon bosje voor bosje onder de ketel worden verstookt. Dat er daarbij wel eens een rietpluis door de kamer zweefde mocht niet hinderen: 30 maart 1776 aan Willem Sijmensz een voer logtriet 1.4.0.

We vinden voorts verschillende uitgaven voor wijn. Arme mensen en wijn? Dat is een contradictie. Maar waarschijnlijk betrof het de inkoop van wijn voor het avondmaal. Gezien ook het kwantum: 7 september 1773 aan Jacb Rootjes 22 flesschen Spaanse wijn 12.0.0. Dat is nog geen 54 1/2 cent per fles. Santé!
Ook voor de zieken werd gezorgd: 30 september 1772 aan Jeremias van Dalen mestersloon voor David 7.16.0. Hier wordt bedoeld meestersloon. Tot 1900 heette de dokter 'meister', omdat hij daarvoor 'mr. chirurgijn' werd genoemd.
De arme werd tot in het graf door de diaconie begeleid. 'Van de armen begraven' heette dat. En dat had geen beste klank, want een armenbegrafenis was uiterst sober. Het diaconieboek bevat uitgaven voor doodkistenrouwkleed, klokluiden en de koop van een graf. 'Heden den 18den januari 1 7 78 hebben wij diaconen verkogt een graf aan Cornelis Cornelisz. Boeier, met condisje dat zoo wanneer Pieter Mantel de oude komt te sterven, dat bij daar dan in begraven moet worden, zijnde no. 46 en dat voor een somma van 22 guldens'.
Een paar maal vinden we een uitgaaf voor tabak: 8 februari 1763 aan Jan Cobus 1/4 kostgelt en tabak 24.10.0; 21 augustus 1763 aan dezelve voor tabak 1.15.0; 24 januari 1764 aan deselve voor tabak en nijloon 1.5.8. In latere jaren vinden we deze uitgaven niet meer. Als er nog tabak in voorkomt is het in combinatie met (Goudse) pijpen en kaarsen voor de kerkeraadsvergadering.

Inkomsten

Dit waren allemaal uitgaven. Maar wat waren de inkomsten? Het geld moest toch ergens vandaan komen. Andijk had een arme kerk, in 1767 met de hulp van de Westfriese steden geïnstalleerd. De kerken in de Streekdorpen - Bovenkarspel, Grootebroek, Hoogkarspel - waren van oudere datum. Zij bezaten vele bunders armen- en wezenland, dat aan lidmaten van de kerk werd verhuurd. Andijk daarentegen bezat slechts een paar akkers, die aan inkomsten (huur/pacht) 12 tot 17 gulden per jaar opbrachten. De kerk bezat voorts nog enkele huisjes - waarvan één in Oostwoud - die door lidmaten zonder familie (erfgenaam) aan de kerk waren nagelaten.


© 2001-2019 | Kistemaker NetWerk | Sitemap | Contact

Westfries Genootschap