Kistemaker

Thuis » Diversen » Artikelen uit WFON » 1987 » Pagina 116

Armenzorg in de tweede helft van de achttiende eeuw te Andijk (3/4)

Pagina | 114 (1/4) | 115 (2/4) | 116 (3/4) | 117 (4/4)

Teeuwis Kort betaalde van 1763 tot 1769 13 gulden akkerhuur. Vervolgens betaalde Jan Groot jarenlang akkerhuur van 15 tot 17 gulden. Tot hij op 16 maart 1807 de akkers kocht voor een bedrag van 680 gulden. De miljoenen van Sluis en Groot vinden hier hun oorsprong!
Verder was er het 'armenzakje'; de klinkbuul, met onderaan een belletje voor de slapers! Vóór het decimale stelsel werd ingevoerd was er een enorme variatie aan munten in omloop. Andijk telde ook zeevarenden onder haar inwoners, die van hun reizen soms vreemde munten mee namen.'Malle duyte' noemde men die. Daarom moest er af en toe een diaken naar Enkhuizen, om aldaar 'malle duyte' en soms ook enig zilver, dat door een gestorven arme was nagelaten (bijvoorbeeld in de vorm van een zilveren schoengesp) in te ruilen voor gangbaar geld: 2 januari 1765 de ofsette duyte verruylt 17.4.4; 1 maart 1779 van oude zilvere knope verruylt 1.8.0. Dat was een bedrag van ƒ 1,40. Wat zou dat spul vandaag hebben opgebracht?

Wie helemaal niets bezat verviel aan de diaconie. Wie kon werken - bijvoorbeeld iemand die te oud was geworden om in het Weeshuis te Grootebroek te kunnen blijven en geen familie bezat - werd 'bestedeling'. Hij/zij werd door de diaconie uitbesteed bij een boer, die werk had. En op een koopje uit was! Zo'n bestedeling was Mary Cornelis'. Vrouwen hadden in die jaren gewoonlijk nog geen achternaam. Haar kleding werd door de diaconie tot en met verzorgd: naailoon, kleren, mutsen, nieuwe schoenen, nieuwe klompen, dunne (zeildoeken) sokken, af en toe wat zakgeld: 31 januari 1763 van Petrus van Broek ontvangen de huur van Mary Cornelis', na'aftrek van haar verschot melkloon en ses weken, die niet uitgediend zijn 13.14.0; 7 februari 1763 van Jan Best de huur van Mary Cornelis' voor 1761 5.9.0; idem aan Pieter Mantel een jaar costgelt voor Mary Cornelis' 100.0.0. (geen 2 gulden per week); 31 december 1764 aan Pieter Mantel een jaar costgelt voor Mary Cornelis en eenig onderhout 98.2.0; 1767 aan kleren en buelgeld voor Mary Cornelis' 22.0.0.
Dat is de laatste post, die we van haar vinden. Waar is zij gebleven? Op 6 februari 1772 trouwde zij met Klaas Cornelisz. Bakker, een arme schoenmaker, die later vaste klant van de diaconie werd... Voor Mary Cornelis' werd het dus een leven in armoe. Op 12 mei 1790 werd zij op het kerkhof van Buurtje begraven. Een graf in de kerk was er voor de armen niet bij.

Soms werd een arme door de diaconie ingekocht. Zoals in het geval van Gertje Bues. Hij had op 3 mei 1763 van de diaconie een hypotheek gekregen: groot 200 gulden, tegen 4 1/2 procent rente. jarenlang had hij trouw de rente betaald: 9 gulden per jaar. Toen werd hij echter ziek en liep het mis. In 1775 en 1776 betaalde zijn broer jan de verschuldigde rente: 17 mei heeft Jan Bues de rente betaalt en is de ebiteekt (hypotheek) van Gerrit Bues voldaan, 210.0.0.
In datzelfde jaar hebben de diakenen van Andijk de boedel van Gerte Bues verkocht. De hele transactie staat gedetailleerd in de boeken beschreven. Er resteerde uiteindelijk een overschot van 102 guldens en 6 stuivers. Gertje heeft nog enkele jaren op kosten van de diaconie geleefd. Op 9 juli 1783 werd hij op het kerkhof begraven. Op 13 oktober wordt zijn naam voor het laatst in het boek genoteerd; boelhuisgeld van Gertje Bues 13.5.0. Zo was dit leven 'des gerusten landmans'.


© 2001-2021 | Sitemap | Contact

Westfries Genootschap