Kistemaker

Thuis » Historie » Groei en Bloei van de geschiedenis van Andijk » Pagina 83-86

9. Gezondheids- en armenzorg

Meister Hammes uit Andijk: een dorpsdokter in de vorige eeuw

Hoewel hij de titel arts mocht voeren en dus voor dokter had gestudeerd werd hij altijd ‘meister’ genoemd. Dat was in de jaren toen de dorpsdokter nog ‘meester chirurgijn’ was. Hij was dan lid van het Cosmas en Damianusgilde en had daarvoor een ‘meesterproef’ afgelegd.

‘O, meester zurezijn,
verlos mij van de pijn!’

Onze voorvaderen liepen niet zo gauw naar de dokter. Een doktersrekening was elk Nieuwjaar een onwelkome verrassing! Zij hielden zich maar liever aan het oude recept:

‘Houdt het hoofd koel, de benen warm en het lijf open,
Dan kun je alle dokters laten lopen.’

(de laatste regel met variaties) Maar als voor hun zenuwzinkings, derdedaagse koorts en hoe het verder mocht heten de huismiddeltjes niet hielpen, kwam de gedachte op: ‘Ik most maarderes meister’. Dan werd de dokter gewaarschuwd en dat was maar niet zomaar wat! Telefoon, auto's en fietsen waren er nog niet, dus werd het lopen. Wie dichtbij woonde liep naar het doktershuis; wie veraf woonde naar de kruidenier. Die zette dan een vlaggetje uit. Met de adresbriefjes aan een wasknijper en zo wist dokter zonder veel tijdverlies zijn klanten te vinden.

Meister Hammes woonde op Andijk niet ver van de Bakkershoek, in een huis dat door de gemeente was gebouwd. Hij kwam hier in 1859 vanuit Papendrecht nadat zijn voorganger, dokter Pieter Stolp, naar Zuid-Scharwoude was vertrokken. ‘Hammes’ klinkt nogal Gronings (patroniem van Hamme, vgl. Tammes en Bammes), maar verder terug zal de oorsprong wel in Duitsland te vinden zijn. Hij was nl. Evangelisch Luthers en zijn vader heette Johann Adolf; wat nogal Duits klinkt.
Pieter Hammes was op 3 maart 1832 te Rotterdam geboren en (waarschijnlijk aldaar) gehuwd met Maria Henrietta van Steenis; ook te Rotterdam geboren, op 13 mei 1835. Hij heeft te Dordrecht gestudeerd en is eerst een paar jaar dokter te Papendrecht geweest. Daar werden twee kinderen geboren, waarvan de tweede reeds in 1862 te Andijk overleed.
Te Andijk werden nog twaalf kinderen geboren, waarvan de laatste twee levenloos.

Meister Hammes was op 13 april 1859 als gast aanwezig in een bijeenkomst van het Nut van 't Algemeen en werd al spoedig lid. Dat hoorde zo: burgemeester, secretaris, dominee, dokter, notaris en schoolmeester waren lid van 't Nut en de welgestelde boeren achtten het een eer om in zulk geleerd gezelschap te mogen vertoeven.

In mei 1865 hield hij voor 't Nut een lezing over ‘voeding’ en het volgende jaar over ‘de magt des veroordeels’. Dat ging over paardevlees, dat bij de boeren, die zelf koe- en kalfsvlees genoeg hadden, taboe was. Paardevlees was armelui's eten! De armen aten het wel, want je werd er sterk van!

Meister Hammes was vooruitstrevend, zo niet zijn tijd vooruit! Op 29 september 1866 stelde hij in een Nutsvergadering voor gymnastiekonderwijs op de scholen te geven; zoals was aanbevolen door Lubach en Allebe. Er werd geen beslissing genomen. Er waren te weinig leden aanwezig. Op 21 januari 1867 stelde hij de kwestie weer aan de orde, maar weer geen beslissing ‘vanwege de diep-ingrijpende financien’.
(25 gulden voor de toestellen en 100 gulden honorarium voor de leraar.) Hetzelfde jaar, op 12 november, ontving meister Hammes een zilveren medaille, ‘wegens betoonden ijver in de zaak der vaccinatie’.

Hierbij valt te bedenken, dat het gereformeerde deel van Andijk principieel tegen vaccinatie was: ‘Zouden wij het goede wel uit de hand des Heeren ontvangen en het kwade niet? De Heere zal het voorzien’.
Hammes was dokter voor heel Andijk, dus zal hij heel wat tegenstand hebben ondervonden.

Hij had blijkbaar een drukke praktijk. Andijk had in de 60-er jaren ruim 2000 inwoners. Op 9 december 1867 werd Johan Scheffelaar Klots, ‘geneesheer’, lid van 't Nut. Deze jongeman was waarschijnlijk assistent van meister Hammes. Maar op 22 maart 1869 heeft hij reeds weer voor 't Nut bedankt en is datzelfde jaar te Hoorn getrouwd met Johanna Maria van Hoolwerff. In 1891 was hij dokter te Westwoud.

Zoals hiervoor reeds gememoreerd waren van de veertien kinderen er twaalf levend geboren. Vier daarvan zijn te Andijk jong overleden; de oudste ervan was pas vijf jaar... Acht van de veertien zijn volwassen geworden. De kinderen die opgroeiden moesten zo mogelijk een trapje hogerop in het dagelijkse leven. Daarvoor gingen ze, na de lagere school op het Buurtje, naar de H.B.S.; eerst te Enkhuizen, later te Hoorn. Dagelijks vice-versa was praktisch onmogelijk. Er was nog geen openbaar vervoer, zoals nu. Waarschijnlijk gingen de kinderen daarom ‘in de kost’ bij familie of kennissen. Zo werd de oudste zoon Johan Adolf, op 26 november 1866 bij de burgelijke stand overgeboekt naar Enkhuizen. Petronella, de oudste dochter, volgde 10 juni 1873.

Johan Christiaan, toen 15 jaar en Cornelis Marinus, 14, gingen op 1 september 1876 naar Rotterdam. Petrus en Gerardus op 9 oktober 1883 naar Enkhuizen en de jongste zoon Theodoor, op 1 september 1886 naar Hoorn.

Kwamen ze een trapje hoger? Het is niet mogelijk van alle kinderen de levensloop na te gaan. Van enkelen hunner weten we iets. De oudste, Johan Adolf (geb. 1856), kwam op 5 februari 1884 van Leiden naar Wognum en werd daar ‘geneesheer’. Hij trouwde te Amsterdam op 28 april 1892 met Geertruy van Steenis. (familie van zijn moeder?)

Er waren waarschijnlijk familie relaties in Noord-Brabant: Petronella vertrok in 1900 naar Almkerk en Christiaan Hendrik in 1898 naar Dinther.
Johan Adolf, de dokter, vertrok 26 augustus 1899 naar Utrecht. Voordien woonden te Wognum zijn zuster en drie broers bij hem in. Omdat de jongens naar de H.B.S. te Hoorn moesten: Gerardus, Christiaan-Hendrik en Theodoor. Petronella zal er de huishouding hebben verzorgd: zij bleef ongehuwd. Johannes Christoffel, geb. 1861, werd koopman te Alkmaar.

Pieter Hammes junior geb. 1869, werd reiziger in tabak te Amsterdam.
Gerardus, geb. 1870, werd werktuigkundige te Leiden. Christiaan Hendrik, geb. 1871, werd kunstschilder. Na de H.B.S. te Hoorn werd hij eerst leerling van de Rijksschool voor kunstnijverheid en daarna van de Rijksakademie, beide te Amsterdam.

Op 2 augustus 1897 kwam hij naar Andijk terug en vertrok 22 april 1898 naar Dinther (N.B.) Hij vestigde zich daar als etser en schilder en maakte reizen naar o.m. Belgie, Luxemburg, Duitsland, Zwitserland en Spanje. Hij overleed op zeer hoge leeftijd (91) op 10 januari 1965 te Hees bij Nijmegen, Huize ‘Laarhoek’.

De jongste zoon, Theodoor, geb. 1874, studeerde ook te Amsterdam. Hij keerde op 3 december 1899 op Andijk terug. Op 30 maart 1901 vertrok hij weer naar Amsterdam en werd daar arts en narcotiseur. Hij overleed te Amsterdam op 19 december 1951, 77 jaar oud. Zo zwermden die Andijker jongens uit. Hoge toppen hebben ze niet bereikt maar dat is ook maar voor enkelingen...

De oude meister Hammes is ruim veertig jaar dokter op Andijk geweest.
Dat was een lange periode. Hij kende zijn klanten tenslotte van haver tot gort! Het was geen gemakkelijke taak: er was veel armoede en ziekte en het peil van de ‘geneeskunst’ was nog bij lange na niet dat van tegenwoordig. In de lange jaren van zijn praktijk groeide de bevolking van Andijk van 2000 tot 2600 inwoners en daar stond hij alleen voor.
Hoewel het katholieke deel van Andijk-West zich meer naar Wervershoof gericht zal hebben. De grootste volksvijand was de T.B.C. Veel jongemannen zijn hieraan overleden, soms stierf het hele gezin. Voeg daarbij de vaak slechte behuizing. Alles geschiedde in een kleine kamer: geboorte, ziekte, dood... Voorts de slechte hygiene: geen waterleiding, alle vaatwerk werd gespoeld in slootwater, (ook de po's van de tbc-patienten!), want regenwater was schaars.
Dan de zuigelingen zorg. Veel babies stierven in de wieg, in veel te zware verpakking. Vooral de voeding was een probleem. Als borstvoeding ontbrak moest de zuigfles dat goedmaken. Eerst volle melk en als die te zwaar bleek, water erbij; al dunner, tot rijstwater toe. Tot de baby van honger stierf... Geen wonder dat meister Hammes een lezing over ‘voeding’ hield!

Uit het grafboek van Andijk-West hebben we een staatje gemaakt van de leeftijd der overledenen. Hiervan nemen we vijftien jaar uit het leven van meister Hammes, om aan te tonen hoe enorm hoog de zuigelingensterfte toen was. Pas na 1900 daalde die en tegenwoordig blijven bijna alle zuigelingen, dank zij de consultatiebureau's, in leven. Ook is het gelukt de TBC te verdrijven. Er mag nog sporadisch een geval voorkomen, maar een volksziekte is het niet meer. (zie tabel 1)

Meister Hammes is op 16 augustus 1900 naar Heiloo vertrokken. Een rustige levensavond is hem niet verleend. Reeds hetzelfde jaar, op 13 oktober overleed zijn vrouw, nog maar 65 jaar oud. En het volgende jaar, op 6 november 1901 overleed Pieter Hammes, zonder beroep, oud negen-en-zestig jaar. Ze zijn beiden niet oud geworden, maar ze hadden dan ook nogal wat achter de rug! Een woord van hulde aan deze man, die veertig jaar streed tegen ziekte en onkunde!


TABEL 1.
leeftijd tot:
levenloos 1 5 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100
JAAR totaal
1865 47 5 19 2 2 5 3 - 3 1 3 3 1 -
1866 36 3 13 3 - 5 1 2 2 4 1 1 1 -
1867 39 4 14 2 - 8 2 1 - 2 3 3 - -
1868 35 2 14 2 1 3 5 - - - 4 - 2 -
1869 36 5 12 2 - 4 3 - - - 2 3 3 -
1870 53 2 15 10 - 4 5 6 - - 3 4 - -
1871 49 - 17 9 3 1 4 - - 5 2 2 2 -
1872 38 1 11 7 2 4 4 3 - 1 1 2 2 -
1873 45 1 17 5 4 1 5 - - 4 - 5 3 -
1874 35 1 18 1 2 - 3 1 - 5 3 1 - -
1875 33 4 11 1 - 1 6 - - 3 4 2 1 -
1876 37 4 7 4 1 5 3 1 2 2 3 3 2 -
1877 41 2 17 5 - 2 4 3 - 1 - 6 - -
1878 43 3 8 13 1 2 4 1 - 2 3 4 1 -
1879 23 5 5 - 2 - 2 - - 4 2 2 1 -
1880 47 3 12 6 1 2 6 6 - 3 3 4 - -

uit het grafboek van Andijk-West

 


© 2001-2024 | Sitemap | Contact

Facebook: Ansichtkaarten van Andijk