Kistemaker

Thuis » Historie » Groei en Bloei van de geschiedenis van Andijk » Pagina 182-183

15. In Flora's tuin, 1924 tot 1932

Donkere wolken

Aan de horizon pakken zich donkere wolken samen. In Amerika kraakt en rommelt het. Dat is fout, want van Amerika moeten wij het juist hebben! De wolken drijven over en verduisteren de Hollandse hemel. Weg alle bloei en zonneschijn! Op de veiling te Bovenkarspel draaien de tulpen door.
Tergend langzaam schuift de lange wijzer over de cijfers van de veilingklok, 80... 70... 60... 50... Bom! Weer een partij waardeloos! In het Krelagehuis te Haarlem leuren de nieuwbakken bollengozers tevergeefs met hun Mendels en Breeders. Het wil niet meer, de klad zit er in! Weg de ganse bollenkraam met de glorieuze namen, veevoer is het geworden en meer niet! Het grootste deel komt op de bolk terecht. Dit wordt een ruïne, hier moet in voorzien worden! In 1932, toen de wereldhandel tot op het laagste peil gedaald was, volgde sanering. Het areaal moet worden ingekrompen. Iedere kweker moet percentagegewijs plantgoed inleveren, om zo het bedrijf weer ‘gezond’ te maken. Och arme!

Er volgt een sombere tijd, met veel lelijke woorden, die nog lang een bittere nasmaak hebben: ‘Werkeloosheid’, Stempelen’, ‘Werkverschaffing’, Crisissteun’. Een grote tulpenbouwer, die voorheen met breed gebaar royale giften uitdeelde, komt nu huilende de bouw op, omdat hij zijn volk niet betalen kan, en dat bij deze lage lonen! De kleine tuinders hebben het nog slechter, zij kunnen hun rekening bij ‘Akkerbouw’ niet betalen. Akkerbouw levert hen geen kunstmest meer. Gevolg: verdere verarming. Want niet alleen met de tulpen gaat het slecht, ook de aardappelen en groenteteelt ligt finaal in de goot! De export wordt zwaar bemoeilijkt door de clearingwet van 1932, d.w.z. betaling op lange termijn. Bij de veiling ‘De Tuinbouw’ te Grootebroek draait men enorm veel door. Naast de veiling liggen hoge bergen aardappelen en bloemkool te rotten. Het is een schande voor God en de mensen, nu er nog zoveel honger in de wereld is, maar wat doe je eraan? Het geld komt maar traag binnen en de Tuinbouw betaalt wat er nog verkocht is, in twee, drie, soms vier keer. Het is verwonderlijk, hoe in een paar jaar een rijk dorp zo tot armoe kan vervallen! Zoals altijd, dragen ook nu de armsten de zwaarste last.

Wie geld heeft, kan huizen bouwen,
Wie het niet heeft, moet de stenen sjouwen’,

Alles is nu spotgoedkoop; nieuwe Gazellefiets fl. 55,-, regenjas fl. 12,50, manchesterbroek fl. 2,48, 30 pond glycerinezeep fl. 1,95, hele 40+ kaas fl. 1,10, 40 eieren fl. fl. 1,-, 10 pond gemalen varkensvet fl. 1,-, 10 pond beste rijst fl. 1,-, 8 pond rookspek fl. 1,-, 8 pond kinnebakspek fl. 1,-, 6 pond mager spek fl. 1,- en ga zo maar door! Maar wat helpt het? De guldens zijn er niet, er moet op de centen gelet worden! De arme mensen worden gesteund, ‘crisissteun’ heet dat. Ze krijgen pakjes margarine voor elf cent en busjes groente voor dertien cent en goedkope eierkolen. De middenstand draait in deze mallemolen mee, verkoop, verkoop, verkoop, zo snel mogelijk om de leveranciers te kunnen betalen. Ze zien met wanhoop de lijst van wanbetalers gedurig groeien, het loopt vast, als het zo door gaat!

Er is een groep, die van deze crisis weinig last heeft en dat zijn de ambtenaren. Hun salaris daalt voorlopig niet en door de groeiende paperassenwinkel zijn er steeds meer ambtenaren nodig. De lage prijzen zijn voor hen zeer welkom. In 1937 heeft Andijk op een na het laagste inkomen van alle gemeenten in de omtrek; fl. 145,-. Wervershoof heeft het trieste record; fl. 113,-! Het gemiddelde van Noordelijk Noord-Holland is fl. 292,- van Nederland fl. 317,- (C.B.S.).

De werkelozen van Andijk worden aan het werk gezet in de werkverschaffing: diepspitten en slootgraven, alles in tariefwerk. Vooral voor wie geen grond gewoon is, is dit zware arbeid. Als ze vrijdags op op het raadhuis hun loonzakje krijgen, valt de inhoud vaak niet mee. Hun opzichter is Joost Dekker.
Hij is indertijd als ‘pottenjongen’ met de Sliedrechters meegekomen en heeft verstand van grondwerk. Een ondankbare baan! Joost heeft het altijd verkorven! Als burgemeester Groot de gemoederen wat wil sussen, gaat een arbeider met hem op de vuist! Het loopt met een sisser af De arbeiders mogen die ‘burrie’ niet. Ze zien in hem de boerenzoon met een vaste baan, die gemakkelijk praten en commanderen heeft, maar van armoelijden nooit geweten heeft. In 1938 is er een vertrekoverschot: er zijn 80 personen meer vertrokken dan ingekomen. De arbeiders, die hier in de glorietijd van de tulpen binnengekomen zijn, zoeken nu een betere stee. Voor de overigen blijft het slecht, tot aan de oorlog toe. ‘Ga maar rustig slapen’, zei Colijn.

 


© 2001-2024 | Sitemap | Contact

Facebook: Ansichtkaarten van Andijk