Kistemaker NetWerk

Boeken » Met sprongen door de Andijker Historie » Hoofdstuk 9

9. De afscheiding. 1834.

 HET begin is maar klein.... Daar is Pieter Sluis, die zijn kind niet wil laten dopen.... en Pieter Vriend, die de kerk uitloopt, omdat dominee niet naar zijn zin preekt.... en Willem Kooyman, die bij de doop van zijn zoon niet aanwezig wil zijn.... en Maartje Mantel, die de dominee bij het huisbezoek de deur wijst, omdat hij er „gien boeskip” heeft....
 Het zijn maar kleine incidenten.... maar het bewijst, dat er roering komt in de Hervormde Kerk. Telkens komen er meer ontevredenen, die niet meer ter kerke gaan, „zeggende dat deze onze kerk een Remonstrantsche kerk „is.... „, zoals ds. Van der Zee met heilige verontwaardiging in het Notulenboek van Buurtje schrijft.
 Lang is het rustig geweest in de kerk.... Tijdens de oude dominee Van den Berg, die hier zeventien jaar gestaan heeft en in 1 8 2 1 in vrede gerust is, was er geen spoor van beroering. Maar onder zijn opvolger, ds. Van Spall, is het begonnen.... Op 2 April 1 8 2 6 schrijft Zijn Eerw. in het Notulenboek: „dat eenige leden in de gemeente bijzonder ontevreden zijn en opkomen tegen de kerkelijke inrigtingen, de wijze van Evangelieprediking en het gebruik van het kerkelijk goedgekeurde onderwijsboekje van Brink....”
 Het loopt nog met een sisser af: de kerkeraad besluit: „de oneenigheid door bedaarde en verstandelijke overreding uit de weg te ruimen....” Maar reeds op 9 Juli d.a.v. wordt weer gedelibereerd: „omtrent de verwijdering van eenige personen uit de bijeenkomsten”.
 Eén van de roerigste elementen is wel de reeds genoemde Jan Calmijn.... de deserteur. In 1825 is hij getrouwd met Elsje Groot en heeft zich daardoor ingeburgerd in een zeer talrijke Andijker familie, want zijn schoonvader heeft maar even.... achttien kinderen! Jan Calmijn, Pieter Sluis en Pieter Vriend zijn zwagers. Zij en vele anderen hebben de kerk de rug toegekeerd en vergaderen in gezelschappen, waar geen dominee, maar een „oefenaar”, toegerust met „singuliere gaven” voorgaat. Eén van die voorgangers is Jan Willem Vijgeboom, een boer uit Axel in Zeeuwsch-Vlaanderen. Niet onmogelijk is het door het toedoen van Jan Calmijn, dat deze Zeeuw hier preekt....? Dat gebeurt ook op 23 Augustus 1 8 2 9 „onder kerktijd” in het huis van Jan Calmijn.... Dat is zeer gevaarlijk, want samenkomsten van meer dan 20 personen zijn verboden!
 Als de oefening goed en wel aan de gang is, wordt er op de deur geklopt en treden de veldwachter Gerrit Luyt en de burgemeester Maarten van der Meer binnen, welke laatste „met bevende hand” de namen van de aanwezigen noteert. Het proces-verbaal heeft geen verder gevolg „het is in de geboorte blijven steken”, schrijft Pieter Vriend in zijn „ooggetuigeverslag”.
 Nog datzelfde jaar 1829 vervoegt Jan Calmijn zich meermalen bij ds. Van der Zee aan huis, om van de lidmatenlijst geschrapt te worden.... eerst netjes, maar als dominee hem met het bekende kluitje in het nog bekender riet wil sturen wordt hij „zeer brutaal”, hoewel dominee hem zeer minzaam antwoordt, dat er voor schrapping z.i. geen reden is....
 Maar geschrapt of niet geschrapt.... de scheuring, werkt door en weldra zijn de scheurmakers het onderling niet met elkaar eens; Inplaats van één gezelschap zijn er weldra drie....! Eén van deze groepen volgt een Pieter Kooyman na en zijn volgelingen worden daarom „Kooilui” genoemd.... De tweede groep concentreert zich rond Pieter Vriend.... het zijn meest leden van de grote familie, waarvan Nanne Groot de pater familias is.... De derde groep volgt Jan Masereeuw, de profeet van Opperdoes en heet naar hem „de Masereeuwers”. Zij vormen een zeer gesloten gezelschap, dat geen contact met de andere groepen wil hebben, maar alleen let op wat „Vader Jan” zegt of liever schrijft, want Jan is geen groot redenaar.... Een eigenaardige figuur, deze profeet van Opperdoes. Hij is geboren in 1 7 7 9 en heeft zijn jeugd doorgebracht „op de korenakker en tussen het rundvee”, zoals hij zelf schrijft. Na zijn huwelijk met Maartje Heynstman, pl.m. 1800, wordt hij landbouwer, maar dat eindigt met een financiële mislukking.... Toch is hij niet slecht ontwikkeld: in de Franse, tijd is hij zelfs enkele jaren Maire van Opperdoes! Hij woont eerst te Opperdoes en later, in het Veldhuis te Oostwoud, juist een plek voor hem om zich aan „wijsgerige” bespiegelingen over te geven.... In 1822 gebeurt er iets wonderlijks: Jan Masereeuw is naar gewoonte met zijn roeischuitje naar Medemblik ter markt geweest en roeit met bedaarde slagen huiswaarts.... Plotseling omschijnt hem een helder licht en een stem uit de hemel roept hem.... tot driemaal toe! Van die dag af voelt hij zich uitverkoren en hij ondertekent zijn geschriften dan ook d r i e m a a l : „Jan Masereeuw, geroepen dienaar....”
 Is dit vrije fantasie van Jan Masereeuw? Is het overprikkeling van een vermoeide geest? Het zij zo.... Jan Masereeuw gelooft het zelf en hij weet zijn volgelingen dit geloof bij te brengen.... Hij trekt zich uit het openbare leven terug en schrijft „in een donkere kamer” ellenlange, duistere geschriften, die de schijn hebben zeer wijsgerig en diepzinnig te zijn, met talrijke aanhalingen en verwijzingen naar bijbelteksten.... Want, ondanks alle eigenaardigheden, die de Masereeuwers hebben, bijbelvast zijn ze zeker! De geschriften van Vader Jan worden in de gezelschappen voorgelezen en dat duurt een hele tijd: van 's morgens acht tot twaalf uur aan één stuk.... Dat vooral de jeugd zich daarbij gruwelijk verveelt, is zonder meer duidelijk! De voorlezer is doorgaans een eenvoudig, ongeletterd man, want geleerdheid is uit de boze.... uwe grote geleerdheid brengt U tot razernij, zegt de apostel Paulus.... Daarom leest de man slecht.... en dan een lectuur om bij in slaap te vallen. Vader Jan fulmineert tegen alles wat des kerks is: tegen de dominees, omdat ze loondienaars zijn en in mooie huizen wonen.... Dit is vrij naïef, want de dominees hebben het in het begin van de 19e eeuw al even slecht als het volk, doch hoor hoe vader Jan tegen hen te keer gaat:
 ”....hebt gijlieden het ongemerkt al zoover gebracht, dat het door de algemeenheid en gewoonte nu reeds een behoefte des tijds geworden is dat de gemeenten, hoe arm, nooddruftig en behoeftig ook, evenwel onvermijdelijk moeten zorgen, dat ulieden geen ordinaire, maar den meer dan ordinaire woning ter beschikking is en kunnen zij dat onmogelijk doen, dat doet er niet toe, want het is een ingebeelde en onontbeerlijke behoefte van deze 19e eeuw, het moet er wezen; en gijlieden gaat met vele pluimstrijkerijen en olie tot den koning en buigt U nederig en eerbiedig voor alle grooten der aarde, bestraft hun zonden niet, maar roemt die veeleer in hun tegenwoordigheid als deugden. En om hun genoegen te geven en van hen als goden geëerd te worden, buigt gij het zwaard Gods, n.l. Zijn Woord in duizenderlei bochten; aangedreven door den wind van wereldschen hoogmoed, zoekt gij heil en steun bij den vleeschelijken arm en zegt eerbied, eerbied voor des Konings woord....” En zo gaat hij nog bladzijden door.... Daarbij komt nog zijn valsche nederigheid: „Zoo wensch ik daar niet te komen met een omslag van gemaakte woorden der menschelijke wijsheid.... (sic).... ik, ja ik, die in mijzelf een verachte en nietige worm ben.... ik, arm worstelaar en gevangene des Heeren....”, terwijl hij op andere plaatsen zich zelf de profetenmantel omhangt: „naar de bedeeling der genade Gods, die mij gegeven is en die mij van voor de grondlegging der wereld af in Christus tot dit gewichtig werk heeft verordineerd....”, „mij, arm man, die de laatste, ja de a l l e r l a a t s t e vermanende getuige des Heeren ben....”, „tot bevestiging dezes, zoo onderteeken ik dit ten derde male met mijn hand: Jan Masereeuw, Geroepen dienaar van Hem die zegt: Ik ben de eerste en met de laatste de zelfde. Hem zij de eer, de heerlijkheid en dankzegginghe tot in alle eeuwigheid. Amen.”
 Dat klinkt profetisch en de volgelingen van vader Jan zijn dan ook diep onder de indruk.
 Zij volgen Jan in alles, hoe ongerijmd het ook mag schijnen.... Geen kerkelijk verband of bestuur, geen wet, geen tucht, geen kerkeraad, geen psalmen of gezangen, geen catechisatie.... kortom niets wat op de kerk lijkt, uitgezonderd de bijbel en de geschriften van JAN. Daarom ook geen doop, geen avondmaal, zelfs geen schoolonderwijs, want dat is immers totaal „verwereldlijkt”.... Met klem verzet JAN zich tegen de vaccinatie, de koepokinenting, door Jenner gepropageerd en hij wijkt geen duimbreed, zelfs niet als zijn eigen kinderen aan pokken sterven en de overigen hun verder leven pokdalig blijven....
 Het aantal Masereeuwers neemt geleidelijk toe.... op Andijk nog sneller dan te Opperdoes. Ze trouwen alleen met leden van hun secte en bijna alles wat op Andijk Sluis, Groot of Vriend heet is Masereeuwer.... Het stamhuis met de 18 kinderen is daar natuurlijk niet vreemd aan! Omstreeks 1880 stichten zij te Andijk een eigen gebouwtje.... nu eigendom van „Patrimonium”. Kort daarna sterft de secte uit.... we herinneren ons nog twee weduwvrouwen, die samen oefenden en elkander stichtten, pl.m. 1915.
 De tweede groep, onder leiding van Pieter Vriend, is heel wat minder anti-kerkelijk. Ze zijn alleen niet tevreden met de gang van zaken in de Hervormde Kerk. Ondanks het verbod gaan ze door met het oefenen in gezelschap, waarin eenvoudige voorgangers uit de omtrek het bijbelwoord verklaren. Zo lezen we van een „Bavius Elia”, naar wie de volgelingen „bavianen” gescholden worden en van „de man van fijne Kaatje” uit Enkhuizen, die hier oefenen. „Vreemde, onwettige prekers”, noemt ds. Van der Zee hen en hij heeft gelijk, want gezelschappen groter dan 20 personen zijn nog steeds bij de wet verboden....   Jan Calmijn, Pieter Vriend, Pieter Kooyman, Pieter Brouwer, Klaas ten Oever, Jacob Ellerbroek en hoe die voortrekkers meer mogen heten, storen zich aan dit verbod geenszins. Op, 15 October 1 8 3 6 preekt hier Ds. De Cock uit Ulrum in het huis van Jan Calmijn en institueert hier de Gereformeerde Kerk van Andijk, met aanvankelijk slechts v ij f t i e n leden. Tot ouderlingen worden gekozen Jacob Ellerbroek en Klaas ten Oever en tot diaken Pieter Brouwer.... Een kleine kudde luistert met gespannen aandacht naar de eenvoudige prediker, die hen vertroost met de Woorden uit de Hebreeër brief: „Daarom dan ook,. alzoo, wij zoo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen allen last en de zonde, die ons lichtelijk omringt en laat ons met lijdzaamheid loopen de loopbaan die ons voorgesteld is, ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, dewelke, voor de vreugde, die hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen en schande veracht en is gezeten aan de rechterhand des troons van God.” Een bemoedigend woord in tijden van vervolging, want nog steeds moeten de afgescheidenen veel „schande verachten”.... Andijk maakt een gelukkige uitzondering.... het leeft hier rustig in zo n afgelegen oord....
 Het volgende jaar, 1 8 3 7, preekt hier Scholte, afgezette predikant van Doeveren, Gansoyen en Genderen, die met ds. De Cock een der belangrijkste figuren der afscheiding is. „Het wonder van Doeveren” wordt hij genoemd Als geboren Amsterdammer is hij zeer welsprekend en zijn faam gaat voor hem uit! Overal, waar hij komt kan hij op grote belangstelling rekenen... . Als hij op 12 Maart van het volgende jaar, 1838, weer preekt in het huis van Calmijn, zijn er honderdtwintig mensen vergaderd.... Scholte laat eerst Hebreeën 10 lezen (een vermaning tot volharding in het geloof) en dan houdt hij een gloedvolle rede over Hebr. 11 vers 1: „Het geloof nu is een vaste grond der dingen die men hoopt en een bewijs der zaken die men niet ziet.” Scholte is een vurig prediker.... Hij vreest de strijd niet.... integendeel, hij houdt er van het vuurtje eens flink heet te stoken.... Daarmee haalt hij zich de haat van de tegenstanders op de hals.... Maar ook dat deert hem niet! Zo is hij in Brabant aan het plukharen met.... dominee Van Spall, dezelfde die eerst op Andijk stond!
 Tot dusver hebben de „afgescheidenen”, zoals hun scheld- of erenaam voortaan luidt, in huizen of in schuren vergaderd.... Bij de aanwas van het aantal lidmaten wordt dit bezwaarlijk. Er is dringend behoefte aan een eigen kerkgebouw.... en in 1 8 4 0 komt het zover.... Het is niet veel moois.... het is maar een klein houten gebouwtje.... een schuurtje of wagenhuis, tot kerkje vertimmerd, maar:

„'t heeft in 't hart meer vreugd gegeven
dan anderen smaken in een tijd,
als zij, door aardsch geluk verblijd
bij koorn en most wellustig leven....”

 Zo zingen de Gereformeerden het en buiten zingen de jongens spottend:

„Vier Oostopper boeren
Die hebben daar een kerk gebouwd,
Maar kunnen geen toren voeren....”

 Hier zit de fout: Andijk wordt verdeeld in „grôven” en „fijnen” en de vijandschap wordt van weerskanten gevoed.... „Dit moet, mijne broeders, alzoo niet geschieden.” Het is de afgescheidenen niet vreemd, als er midden onder hun kerkdienst een hagel van stenen op het dak klettert of een ruit in scherven valt.... dat doen de „grôven”. Maar, aan de andere kant, welke boosaardige verhalen gaan er niet rond over dominee Van der Zee....? Hij steelt 's nachts de paling uit de fuiken en 's Zaterdags wedt hij aan het biljart met zijn ouderlingen, dat hij zijn gehoor aan de ene kant zal laten lachen en, aan de andere kant huilen.... Dan haalt hij 's Zondags een slip van zijn hemd uit de broek, maar preekt aan de overkant zo vermanend ernstig, dat de verhardste zondaars zich met hun zwartgestippelde zakdoek de ogen moeten uitvegen....
 Is ds. Van der Zee werkelijk zo'n „prent”? Gerekend naar wat hij in het Notulenboek van Buurtje schrijft z e k e r niet! Dan is hij een ijverige dominee, die het goed met zijn gemeente voor heeft.... maar wie de tijdstroom te machtig wordt.... hij kan er niet langer tegenop roeien.... In 1858 wordt hij afgezet.... nadat hij hier 29 jaar gestaan heeft.... Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen!
 De tiende sprong is klein. We blijven nog in de veertiger jaren van de vorige eeuw.... een miserabele tijd! We zien hoe het leven te Andijk zich geleidelijk wijzigt.


© 2001-2019 | Kistemaker NetWerk | Sitemap | Contact

Westfries Genootschap