Kistemaker

Thuis » Jaarboeken Oud Andijk » 1981 » pagina 17-19

"Hulp bij Ziekte" - "Hulp bij Ziekte en Ongeval" - "Helpt Elkaar"

Omstreeks 1900 was Andijk een groeiend tuinders-dorp. De betere beheersing van het waterpeil in de polder zal wel tot die groei hebben bijgedragen. Toen men het waterpeil minder in de hand had was er vooral grasland. Want alleen gras is bestand tegen een tijdelijk - soms zelfs vrij langdurig - te hoog peil.
In de tijd rond de eeuwwisseling was er ook een duidelijke toename van de bevolking in West-Europa. Steeds meer grasland werd gescheurd omdat het gebruik van kunstmest meer mogelijkheden ging bieden, er meer vraag kwam naar groenten, aardappelen en zaden en dat bood mogelijkheden voor veranderingen.

Het grasland werd omgeploegd, "gescheurd" werd dat genoemd. Het werd mogelijk met zeer geringe middelen zelfstandig tuinder te worden. Het oogstseizoen werd opgevangen door de werkdagen langer te maken. 's Morgens om vier uur beginnen was niet ongebruikelijk. Ook de hulp van kinderen werd zeer op prijs gesteld en dat was vaak ook bitter nodig. Zolang de tuinder gezond was liep het bedrijfje wel, maar als hij door ziekte of ongeval niet in staat was naar zijn "bouw" te gaan, dan kwam Holland in last. Een paar dagen gng het nog wel, maar was de ziekte van lange duur, dan moest er raad geschaft worden, immers - wat er ook gebeurt - het werk moet doorgaan! De grond moet op tijd worden bewerkt; zaaien, planten, gewasverpleging, oogsten, al deze zaken moeten op de juiste tijd gebeuren. En als dat dan niet gebeurt dan is er veelal weinig of geen oogst te verwachten. Dat betekent het einde van het bedrijf!

Het samenwerken was de Andijkers niet onbekend. "Akkerbouw" bestond toen al als een aan- en verkoopvereniging, waarvan boeren en tuinders lid waren. Nu begon zich ook het verzekeringswezen te ontwikkelen, maar een ziekte- en ongevallenverzekering voor de kleine tuinder was voor de meesten te duur.... trouwens wie kon er voor zorgen dat je op het kritieke moment van ziekte die hulp verkreeg die je nodig had. Voor geld is veel, naar niet alles te koop! Een zieke tuinder heeft een vakman nodig voor zijn bedrijf en die vakman is zijn buurman en verdere mede-tuinders uit de buurt. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat de tuinders met elkaar zijn gaan overleggen hoe men elkaar zou kunnen helpen. Was het mogelijk om gezamenlijk iets te bereiken?

Het is een bekend feit dat bijna iedereen bereid is in geval van nood een helpende hand te bieden.... eerder een helpende hand, dan een hand met geld. Uitgaande van dat gegeven en misschien ook naar voorbeelden van elders werd er door een aantal tuinders een vergadering bijeen geroepen. Het waren er 34, die bijeen kwamen ten huize van J.Groot Tzn., bijgenaamd "Jan Worst". Hij woonde in het café, dat nu bekend is onder de naam "'t Ankertje". Dit gebouw stond toen aan de andere kant van de weg. Het was wel ongeveer hetzelfde gebouw, maar het is, na de storm van 1916 en de daarop gevolgde verzwaring en verbreding van de dijk, een halve slag gedraaid en weer opgebouwd op de plaats waar het nu staat. De foto's daarvan zijn in het Museum te zien.

Tijdens de oprichtingsvergadering voor een vereniging van tuinders die elkaar zouden helpen bij ziekte en moeilijkheden werd er al ijverig gesleuteld aan reglementen, die overigens verbluffend eenvoudig waren.
Zoals: Art. I, Het doel dezer vereniging is elkander in tijd van ziekte of enig ander ongeval te helpen door werkkracht voor zover het tuinbouwbedrijf betreft.
Art. II, de wijk loopt vanaf de Krimper, huis van Volkert Broer, ongeveer waar nu P. Smit woont op nummer 430, tot het huis van T. Krul Azn. Deze woonde in een van de huisjes ten Oosten van de meestoof. "Klein Amsterdam" werd dit buurtje wel genoemd.

Aan deze grens werd vrij strak de hand gehouden. Er waren dan ook meerdere verenigingen, die op dit terrein werkten. Zij beconcurreerden elkaar niet wat de leden betrof. De plaats van het huis was maatgevend ten aanzien van welke vereniging men lid werd. Het onderlinge contact was eenvoudig: het was gebruikelijk dat de bestuursleden "aanzeg" deden voor wie men moest werken in geval van ziekte. Want dat was de basis van het systeem: als een tuinder door ziekte of ongeval niet kon werken, dan werd hij door zijn collega's geholpen en wel zo dat elk lid van de vereniging een dag bij hem kwam werken. Was, volgens de ledenlijst, de zieke zelf aan de beurt, dan werd er die dag bij hem niet gewerkt. Dus bestond er toen ook al het begrip van een deel "eigen-risico".

Oud-Andijk is in het bezit van het Notulenboek van de vereniging "Hulp bij ziekte'. In dit ene boek staan de notulen van de oprichtingsvergadering op 27 januari 1904 af, tot en met 7 februari 1955. Het vervolgboek hebben wij helaas niet!

Eenmaal per jaar werd een jaarvergadering gehouden en verslag uitgebracht. De leden betaalden een geringe contributie. Men begon in 1904 met ƒ 8,-, bijeengebracht door 34 leden. De ontvangsten over dat jaar bedroegen ƒ 10,50 en de uitgaven ƒ 5,80; saldo ƒ 4,70. In 1955 kwam aan ontvangsten binnen: ƒ 64,50, de uitgaven beliepen ƒ 51,65 en het saldo was ƒ 12,85.
Maar het totaal aantal gewerkte dagen is van meer belang. In 1904 waren dat er 57, in 1914: 360 dagen, in 1924: 402 dagen, in 1934: 622 dagen, in 1944: 453 dagen, in 1954: 227 dagen.
Uitschieters waren de jaren 1936 met 830 dagen en 1927 met slechts 120 werkdagen. 1945 spande de kroon met 894 werkdagen.

Het 25-jarig bestaan was aanleiding voor een feestavond waarbij toen het Trio Hofman optrad, een in die tijd zeer bekend gezelschap. Het 40-jarig bestaan zou worden gevierd met een reisje. Men had ervoor gespaard, maar het was 1944. De toenmalige voorzitter, C. Mantel Tzn. maakte toen de volgende opmerking over de reis: "De voorzitter zegt uit rijden zal wel niet gaan of het moet met een kruiwagen zijn, als het wiel tenminste goed is." Wat er toen wel is gebeurd, vermelden de notulen in het boek niet. Het 50-jarig bestaan werd gevierd in "Cultura", met onder andere het optreden van het Langedijker Cabaret, hetgeen een groot succes was. J. de Vries Dzn. van Munnekay won een jodenkoek; hij had de eerste prijs gewonnen met het raden naar het juiste aantal gewerkte dagen vanaf de oprichting. Het aantal was 16.096, dat wil zeggen dat er gemiddeld 322 dagen per jaar is gewerkt voor collega-tuinders, die door ziekte of ongeval niet konden werken.

Wij kunnen gerust stellen dat deze verenigingen uitstekend werk hebben gedaan; het was een sociale verzekering in de zuiverste vorm. Er is zelfs nog een reglementsartikel geweest waarbij de leden verplicht waren om aan een medelid, wiens pootaardappelen door brand verloren waren gegaan, twee bakken "Duitse poters," ter beschikking te stellen.
Tijdens de jaarvergaderingen werd er bijna altijd gesleuteld aan de reglementen. Van de in de aanhef van dit artikel genoemde verenigingen hebben wij deze reglementen. Mochten er onder onze lezers zijn die nog boeken en bescheiden hebben, die ook betrekking hebben op dit soort zaken, dan zouden wij die graag inzien of verwerven. Alles is van belang als het over het verleden gaat; de geschiedenis van ons dorp.

C. Visser.


© 2001-2020 | Sitemap | Contact

Westfries Genootschap