Kistemaker NetWerk

Jaarboekjes Oud Andijk » 1986 » pagina 19-21

Neutrale Bond van Boeren, Land- en Tuinbouwers
(Opgericht 4 november 1932 in Andijk)

Wij schrijven 1932 en het gaat met de economie in Nederland heel slecht. De export, die voor het land van groot belang is, wordt door het optrekken van tariefmuren in het buitenland moeilijk, zo niet onmogelijk gemaakt, met als gevolg: lage prijzen voor zowel industriële- als ook voor land- en tuinbouwproducten.
Teeltbeperking is een mogelijkheid om de aanvoer te verminderen en deze maatregel wordt voor groente, vroege aardappelen en bloembollen ingevoerd. De tuinders werden min of meer overvallen door deze maatregelen en de behoefte aan een vorm van organisatie deed zich sterk gevoelen bij de Andijker tuinders. De verschillen van levensovertuiging leidden ertoe dat elke groep zijn eigen weg ging. Dat betekende dat hier drie organisaties werden opgericht te weten de LTB, de Land- en Tuinbouw Bond (Rooms Katholiek), de CBTB, de Christelijke Boerenen Tuindersbond (Gereformeerd) en de Neutrale Bond van Boeren, Land- en Tuinbouwers.

Men startte met dertien leden. Het bestuur bestond uit P. Blom, voorzitter, W. Bakker, secretaris, M. Dekkers, penningmeester en de leden: P. v.d. Braber en T. Rusting. Na enkele maanden was het ledental gestegen tot 70 en die stijging heeft zich voortgezet tot rond 1955. Toen waren er 150 leden. Daarna begon de teruggang en in 1980, toen de afdeling werd opgeheven, waren er nog 16.

In 1935 veranderde de naam in Nederlandsche Tuinders Bond. Het doel van de bond was verbetering aan te brengen in de tuinbouwsector. De steunmaatregelen, die er waren, betroffen groente en vroege aardappelen. De Andijkers teelden veel Eigenheimers en dat was een middel-vroege, of zo men wil middel-late aardappel. Deze vielen buiten de steunmaatregelen en werd voor de marktprijs geteeld, die zeer laag was. Verder werd er hier weinig groente geteeld, dus weinig teeltvergunningen voor deze gewassen, hetgeen de mogelijkheden voor de tuinders zeer beperkte. De NTB heeft heel veel gedaan om daarin veranderingen aan te brengen; helaas niet steeds met succes. Er is veel voor gedaan: besprekingen met zusterorganisaties met vergaderingen op provinciaal en landelijk niveau over regelingen voor loonbijslag en over CAO's met de arbeidersorganisaties. De sterk wisselende uitkomsten van de tuindersbedrijven in die jaren vroegen alle aandacht en zorgen van de bestuurders van de NTB. Het moet gezegd worden: zij hebben zich zeer daarvoor ingespannen.

In 1942 werd het werk stilgelegd en de NTB werd opgeheven. Wij werden allen geacht lid te zijn van de Landstand; de organisaties waar wij in de oorlog op steunden waren: Veiling "De Tuinbouw", "Akkerbouw", en de "Coöperatieve Zaaizaad Vereniging Wijdenes".

Na de oorlog werd getracht om een Neutrale Lagere Tuinbouwschool op te richten, samen met de Nederlandse Bond van Plattelands Vrouwen is een onderzoek opgezet naar de wenselijkheid van Huishoudonderwijs. Men bemiddelde bij het verkrijgen van schaarse bedrijfsbenodigdheden als laarzen, oliekleding, luchtbanden voor wagens, rijwielbanden, enz. Ook organisatorisch veranderde er wat. Er kwam in 1946 een fusie met de Hollandse Maatschappij van Landbouw en in 1947 volgde aansluiting bij het Koninklijk Nederlands Landbouw Comité. Cursussen zijn er bijna niet gegeven; dat deed "Akkerbouw".

De moeilijkheden in de bedrijfsvoering van de tuinders werden in de jaren-vijftig groter. Mechanisatie was door de indeling van het land slecht uitvoerbaar. De roep om verkaveling werd steeds sterker en hieraan zijn vele besprekingen gewijd. Andijk wilde niet wachten op een grote verkaveling en men ging er hier toe over om twee blokken tussen Hoeksloot en Broekersloot op vrijwillige basis te verkavelen.
De Publiekrechtelijke Bedrijfs-Organisatie (PBO) met alle vertakkingen als Bedrijfs-  en Productschappen kwam op gang. Elke organisatie wilde echter een vertegenwoordiger hebben en daarbij wreekte zich het feit dat de tuinders zo gescheiden optrokken. Er werd bij het benoemen van vertegenwoordigers wel eens meer naar de kleur dan naar de geschiktheid gekeken.

Aan het einde van de jaren-vijftig werd het grote verkavelingsplan ingediend door de Cultuur Technische Dienst en G. de Vries Sz., lid van de NTB, werd benoemd in de Voorbereidings Commissie. Hij heeft, samen met de Andijker C. Kuin, veel werk verzet, waarvoor men hem tot in lengte van dagen dank verschuldigd is.
Vele kleine tuinders waren al vóór de verkaveling gestopt en hadden elders werk gezocht. Het Ontwikkelings- en Sanerings Fonds bood gelegenheid tot bedrijfs-beëindiging. Door de gemeente Andijk werd een Agrarische Commissie ingesteld om de moeilijkheden in de tuinbouw zo mogelijk op te lossen. De Stichting School en Proeftuin aan de Hoekweg werd opgericht. Men bemiddelde bij het verkrijgen van erkenningseisen voor beginnende tuinders en bij het verkrijgen van de benodigde teeltvergunningen onder andere voor bloembollen.
Er waren velerlei activiteiten voor informaties. Zo bijvoorbeeld: Hoe komt een tuinder de winter door? Hoe maken wij de uren productief? Het tulpen trekken voor de bloem wordt behandeld; het werken samen of individueel. Sprekers worden gevraagd om te spreken over de invoering van de EEG. De jaren-zestig waren hier voor de tuinders niet gemakkelijk. De veranderingen in teelten en afzet stormden op de tuinders af. Zij konden niet meekomen door het steeds maar uitstellen van de verkaveling, die er dan toch doorkomt aan het einde van 1969. In die tijd wordt er te Lutjebroek een vergadering gehouden met als onderwerp: de veilingen in West-Friesland. Men wil komen tot één groenteveiling; er zijn er dan nog 16 in Noord-Holland.
De bedrijfstypen in Andijk gaan zich wijzigen. Had men vroeger per bedrijf ongeveer dezelfde gewassen als aardappelen, groenten en bloembollen, nu gaat men zich steeds meer specialiseren. De zaadteelt is samen met de teelt van gladiolen al verdwenen; de eerste door klimatologische omstandigheden, de laatste door allerlei ziekten in gewas en grond.

Het aantal leden van de NTB daalt gestaag. Het bestuur in de jaren-zeventig deed zijn best, maar men kon de leden niet meer naar een vergadering krijgen. Er werd door het bestuur nog heel wat werk verzet: men denke aan het structuurplan "De structuur van de land- en tuinbouw in de gemeente Andijk". Dit plan was tot stand gekomen in samenwerking met LTB en CBTB.
Herhaalde pogingen werden ondernomen om tot één tuindersorganisatie te komen. Veilingfusie werd op diverse provinciale- en landelijke vergaderingen van de organisatie besproken. Iedereen is er vóór, maar niemand is bereid om zijn baantje op te geven. Dat is vaak de uiteindelijke conclusie. Steeds meer blijkt dat de leden minder bereid zijn om aan de discussies over problemen in de bedrijven deel te nemen. Men kwam niet meer en in 1980 besloot het toenmalige bestuur om de afdeling Andijk van de NTB op te heffen en de leden te adviseren lid te worden van een nieuw op te richten afdeling Oostelijk West-Friesland van de Hollandse Maatschappij van Landbouw.
Het laatste bestuur werd gevormd door H. Tuijtel, voorzitter, W.J. Visser, secretaris, W. Visser, penningmeester, E. Bobeldijk en R. Leegwater, leden. Op de laatste ledenvergadering waren aanwezig: vijf bestuursleden en één lid. De notulenboeken gingen naar het Streekarchief.

Het merkwaardige feit doet zich voor dat de afdelingen van de CBTB en van de LTB nog een behoorlijk aantal leden tellen, die belangstelling hebben voor hun Bond. Daarbij zal de gemeenschappelijke levensovertuiging wel een rol spelen. Deze binding miste de Nederlandse Tuinders Bond.

C. Visser.


© 2001-2019 | Kistemaker NetWerk | Sitemap | Contact

Westfries Genootschap