Kistemaker NetWerk

Jaarboekjes Oud Andijk » 1988 » pagina 9-11

Over de vroegste bewoning van de polder "Het Grootslag"

Het bloeiende Genootschap "Historisch Genootschap Oud-Westfriesland" heeft ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan een diaserie laten maken over archeologie, over de uitgevoerde opgravingen in de polder.

Vier duizend jaar geleden zijn er in dit gebied rond het huidige Andijk mensen gaan wonen. Het landschap was een krekenlandschap. In die tijd waren de duinen nog niet gevormd. Het landschap was een soort Wadden- of Biesbosch-gebied. Bij laag water kwamen grote delen droog te liggen. In deze periode was er rijkelijk begroeiing. De planten stierven in de winter af. Door zo'n proces dat zich over honderden jaren voortzette, ontstond een veenpakket. En daarmee steeg de bodem. De stroom nam zand mee, dat bij dood-tijd op de bodem werd afgezet in de kreken. Zo werd de bodem gevormd. De Nederlandse kust is levensgevaarlijk en heel wisselend: een zandbank kan zich in korte tijd honderden meters verleggen. Zo kan zo'n zandbank ervoor zorgen dat de zee niet meer in het krekenstelsel kan binnen dringen. De druk van het zoete water van de IJssel die door dit gebied kwam, nam toe en het veengebied zakte ineen. Met de kreekbodem gebeurde er niets; zand klinkt niet ineen. Bij Schellinkhout is de weg hoger dan het land, die is op een kreekrug gelegd en dat is nog goed te zien. Bij Binnenwijzend geldt dat de weg langs de spoorlijn. Er is een voorbeeld waarbij de voorkant van een stal - op het zand - niet werd onderheid, maar de achterkant, die op het veen kwam te staan, wel. De mensen gingen op de kreekruggen wonen. West-Friesland is in Steen- en Bronstijd bewoond geweest. Omstreeks 700 voor Chr. is de agressie van de zee groot en begint de bevolking weg te trekken. Dat is de tijd die wij IJzertijd noemen. Bij Zandwerven zijn voor dit gebied de oudste voorwerpen gevonden. Zand voor de zomerstallen werd vaak van Zandwerven gehaald. In de rest van de oude duinenrij van Castricum, Limmen, Akersloot is er geen sprake van permanente bewoning geweest. Wel kwamen hier jagers en vissers. Van de doden, die gecremeerd werden, werd de as in klokvormige bekers gedaan. Wie werden begraven werden bijgezet met giften die veelal in bekers werden meegegeven.

Archeologie behandelt de kennis van het verleden vanuit bodemsporen en "artefacten", voorwerpen als grafgiften. In graven die bij Oostwoud zijn gevonden, duidden de aangetroffen skeletten op lange mensen met een lengte van wel 1,85 m. Mensen waren dus vroeger niet altijd kleiner. In de Middeleeuwen waren er wel lage deuren in de huizen, maar men kon ook wel bukken bij het naar binnen gaan. In de bedsteden zat men vaak te slapen. Deze waren meest niet meer dan 1,50 m lang. Wat betreft archeologische vondsten is eigenlijk alles van belang om te melden aan de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek te Amersfoort, die de gegevens registreert.

Voorwerpen en sporen, verkleuringen in de bodem, hebben veel te vertellen. Zo zijn er sporen waar muren hebben gestaan waar zich donkere paalgaten van vergaan hout aftekenen. Bij een opgraving achter Kleingouw vond men een serie centrale paalgaten. Het waren sporen van een boerderij. Deze had een afmeting gehad van 16 bij 9 meter, maar er zijn er bekend van wel 30 meter lengte. De wanden werden gevormd uit gevlochten wilgentenen. Zij werden oversmeerd met klei, stro en mest. Als het te nat wordt kan het uit elkaar vallen. Daarom werden de daken overhangend gemaakt, zodat het regenwater in een greppel kan terechtkomen. Niet alleen waar palen hebben gestaan is de grond verkleurd, maar ook daar waar lang water heeft gestaan. Het water van een prutsloot is pikzwart en dat is bij opgraving nog te zien. Opslagplaatsen van graan en hooi zijn in cirkelvormen te herkennen. Die werden afgedekt met riet. Het kleinvee op het erf kon er niet bij komen. Het moet binnen in de boerderijen erg donker zijn geweest. Er was maar één deur.

In het Streekbos wordt een boerderij uit dit gebied nagebouwd. Deze is al bijna geheel onder dak. Men went gemakkelijk aan de geringe hoeveelheid licht als men eenmaal een tijdje binnen vertoeft.
De Bronstijd wordt genoemd naar het nieuwe materiaal, dat wordt verwerkt. Brons is een legering van koper en tin. Er werden bij de eendenkooi van Wervershoof bijlen en speerpunten van brons gevonden bij opgravingen. Het metaal komt niet voor in de Nederlandse bodem. De dichtstbijzijnde plaatsen van voorkomen zijn Zuid-Duitsland, Zuidwest Engeland of Wales. Er moest dus handel zijn geweest. De boeren in West-Friesland waren vermoedelijk rijk en zullen materialen hebben geruild tegen brons. Gereedschappen werden ook gemaakt van gewei van edelhert en eland. Dat laatste leende er zich voor om een bijl te maken. Gewei werd ook gespleten en van beenderen kon men mesjes en naalden maken. Van vuursteen werden sikkels gemaakt. Vuursteen werd eertijds tijdens de ijstijd hierheen gebracht door de ijsmassa's. Door middel van afslaan ontstonden splinters vuursteen die te gebruiken waren als pijlpunten, mesjes of krabbers om huiden af te schrapen. Door afslag en afdrukken konden sikkels worden gemaakt. Sommige van die sikkels hebben glans. Dat werd veroorzaakt door een scheikundige reactie door het sap van graanstengels, die met de vuurstenen sikkels werden afgesneden naar men denkt. Het is door biologen onderzocht. Sikkels met glans moeten zijn gebruikt voor de graanoogst. Bij het beendermateriaal in de museumcollectie bevindt zich een uniek voorwerp: een fluitje, uit een rib gemaakt. Ook een kommetje met roetaanslag (waarvan men het gebruik niet kent), een napje om een grotere kom leeg te scheppen behoort tot de collectie. De mensen hadden huishoudens en wasten hun gebruiksvoorwerpen af. Er was een hoogontwikkelde agrarische cultuur van boeren. Er werd gesponnen. Het museum bezit spinsteentjes. Er werden sokken en truien gebreid en geknoopt. Er zijn weefgewichten gevonden. Mogelijk werden ook dekens gebruikt.

Van grafheuvels is het bodemvlak in stand gebleven. Soms waren er meer graven in een grafplaats. De boerderij was gebouwd iets uit het midden van de kreekrug. De grafheuvels liggen op minder goede gronden. Waar akkerbouw heeft plaats gevonden worden ploegsporen gevonden. In belangrijke graven ligt één persoon met grafgiften. De doden werden meest in gehurkte houding bijgezet.

De volken zijn constant in beweging geweest. Er zijn vindplaatsen in de Germaanse laagvlakte tot diep in Rusland. Zuid-Rusland grenst aan Turkije. De Hetieten konden het spijkerschrift "schrijven". Er werd in gehurkte houding bijgezet omdat men geloofde in reïncarantie. Men legt de dode in de houding van de foetus ten behoeve van de wedergeboorte.

Na de Bronstijd wordt het aardewvrk groter. In de Romeinse tijd kwamen de Romeinen en de Germanen tot hun noordelijkste verbreiding: Velzen.
In Oosterblokker is een Germaanse munt gevonden van circa 50 na Christus In de Middeleeuwen heeft het water een enorme invloed op ons land verkregen. Er volgden eeuwen van ruzies met de graven van Holland. Tot in de 13de eeuw Floris V onder andere het kasteel Radboud liet bouwen.

Bewoningsvormen zijn ook bekend van terpen, zoals die terp Avendorp onder Schagen en van het gebied bij de nieuwe weg achter Westwoud. De kreekrug werd hier opgehoogd voor veilige bewoning. Stukjes glas, die er zijn gevonden zijn afkomstig uit Bohemen of uit Venetië. In de vorige eeuw was er duidelijk welstand. Toen werden door de Westfriese veehouders stolpen gebouwd in deze landstreek.

Carel de Jong werd hartelijk bedankt voor de lezing bij de eerste serie van 24 dia's van de in totaal 72 dia's van het Historisch Genootschap en voor de uitstekende uitleg. Een bezoekster vertelde mij nog dat dit de eerste keer was at zij de jaarvergadering meemaakte, Zij zei dat ze "bar" had genoten.

De secretaresse: Annie Spaander-van Marle.


© 2001-2019 | Kistemaker NetWerk | Sitemap | Contact

Westfrieslanddag 2019