Kistemaker NetWerk

Jaarboekjes Oud Andijk » 1990 » pagina 49

Andijk in de eerste helft van de 19de eeuw

Het landelijke gevolg van de nieuwe orthodoxie, de Afscheiding, is u bekend. De mensen die zich hier in Andijk van de kerk afkeerden hielden aanvankelijk godsdienstoefeningen ten huize van enkelen van hen, die soms door 50 of meer personen werden bijgewoond.
Ik herinner mij dat dergelijke bijeenkomsten kort na mijn koinst naar Andijk in 1829 werden gehouden bij Jan-Willem Kallemijn en Pieter Jacobsz Kooyman, waar steeds een zekere Vijgeboom, afkomstig uit Axel in Zeeland, voorging. Men noemde deze groep de "Kooylui".
De burgemeester liet de veldwachter een paar keer proces-verbaal opmaken wegens verstoring van de openbare orde en het onbevoegd geven van godsdienstig onderwijs. De officier van justitie kon echter niet tot vervolging overgaan omdat men zich op een grondrecht beriep, de vrijheid van godsdienst.
Grote aanhang heeft hier ook Jan Mazereeuw, de "profeet van Opperdoes", verworven. Het getal van zijn volgelingen is uitgegroeid tot zo'n 130 à 140 personen. Eens in de zes weken komt hij hier om een samenkomst te leiden.
De zogenaamde "Kooylui" zijn later opgegaan in een derde, grootste, groep die instemde met de grondslag van de Afscheiding in 1834. Zij hebben een eigen gemeente gesticht, al hadden ze in het begin ook veel problemen met het vinden van een voor ieder aanvaardbare voorganger.

Hiervóór noemde ik het tijdig signaleren van brand de hoofdzaak van de nachtwacht. Het moet mij van het hart dat ik in de archieven mijn mening bevestigd vond dat onze gemeentebestuurders tot op heden aan een efficiënte brandweer geen prioriteit hebben gegeven. Het duurde tot 1823 voor de raad een brandreglement opstelde.
Nu kan men ter verontschuldiging aanvoeren, wat zij overigens ook deden toen Gedeputeerde Staten er naar informeerden, dat het door Grootebroek in 1767 opgestelde reglement werd gehanteerd en nog goed voldeed. Misschien is men op dit gebied wat gemakkelijk geworden omdat er de laatste decennia geen branden hebben gewoed die mensenlevens hebben geëist.
Misschien ook wel vanwege het feit dat de huizen en boerderijen over het algemeen niet erg dicht op elkaar staan, al zijn er ook vele houten met riet bedekte huizen. Persoonlijk vind ik één brandspuit met leren slang en pijp, en twee leren emmers onvoldoende, al staat de spuit dan ook in het centrum van het dorp opgesteld. In een gemeente met een lengte van zo'n acht kilometer kan men mijns inziens dan niet van een goede voorziening spreken. De ervaring leert dat er minimaal een half uur verstrijkt vóór de brandspuit bij een brand aan de grenzen van de gemeente arriveert. Over de mate van geoefendheid van de brandweerlieden wil ik niet klagen. De forse boete van ƒ 0,50 bij verzuim van een oefening, en zelfs ƒ 1 bij verzuim in geval van brandalarm voorkomen wel dat nonchalante lieden onder hen er niet de pet naar gooien. Ook, over de discipline van de burgers die trouw bij vorst achter hun huis een bijt van een voet in het vierkant in het ijs hakken zal ik niet klagen. De sanktie van ƒ 0,60 bij nalatigheid blijkt ook hier een goede stok achter de deur.

Het postwezen vindt zijn oorsprong in de koeriers of voetboden die van overheidswege waren belast met het overbrengen van brieven.


© 2001-2019 | Kistemaker NetWerk | Sitemap | Contact

Westfries Genootschap