Kistemaker

Thuis » Jaarboekjes Oud Andijk » 1995 » pagina 32-36

Onderduikers werden gepakt......en dan??

We schreven reeds over de vele onderduikers die in Andijk een onderdak wisten te vinden. Zij kwamen letterlijk uit alle windstreken van ons land en de meesten gingen meewerken op het bedrijf waar zij gast aan huis waren. Doch ook vele Andijker Jongens werden, zonder naar elders te vertrekken, onderduiker op eigen dorp.Zij allen trokken in hun schuilplaatsen als zij van het "ondergrondse apparaat" van ons dorp het sein kregen dat de Duitsers van plan waren om een razzia te houden, iets wat erg veel in de nacht geschiedde. De meeste onderduikers trokken dan met schuitjes de polder in en overnachtten in de z.g. "veldersboetjes", anderen echter hadden allerlei plekken in en om huis. Verhoudingsgewijs niet veel, maar toch werd een aantal jongens gepakt. Een aantal van deze mensen hebben, op verzoek van Jelle Vriend, hun verhaal aan het papier toevertrouwd. Zij deden dat anoniem omdat zij enkele van tienduizenden waren die hetzelfde overkwam.
Twee van die verhalen publiceren wij hier. Zij geven een goed beeld van wat hen overkwam, gewone jongens die alléén maar weigerden het ouderlijk huis en bedrijf te verlaten om voor een vreemde mogenheid in een vreemd land te gaan werken.

OORLOG 1940-1945

10 Mei 's morgens.Zoals veel mensen gaan wij gewoon naar ons werk Ik werk op het land,en het is tijd voor het zaaien van bonen. Goed kan ik mij dat nog herinneren,maar het werd opeens druk in in de lucht.Meer en meer vliegtuigen vlogen over, geen passagiers Nee alleen jachtvliegtuigen.
Al gauw hoorden wij van mensen die wat later de polder in kwamen "De Duitse Wehrmacht is bij het krieken van de dag ons land binnen gevallen."
Zware gevechten van Duitse en Nederlandse militairen op de Grebbeberg en de Afsluitdijk (Kornwerderzand).
Er wordt hevige tegenstand geboden maar na vijf dagen moesten wij capituleren.
De overmacht was te groot, en zo raakte Nederland onder de Duitse bezetting tot 5 Mei 1945, vijf jaar lang.
Ja en wat gebeurde er in die jaren in Andijk?
Min of meer ging het leven zijn gewone gang, maar in heel Nederland werd de toestand met de dag kritieker, de Duitsers roofden Nederland leeg, vooral de winkels van de Joden moesten het ontgelden.
En tenslotte raakten de winkels leeg, er was niet veel meer te krijgen, en als er iets was dan was het alleen op de bon te koop.
Eten was er gelukkig nog wel wat in Andijk, de tuinders gingen meer aardappelen en graan verbouwen, speciaal tarwe, dan had men wat om brood van te bakken.
Zo gingen de eerste jaren voorbij wat ik mij daarvan nog kan herinneren, maar toen kwam de Arbeitseinsatz, Duitsland kreeg gebrek aan arbeidskrachten, zijn soldaten moesten vervangen worden voor werkers op het land of in de fabrieken.
Overal werden razzia's uitgevoerd, veel Joden werden opgepakt en weggevoerd naar Duitsland, die werden verbannen naar kampen.
Maar de overige Nederlanders moesten te werk gesteld worden in Duitsland, dat ging dus niet altijd vrijwillig, zo ook niet bij ons. Wij konden niet gemist worden in het bedrijf (tuinbouw) van Vader. Maar daar hadden de Duitsers lak aan, ze moesten arbeidskrachten hebben, de ene na de andere razzia volgde, zo werd ons de 17e Augustus 1943 noodlottig, bij een razzia uitgevoerd door de Groene Polizei werden wij gepakt in de polder, samen met twee broers en nog een onderduiker.
Na verhoor werden mijn twee broers vrij gelaten.
Het was de Duitsers te doen om de 18 en 19 jarige jongens.
Na eerst te zijn ondergebracht in een school in Enkhuizen werden wij later op de dag in een overvalwagen weggebracht naar Hoorn, waar we de hele nacht doorbrachten.
Weer verhoren, waarom wij niet in Duitsland wilden werken enz. enz. Ja, je moest dan wel een smoes bedenken, ik heb gezegd dat ik bang was voor vliegtuigaanvallen, je kon moeilijk zeggen dat je niet van plan was voor de bezetter te gaan werken.
Enfin, de volgende dag werden wij weer per overvalwagen overgebracht naar Amsterdam, naar de Euterpestraat of Weteringschans precies weet ik de volgorde niet meer, in alle twee gevangenissen ben ik ondergebracht, maar ik heb daar niet zo lang gezeten. Daarna werden wij naar kamp Amersfoort gebracht, een werkkamp. Hele rijen barakken, daar zat van alles wat verdacht was voor de Duitsers. Kampcommandant was Berg, hij stond altijd klaar met zijn Duitse herder als wij op het plein aan moesten treden om geteld te worden, ik hoorde bij een groep die aardappels moesten rooien in de omgeving van Soesterberg.
Met vrachtwagens werden wij 's morgens gebracht op de plaats van bestemming om ons werk te doen.
De aardappels werden gelicht met een machine met een paard ervoor kwamen dan op een draaiend rad terecht, de grond viel er door en de aardappels werden verspreid zodat wij ze konden opzoeken.
Wij kregen als extra onder de middag pauze ieder een portie aardappelen in de schil gekookt,de z.g.n. pelkartoffelen, zo was onze maag weer een beetje gevuld.
Ook aasden wij op het veld naar een suikerbietje (opslag van het vorige jaar). Je keel werd er rauw van, maar het was toch maagvulliing. Zo ging dat door tot wij eindelijk November 1943 naar Duitsland vertrokken, gelukkig kwamen wij niet in een fabriek terecht.
Eerste bestemming werd Berlijn, waar wij weer ondergebracht werden in barakken, er was echter niet zoveel te doen.
Al gauw moesten wij weer vertrekken naar Jamlitz ik meen zo'n 120 K.M. ten Zuidoosten van Berlijn, daar werd in de omgeving een kamp gebouwd voor gevangenen.
Eerst moesten wij wagons uitladen met Zweedse barakken ten behoeve van kampbouw, zware schotten die we met z'n vieren een heel eind moesten dragen vanaf het station.
Ik voel nog mijn schouders als ik er aan denk.
Later werden wij ingezet om een bunker te bouwen, ik moest mee om water te halen uit het dorp voor het klaarmaken van het beton voor de bunker.
Wij hadden eens een weekend vrij zo af en toe, maar als het nodig was moesten we ook Zaterdag's en Zondag aan de slag.
Zo verliep het jaar 1943 en 1944, toen in December 1944 werden wij overgebracht naar Polen om daar graafwerkzaamheden te verrichten. Kabels leggen onder de grond terwijl de vorst ongeveer 80 c.m. in de grond zat, dat hebben wij gedaan tot de Russen een omtrekkende beweging maakten om Danzig heen en wij in de klem kwamen te zitten, op het laatste nippertje wisten we nog een trein te halen die richting Stettin ging, wel met een slakkengang maar we kwamen er.
Uiteindelijk toch weer naar Berlijn gegaan naar ons oude Lager. Ik heb de Kerst 1944 nog mee gemaakt in Polen, wat waren de Duitsers goed voor ons, Weinachten betekent heel wat voor een Duitser. Wij kregen een fles wijn en ook nog een fles Wodka.
'k Heb het geweten,als een toeter die avond.
In Berlijn werden wij weer hergegroepeerd en moesten een tankval graven ten Oosten van Berlijn.
Het was nog steeds winter, we sliepen in een grote schuur op de zolder op een laag stro, het dak was niet helemaal dicht zodat we somss morgens wit wakker werden van de sneeuw.
Maar geleidelijk aan werden de Duitsers terug gedrongen en moesten we meer en meer Duitsland in.
De Russen drongen steeds verder op vanuit het Oosten, in het voorjaar 1945 moesten wij bij een Duitser werken, een Boormeister.
Van werken kwam niet veel, we zaten meer onder de grond dan er boven, de Canadezen en Amerikanen drongen steeds verder Duitsland in en zo werden wij dan uiteindelijk in April door de Canadezen bevrijd, maar we waren nog lang niet thuis.
Nauwgezet werden wij ondervraagd. "Hoe ben je in Duitsland terecht gekomen, vrijwillig of gedwongen?"
Wat voor werk heb je gedaan, laat me je papieren zien, daar stond ik op een foto met kortgeknipte haren, dus niet vrijwillig. Uiteindelijk gingen wij per vrachtvliegtuig richting Brussel.
We werden ondergebracht in een hotel, en kregen weer eens heerlijk Zweeds wittebrood.
Vanuit Brussel zijn we vertrokken naar Oudenbosch in Brabant. Wij kwamen terecht op een landgoed met een grote paardenstal waar we ondergebracht werden.
Er was een oproep gedaan of men jongens die nog niet naar huis konden, tijdelijk konden opnemen.
Noord Nederland was nog niet bevrijd, en zo kwam ik terecht bij een familie in Bergen op Zoom.
Eindelijk in Juni 1945 konden we naar huis, met Rijnaken werden we naar Rotterdam gebracht, vandaar uit per trein naar het Centraal station, en nog diezelfde nacht naar Alkmaar.
's Morgens vroeg werden wij per autobus gebracht op de plaatsen van bestemming.
's Morgens om een uur of negen werd ik afgeleverd op het Kerkepad op 13 Juni 1945 in Andijk.
Zo dat was dan een stukje van de belevenissen in de oorlogsjaren, wat zich heeft afgespeeld in de periode Augustus 1943 tot Mei 1945.
Wel heel veel heb ik gehoord, veel onderduikers die er een prima onderdak vonden en niet naar Duitsland hoefden.
Enfin, een hevig bombardement in Berlijn heb ik overleefd, alhoewel de vreselijke branden na het bombardement mij nog helder voor de geest staan af en toe.

DE OORLOG '40-'45

5 Mei 1945 kwam er een einde aan de tweede Wereldoorlog, die 5 jaar heeft geduurd. In verband met de 50 jarige herdenking van de bevrijding is mij gevraagd wat herinneringen op papier te zetten.
De echte narigheid van de oorlog begon voor mij eigenlijk op 19 Augustus 1943. Tijdens twee razzia's werden verschillende personen uit ons dorp opgepakt. Omdat er geen stempel van de voedselcommissaris in mijn persoonsbewijs stond werd ik ook meegenomen.
Had ik zo'n stempel gehad, dan was er niks aan de hand geweest want dat was het bewijs dat je voor de voedselvoorziening werkte en dan hoefde voor de "arbeitseinsatz" naar Duitsland.
Na eerst samengedreven te zijn in de Kuyperschool, werden wij naar de Boschschool in Enkhuizen gebracht, vandaar naar Hoorn en toen naar Amsterdam, dat alles in een tijdsbestek van 24 uur.
We werden met zes man ondergebracht in een éénpersoons cel. Toen naar de gevangenis aan de Weteringsschans, waar ik 17 dagen moest verblijven, ook weer met meerdere mensen in een cel voor 1 persoon. We mochten één keer per dag naar buiten voor wat frisse lucht. Nadien werden we overgebracht naar het concentratiekamp nabij Amersfoort. Het opgesloten zitten achter een prikkeldraadversperring en de wachttorens met bewaking er op had een verlammende invloed op je. 18 november 1943 werden wij, dat wil zeggen meerdere mannen die zich niet hadden gemeld voor de "arbeitseinsatz", weggevoerd uit het concentratiekamp en op de trein gezet naar Berlijn.
De stad had in die tijd veel luchtaanvallen te verduren en na zo'n bombardement moesten wij de volgende dag helpen opruimen.
Na ongeveer twee weken in Berlijn te zijn geweest, zijn wij met een grote groep Nederlanders naar Riga in Letland gestuurd. Daar verbleven wij in een gevorderde school samen met landgenoten die er al waren. In Riga hebben we gewerkt aan een ondergronds ziekenhuis.
Na een poosje in Dundage te hebben gewerkt weer terug naar Riga. Daar kregen we nieuwe kleren en werden vervolgens naar het Narvafront gebracht waar de Duitsers in gevecht waren met de Russen om de stad Leningrad. Tot half Januari 1944 hebben we achter het Narvafront gewerkt. Vanaf die tijd werd het Duitse leger steeds verder teruggedrongen door de Russen. Dat had tot gevolg dat wij ook steeds verder terug moesten lopen. Zo zijn we uit Estland en Letland gelopen tot Litauen. Daar stonden de Duitsers nog steeds tegenover de Russen. De capitulatie kwam op 8 Mei 1945 voor ons.
We werden gelijk met de Duitsers verzameld en naar de Oeral getransporteerd in gesloten goederenwagens. We waren met 140 Nederlanders, wat werken kon moest werken voor de wedergoedmaking ten opzichte van de Russen. De meeste Duitse krijgsgevangenen die daar al waren werkten in de kopermijnen. Daar was ik vrij van, mijn gezondheid was wel goed, maar ik was te licht van gewicht, ongeveer vijftig kilo.
Voor ons was de behandeling die we van de Russen kregen goed. Eindelijk op 11 October 1945 ving de grote terugreis aan naar Nederland. Samen met de Polen en de Roemenen werden de Nederlanders vrijgelaten.
De Russen hebben ons tot Frankfort a/d Oder gebracht, vandaar zijn we door een Franse Rode Kruis-trein opgehaald omdat er ook enkele Fransen bij ons waren. Via Berlijn hebben de Fransen ons naar Maastricht gebracht, waar we na zeven weken reizen aankwamen, dat was op 5 December 1945.
In het opvangcentrum kreeg ik een treinkaartje en geld voor de bus. Na twee jaar en vier maanden kwam ik op 7 December weer in Andijk, tot grote blijdschap van ouders familie en ook van mijzelf.
Al het medeleven van de Andijker bevolking heeft ons veel goed gedaan.
En zo begon voor mij dus de bevrijding op 7 December 1945.

Weer thuis

Ik heb hem zo terloops gevraagd:
Hoe was de reis? Hij zei: niet best.
Toen heb ik het maar niet gewaagd
hem nog te vragen naar de rest.

Hij lachte allen vrolijk aan
maar was verwonderd als men vroeg;
vertelde kort en deed verstaan:
ik ben weer thuis. dat is genoeg.

Op zijn nog kinderlijk gezicht
verspreidde zich een blijde glans
en nimmer tindelde het licht
hem in zijn ogen zoals thans.

Dit is het wat het meest ontroert:
hij is hog vriendelijk en zacht.
De vijand heeft hem dus dien nacht
vergeefs gegrepen en ontvoerd.

Wat is er met dit kind gebeurd
toen hij alleen in Letland was?
Want in zijn ziel is niets verscheurd,
alleen zijn, gang is minder vast.

Leefde hij uit het groot geheim,
waarin de Kerk hem onderwees:
In leven en in dood te zijn
van God - en daarom zonder vrees?

G. Boogaard

Dit gedicht was gericht naar één bepaalde jongen. Wij vonden het goed passen bij deze twee stukken, vandaar dat we de naam van die jongen niet vermelden.
red.


© 2001-2019 | Sitemap | Contact

Westfrieslanddag 2019