Kistemaker NetWerk

Kistemaker Archief » Proza en Poëzie » Pagina 21

21. Het Westfriese geslacht Kistemaker

Bij de reparatie van de vloer in de Nederlands Hervormde Kerk te Hauwert in November 1952, kwam een grafsteen bloot met de volgende tekst:

Hier leyt begraven
Jan Cornelisz. en is
Gerust Den 18 Septem
bris Anno 1619.

Dan een cartouche met veel timmermans gereedschap: passer, meetlat, bijl, schaaf, beitel en driehoek, alles omgeven door renaissancekrullen en daaronder de tekst:

Ziet mijne dagen zijn een hantbreet bij U
ende mijn leven is als niets voor U
Hoe gantsch niets zijn alle menschen
die doch zo zeker leven. Psal. 39.

Een mensche is in zijn leven gelijk gras
hij bloeyet gelijk een bloeme op den velde.
Psal. 103.

Dat is een tekst uit een "Menniste" doopsgezinde Bijbel, gedrukt door Jacob van Liesvelt, die om deze snode daad door de Inquisitie werd onthoofd. De Statenvertaling kwam pas in 1636.

Enfin: Dit moest mijn oudst bekende voorvader zijn!
In een klein gat als Hauwert toen was, "armste van allen", hadden ze aan een timmerman wel genoeg.

Maar de familie moet wel goed bij kas geweest zijn, om zo'n dure steen te betalen! Enorm veel nasporingen in het Rijksarchief te Haarlem brachten tenslotte deze oplossing:

I. 1. Jan Cornelisz. (ook Jan Meinertsz.) volgens notaris acte geboren in 1544 molenmaker, vredemaker, overleden 18.9.1619 te Hauwert, doopsgezind, trouw datum, naam van zijn vrouw en doopdatum van de kinderen onbekend.

Andijk, December 1952, Piet Kistemaker.


© 2001-2019 | Kistemaker NetWerk | Sitemap | Contact

Westfries Genootschap