Kistemaker NetWerk

Kistemaker Archief » Proza en Poëzie » Pagina 30

30. Dagboek Januari/Mei 1945

Woensdag 10 Januari 1945.

's Morgens fijne vrieskou, lichte mist, die tegen de middag bijna optrekt. Besneeuwde velden, de weg bedekt met een laag harde sneeuw, vrij goed begaanbaar. Er op uit om boekjes op te halen. Bijna geen bonnen: kaasbon, een enkele vergeten spijsoliebon, voor kinderen beneden de 4 jaar kinderdrank en kindermeel. Sommige klanten nog geen zout gehad op de laatste bon... Overigens vrij overbodig: een lege winkel...
Op pantoffels op stap, gezonde wandeling, nagenoeg alle fietsen defect, ook de bakfiets (gister met de slee de boodschappen naar de Oosterdijk gebracht). Op de Middenweg twee Chinamannetjes met de handkar om fourage, als zoovelen, van Andijk naar Amsterdam! Verder weinig "Amsterdammers", veel minder dan bijv. voor Kerstmis. Op mijn terugweg een "meneer" met de vraag: "weet U nog iemand die boontjes heeft voor schoenen? Ik heb twee paar heel goeie voor 25 pond, niet duur..." Ja... waarheen moet je zoo iemand sturen...?
Onderweg verhalen over de "melding" voor de arbeidsinzet (te Andijk 10 man, Enkhuizen 40??) en over de Centrale keuken: Jb Bootsman Pz. "directeur". J. de Graaff kok en Kl. Kort en Roel Zeypveld personeel. Kookketels reeds geplaatst in de fabriek v. Faust & de Vries. A.s. Maandag "proefdraaien". Stoken met hout van Gemeente boomen, die alvast op de Bangert om den ander uitgedund worden.

's Middags naar Hoorn met "toewijzingen". Op de fiets. Slechte weg, vooral het Zijdwerk! (In het dorp Wervershoof veel asch gestrooid). Bij 't Raadhuis een Amsterdammer onderste boven, die een zware zak aardappelen op een oude fiets met massieve banden had, achterop, zoodat de fiets op de gladde weg telkens kiepte. "Waar moet dat naar toe, Amsterdam?". "asse me alvast Hoorn maar halen." Omschakelen: de piepers er af en "in het frame."
Dat betekent loopen: 50 KM op een gladde weg! Even voor 't Arkje twee meisjes loopende naast hun oude fiets, zwaar beladen met halve boonen en tuinbonen. Welk een moed! "Onze mannen moeten thuisblijven vanwege de razzia's, nou, dan moeten wij der maar op uit!"
Vier keer heb ik ze weer overeind geholpen op een afstand van ca. 200 m. En dan 50 kilometer voor de boeg. De 4e keer gaan de tippelaars met hun piepers "in het frame" voorbij. "Ik zeg maar zoo: waren we alvast maar bij de pont." "Zeg u dat wel meneer." Maar de pont is nog zoo ver. "Als we Purmerend maar halen, daar hebben we kennissen" Och arme, op de terugweg kom ik de tippelaars tegen nog voor de Wognummerweg en de twee meisjes bij de Nieuwe weg naar Zwaag. In plaats van Purmerend uiterst tot Hoorn! Een eind verder kom ik, op de terugweg, "oom Jacob" tegen met een trekkarretje achter zijn fiets aan. Naast hem een "meneer" op de fiets. Thuis hoor ik dat dit Ds. Haspers is, die Zondag j.l. van den Haag vertrokken is en twee kinderen naar Noord Scharwoude gebracht heeft. Van Noord Scharwoude naar hier om "fourage".
Door relaties spoedig en goed geslaagd. Dacht nu nog Alkmaar te bereiken. Geen schijn van kans, hoogstens Hoorn. Goede reis verder dominee!

Op het Keern een bakfiets, waarin een man een zat te ketteren op die "rot kelere Amsterdammers, die de heleboel verpesten." De pot verwijt de ketel...
Verderop het dagelijksche beeld: "Amsterdammers" heen en "Amsterdammers" terug, met oude fietsen, met oude bakfietsen, met handkarren (veelvuldig) en nu ook: met sleden.... 60 KM. sjouwen achter een slee! Gelukkig dat de nacht spoedig daalt.....

Donderdag 11 Januari 1945.

Helder weer. Toen Cor even aan kwam, rees weer de oude vraag: zullen we nog naar Tuindorp Oostzaan gaan en kinderen van Dirk en Trijn halen? Het leek mij het beste met een slee, na wat ik gister langs de weg gezien had. Dus er op uit om een slee. Maar zoo bij elven zag de zon zoo valsch en onbetrouwbaar dat het zelfs wel eens dooien kon! Dus niet met een slee, maar met de bakfiets! Alle banden eraf, geen banden pech, want die krijg je onderweg toch niet meer verholpen. Maar, och arme, de sneeuwlaag was te zacht en de velgen sneden er diep in. Onmogelijk! Dan maar elk op een fiets. Cor had niet zoo erg veel puf, dus zou Aaf dan maar! Het viel mee! Al gauw begon er wat fijne sneeuw te vallen, juist genoeg om de weg even stroef te maken. De wind hadden we in de rug, Noor-Oost. Tot Hoorn niet byzonder druk met "Amsterdammers" De Chinezen van gisteren reden we nu voorbij op Zwaagdijk. In de bocht van de Hulk mopperde ik op Amsterdammers, die met een handkar teveel links reden. Dat gaf dadelijk vuur: "Nou sieje dan niet wat die kar doet!" Ja, die kar gleed af, dat zag ik nu ook. We reden door tot Ilpendam. Daar "even opsteken". Alle cafe's dicht. Dan maar het brood op straat opgegeten en weer verder. Juist voor donker nog in Tuindorp.

Oostzaan, Vrijdag 12 Januari 1945.

Dooi! We hoorden het al druppelen toen we nog maar pas in bed lagen. Maar, hoe was de wind? Dat raam moest op het Oosten liggen en de wind woei er tegen eigenlijk er langs. Noord-Oost?, Zuid-Oost? Dat voorspelde wat: eerst dooien, dan vriezen, misschien wel ijzel en dan spiegelglad. Daar 50 KM. op rijden, tegen wind en misschien tegen sneeuw of ijzel in!? 't Weer viel mee. 't Moest eerst even wennen, dat fietsen op een gladde weg met een kind achterop. 't IJzelde gelukkig niet, 't dooide een beetje en op de grote weg langs het kanaal, voorbij 't Schouw reed het vrij goed. Maar de wind hadden we tegen, de hele reis! We trapten door tot Purmerend. Gelukkig was daar een cafeetje open! Wat een typen! Net een boerenkermis van Breughel of Adriaan Brouwer! Zulke ongeschoren koppen. Ook een stuk of vier chinezen, helemaal niet bleu! Overigens een best bedrijf, zo'n koffie-knijp langs de grote weg! Elke liter brengt guldens!

Verder, de Beemster in. Gruwelijk koud, die wind over die ijsvlakte! Aan de brug te Oosthuizen een papier; "koffie om de hoek". Daarheen! Een dood cafe tot nieuw leven gebracht door "de grote trek". Overigens lang niet zo gezellig als in Purmerend. plm. 1 uur weer verderop; naar Hoorn. 't Ging nogal, alleen boven op de Westerdijk bar koud met die wind over zee. In 't Veerhuis flink doorwarmen, koffie drinken en 't laatste brood opmaken. Dan 't laatste traject naar huis! Over Zwaag, omdat dat meer beschut is dan de open Zwaagdijk. Juist fout! Heel Zwaag spiegelglad en de Nieuwe weg naar Zwaagdijk nog gladder! Toch kwamen we er. Op Zwaagdijk begon 't al te donkeren. "Isset nog lang op die Zwaagdijk ome Piet?" "Ja, Zwaagdijk is erg lang". Eindelijk 't Zijdwerk. Dat ging beter, schoon geblazen door de Oostenwind. Wervershoof alles glad. Lopen maar. Tegen donker Andijk "onsere goede stede". De laatste loodjes. Tenslotte thuis! De moeilijke reis volbracht. Gelukkig maar. Thuis alles wel, geen ongelukken. Ook gelukkig.

Dinsdag 16 Januari 1945.

Guur weer. Tegen etenstijd een paar mannen aan de achterdeur. "Ze vragen om eten". Een ervan ziet er zo arme stumperig uit, dat ik zeg: "Laat ze maar binnen komen, dan kunnen ze mee eten". Zo zitten we dus met z'n dertienen aan tafel.De jongste van de twee mannen komt uit "Hoorn", de andere van Zwaagdijk-West. Armoe? Honger? Of... zwarte handel? Ze beweren al een paar dagen hier gelopen te hebben, zonder resultaat. Na het eten vertrekken ze, zeer veel dank!
Later op de middag weer "volk" aan de voordeur. Oude bekenden: een jongen en een meisje op een tandem, die ik ongeveer een maand geleden al eens aan bonen geholpen had, omdat ze er zo sympathiek uitzagen en omdat ze toen bij verbazend slecht weer nog niets hadden. Nu waren ze er weer: de vorige bonen waren op. Er is thuis geen of althans te weinig brood, dus er weer op uit. Hier in de buurt wat vragen, anders naar Wieringerwerf of nog hoger, onder Den Helder. Zo maar op goed geluk, zonder enig bekend adres. Dat hebben we hen ernstig afgeraden, dus bleven ze bij ons hangen en de avond viel. Ze wilden nog naar Medemblik, daar onderdak zoeken, zonder bekend adres! Ook dat moest niet! Vragen bij Boogaard, kon niet. Bij Hendrik Tensen, kon niet. Dan het meisje maar bij ons, maar die jongen? Met hem naar Piet Schuurman. Dat lukte. Daar sliepen er meer, achter de koeien. Het grote nachtverblijf bij Klaas Tensen was gesloten, daar was een paardentuig gestolen, al voor de tweede keer, dus: "vanaf heden geen nachtverblijf meer". Hij heeft gelijk!

Ze bleven bij ons eten. "Piet Schuurman had al drie eters". Een leuk stel, hij 21, zij 19. Echte Mokummers. Je zit tegenover hen, je hoort hun verhalen ook echt en je denkt aan hun toekomst. Wat zal er van deze twee jonge mensen worden als het wapenkapitalisme deze gruwelijke oorlog nog langer aanhoudt? Tegen bedtijd "Han" naar Piet Schuurman en "Jossie" naar boven op de "klompenzolder". Weer een dag om, wat zal er nog op volgen?

Woensdag 17 Januari 1945.

Alle aandacht voor Han en Jossie. Waarom ook niet? In de winkel geeft het toch niets meer, de laatste restjes kunnen nog verkocht worden, dan is alles op. Hadden wij dit in 1940 ooit kunnen denken? Maar nu: Han en Jossie, wat moeten jullie? Naar Wieringerwerf is waardeloos: de boerderijen ver uit elkaar en de boeren van alles meer dan goed voorzien. Wat moeten dan twee arme Amsterdammertjes die niets te ruilen hebben dan een verschoten overjas van Jossies vader en een nieuwe scheerkwast. Wat helpt dat, als er anderen komen met goud, zilver, bontmantels, enz.?

Ik heb ze voorgehouden dat het beste was: hier in de buurt, huis aan huis te "vragen" (bedelen) en alles aan te nemen, ook elke kleinigheid. Het gaat niet meer per mud. Dat deden ze. Ik had ze een aanbeveling meegegeven: "deze mensen hebben WERKELIJK honger! Ze hebben bij ons geslapen en wij hebben ze aan wat eten geholpen. Wie helpt hen verder? Alles is welkom, al is het soms weinig". Dat hielp! Ze hadden succes en waren dankbaar verheugd! Tegen de avond hadden ze bij elkaar: ca. 125 kg. aardappelen, ca. 3 kg. meel en een tarwebrood. 't Was dus niet voor niets geweest! Met dankbare harten de nacht tegemoet: Han weer naar Piet Schuurman, Jossie weer naar boven.

Donderdag 18 Januari 1945.

Tegenslag voor Han en Jossie: stevige Z-W wind! Alles tegen tot Amsterdam aan toe. Dapper volhouden maar: opbinden, de tassen vol aardappelen, een zware baal erbovenop, een zakje uien op het stuur, de rugzak met de kleinere dingen op Jossies rug. Zwaar beladen! Proefstomen, direct al een schuiver. Lopen tot over de brug, slingeren, vallen, alle twee. 't Kan niet, veel te zwaar achter. Dan weer afbinden, piepers er uit, halve baal nu, beetje uien en bieten erbij. Opbinden weer, proberen weer, tegen Z-W storm in. Gelukkig het gaat! Maar Amsterdam is zo ver en de storm neemt nog toe. Ze zullen nog wel twee keer moeten rijden om het restant en voor een bakfiets vragen ze een half mud aardappelen voor huur.

Thuis alarmerende berichten. Gister al: fietsenvordering, een auto bij van Dokkum met veel fietsen erop! Nu: tien duitsers in de proefpolder, wat ze zoeken is niet bekend. Ze komen hierheen. 't Loopt allebei met een sisser af.

De centrale keuken "draait" nu. De waardering is niet algemeen. 't Kan nog komen! Wij eten gelukkig nog uit eigen pot, we hebben nog piepers in de kuil, nog wortelen en bieten, nog kool. Met de brandstof gaat het. We hebben wat cokes en een boom van Opa Kist en takken van de Gemeente. Maar 't kort hard in. Eten we zoveel meer als vroeger?

Vrijdag 19 Januari 1945.

Storm uit het Noord-Westen. Waren Han en Jossie nu weggegaan, dan hadden ze de wind mee gehad, in plaats van tegen de Z-W storm in te moeten worstelen. Maar vandaag zullen er genoeg andere "Amsterdammers" tegen de storm inworstelen, want de stroom gaat onafgebroken door. Overigens "geen weer om de hond buiten te sturen".

Zaterdag 20 Januari 1945.

Sneeuw! 't Is tegenwoordig elke dag wat anders. 't Is "bonnen-Zaterdag", maar er is vrijwel niets te doen, alleen een kaasbon en dus ga ik uit pure verveling naar Enkhuizen, zien of er bij de grossiers wat te koop is, bonnen inleveren voor suikerbieten, om stroop te koken! En last but not least: om te zien of ze daar dat boek van van der Ven: "De Gilde viert" soms hebben? 't Is treurig: zelfs de boekwinkels zijn uitverkocht! Dan de grossiers: bij Remmert Swier totaal niets te koop, naar "de Zorg" om zout op slachtvergunning: hadden ze niet!
Bij Zijlstra alleen een pot Santee tabletten, dat is het resultaat van de hele reis. In de Westerstraat loopt een troepje duitse soldaten. Ze "zingen". De stemmen klinken hard en ruw in de stille straat. Ze zwenken de Peperstraat in en zingen. Wat je maar zingen noemt. Dit is brallen!

Naar huis, langs de besneeuwde dijk. De sneeuw begint weer dichter te vallen, in de Fluithoek juist een zware bui. Ik help de Enkhuizer bakker een handje, die al een mannetje extra voor de bakfiets heeft. Met z'n drieeen is het nog een "sjouw". Thuis besluiten we voortaan maar halve dagen te winkelen, behalve Zaterdags. Als ik in de lege etalage zit om het biljet vast te plakken, gaan buiten in de sneeuwjacht twee "Amsterdammers" voorbij met zakken op de fiets, waarbij ze lopen, en een meisje. Die werken meer dan een halve dag!

Maandag 22 Januari 1945.

Naar Hoorn! Zien of ze daar meer te koop hebben dan in Enkhuizen. De heenreis gaat nogal, de sneeuw op de weg is juist hard genoeg om er overheen te hobbelen. Bij de Heidenscheweg kom ik van Wijk van de "Arend" uit Hoorn tegen, die te voet naar Wervershoof gaat, ook al om "eten". Op het Keern vrij druk van "Amsterdammers" ondanks de zware weg en de vele mogelijkheden van dooi, sneeuw, regen, enz. Want de wind is Zuid-West. In Hoorn "niets te koop". Met 20 pond zout ga ik naar huis, dat is de beste buit. Moest je vier jaar terug eens overkomen! Om twee gulden handel naar Hoorn! De terugreis gaat iets minder vlot. Het heeft wat gedooid en nu is de sneeuwlaag iets te zacht, zodat de wielen telkens afglijden. In de losse "pulp" is het helemaal geen rijden. Maar wat klaag ik. Bij de Nibbixwouderweg vraagt een "Amsterdammer"; "Is dit Zwaagdijk?" "Ja, nog wel een half uur!" Het blijkt een Hagenaar te zijn die met zijn kameraad nachtverblijf zoekt. Nu al, ruim vier uur? Ze hebben blijkbaar "het jak aan" en honger! Ik raad ze aan boterhammen te gaan vragen bij de eerste de beste boer. Het lukt natuurlijk! Het montert ze wat op en ik weet ze te overreden nog wat verder te gaan. Want ze weten dat er achter "Medemblik" voedsel te krijgen is. Verder weten ze hier heg nog steg. Ze zijn "slachtoffers van de V 1", vertellen ze. In Den Haag is enkele weken terug een V 1 neergeploft. Een laat zijn "schadekaart" zien. Eerlijk spul. Ze hebben "vooroorlogse" sigaren en sigaretten te ruilen. We komen een Amsterdammer tegen die zwaarbeladen uit de Wieringermeer terugkomt. "Over een afstand van tien kilometer twee uur gedaan door de dikke sneeuw". "Bij de een krijg je wat en bij de ander niets, ik zou het jullie niet aanraden. Bij een kreeg ik het zo, zonder ruilen". "Een witte raaf", zei ik. "Moet u niet segge er sijn ook goeie bij, maar de meeste willen ruilen. Een wou alleen maar goud! Sou ik Oosthuise nog halen, wat denkt U?" "Nooit niet, vandaag tenminste niet. Daar is Hoorn, je kunt de watertoren zien".

Verder, de Hagenezen stuur ik om onderdak naar "Land- en Veelust" bij de Zwaagdijker Kerk. "Veel succes!" Bij het Arkje heb ik pech; vooras gebroken. In een normale tijd zou je bij de eerste de beste fietsenmaker een nieuwe laten inzetten. Nu betekent dit; vijf kwartier lopen. Niet klagen maar dragen! Er zijn er die meer moeten sukkelen in deze tijd. Die twee Hagenaars bij voorbeeld.

Dinsdag 23 Januari 1945.

Weer naar Hoorn! We hebben vandaag bonnen ingeleverd en daarom; "pik in 't is winter!" De reis vlot best, de sneeuw is nu weer hard en de wind Zuid-Oost. De buit in Hoorn is niet groot. Met 17 pond tarwebloem ga ik naar huis. Als ik over Blokker en Hoogkarspel naar huis wil, om weer eens een andere weg te hebben, raad Schermer me dat af; "in Hoogkarspel is het hommeles! Ze hadden daar bomen gerooid op de weg naar Binnenwijzend en toen heeft de Landwacht 30 - 40 man gearresteerd. Die zijn vannacht weer bevrijd en een paar landwachters zijn daarbij doodgeschoten". Nee, niet over Hoogkarspel! Dus rijd ik over Westerblokker, Oudijk, Zwaagdijk. In Wervershoof zie ik een bakfiets met witlof. Wat zou het kosten? "Twee kwartjes per pond", zegt Jan Veeken. Met tien pond ga ik naar huis. Een slager neemt veertig pond. Dat kan een slager doen, maar een arme kruidenier!

Zaterdag 27 Januari 1945.

Als ik 's morgens voor de winkel aan het sneeuwruimen ben, gaat Stilma voorbij met een kindersleetje waar slechts 1 melkbus op staat. "Ook geen dikke vracht", zeg ik. "Ach jonge nee", zegt hij, "alleen maar voor de babies die in 1944 geboren zijn en voor enkele zieken. Nog geen 25 liter samen!"
's Avonds haal ik melk van Buurtje. In een dikke sneeuwjacht over een onmogelijke hobbelweg, op een kinderfietsje. Wel zo gemakkelijk als de melkboer, elke morgen hetzelfde kwantum aflevert. Maar hoevelen zitten totaal zonder en hoevelen staan uren in de rij?
Zo is ook deze week weer om. Een wonderlijk leven is het tegenwoordig: vrijwel niets te doen en toch gaat het, we hebben het zelfs beter dan in de beroerde jaren 1932/33 toen er van alles te koop was, maar het geld ontbrak. En toch, dit is geen winkel meer. Heb ik daarvoor met zoveel moeite een zaak opgebouwd?

Woensdag 31 Januari 1945.

Dooi! En gelukkig een snelle dooi. Onbegrijpelijk hoe snel die sneeuw verdwijnt, die gehate sneeuw, waar we dag aan dag op stonden te schampen met pover resultaat. Nu is het in een wip klaar. 's Middags is de hele Middenweg weer begaanbaar.
De werklui van de Gemeente rooien de boomen. Twee van de drie gaan er telkens uit! En de rij was al zo dun door het sterke snoeien van laatst. Nu staat hier en daar nog zo'n pluim, hoelang nog? Elke nacht verdwijnen er een paar, net zo lang tot er niets meer te rooien valt. De heining van de Kerk tot Jan Schenk, de halve middenweg, is reeds vlakgezaagd. Hoelang zal de andere helft nog blijven staan?

Maandag 5 Februari 1945.

Om half vijf in de voorbije nacht wordt ik wakker, er worden bomen langs de weg gesleept, bij twee te gelijk maar liefst! Even later horen we zagen, zou nu de tuin van 't Gele kerkje er aangaan? Gelukkig blijkt dat 's morgens niet waar. Alle bomen staan er nog, maar op de hoek bij het Kleingouw zijn er twee weggeroofd. Sic transit gloria mundi! Binnenkort zitten we met een kale Middenweg, van alle natuurschoon beroofd! Maar de bomenrovers gaat dat niets aan, bij hen klemt alleen de vraag, hoe krijg ik mijn eten warm? De kolen uit het Roergebied blijven nog wel een poosje weg en alleen hout, dat is "haal meer".

's Middags komt Cor Sluys uit Hugowaard op bezoek. Ook al verhalen over "Amsterdammers" Een dokter en een uitgever samen op lavei naar de Wieringermeer elk op een fiets. Terug met 2 mud tarwe. In etappes naar Heer Hugowaard gebracht. Daar nog bonen bijgekocht. Van een bakker een bakfiets geleend en dan gedrieen, Sluys mee, naar Wormerveer. Vandaar zouden de spullen weer in etappes naar Amsterdam gebracht worden. Op reis vanaf Hugowaard; de dokter op een fiets met bonen achterop, de uitgever op de bakfiets en Sluys op de fiets zonder vracht, omdat hij de bakfiets vanaf Wormerveer terug zou rijden. Na enkele kilometers de uitgever, een klein mannetje, amechtig en de dokter, een zware kerel, ontevreden over het langzame tempo. Alles afgeladen en in kleine porties naar Wormerveer gebracht.

Een kantoor heertje uit Beverwijk komt met een enorme bakfiets te Heer Hugowaard om aardappelen. Mee met de schuit om ze te halen, mee helpen sjouwen, vol ijver. Op de terugtocht in de schuit al "wit om de neus". Op het pad naar de harde weg drie keer rusten. Summa summarum: de bakfiets laten staan en lopen naar Beverwijk om hulp te halen. Terug met drie man, die het in een dag niet verder brengen dan tot Heiloo. Zo sukkelt Holland om voedsel, dag aan dag. Daarnaast mensen zonder enig juist begrip van de toestand; "zend mij nog 5 mud aardappelen", alsof alles nog net is als vroeger!

Dinsdag 6 Februari 1945.

Naar Opmeer. Mogelijk is daar nog wat te koop om de lege winkel wat op te vullen? Meteen de wielen van de bakfiets naar Zwaagdijk brengen voor houten velgen! Telkens weer een stap achteruit. Hoelang zal deze ellende nog duren? Ellende, zie daar die stumpers die met fietsen, bakfietsen, handkarren, kinderwagens, lorries, enz. wat eten naar de grote stad trachten te brengen. Op Zwaagdijk hangt er een op een handkar, ja hij hangt meer dan dat hij loopt, omdat hij de kar glad verkeerd geladen heeft. Ik help hem de zaak wat te verstouwen. Nu gaat het beter! "Het gaat nu ook wat sneller", zegt hij verwonderd. Hebben zulke mensen dan geen benul? De stroom groeit nog gaandeweg, 't is nu zacht weer en de weg is dagenlang vrijwel onbegaanbaar geweest. Geen wonder, dat nu weer van alles present is; vrouwen, meisjes, chinezen, verpleegsters, postboden, enz. Ze kauwen op een rauwe wortel of het de heerlijkste versnapering is. Op elke weg lopen of rijden ze; op Zwaagdijk, in Nibbixwoud, Wognum, Wadwaay, Spanbroek, Opmeer. Onbegrijpelijk dat ze nog zoveel opscharrelen. Maar als je goed kijkt, zijn het meest wortelen, uien en bieten. Op de terugweg zie ik bij Sijbecarspel vrouwen met twee handkarren, waarop alleen maar suikerbieten. Zonder pech kom ik op het kinderfietsje nog net voor donket thuis.

Woensdag 7 Februari 1945.

Naar Enkhuizen.; bonnen inleveren en de suikerbieten halen. We rijden met goed weer en goede wind heen. Even voorbij de vuurtoren komen 4 meisjes of jonge vrouwen aanlopen. Een ervan duwt een wandelwagentje waarop wat oude schoenen en een koffer met "ruilgoed". De middelste van de overige drie sjaggelt er zo wonder opaan, alsof ze doodmoe is. Ze zijn net voorbij, als de band van ons kinderfietsje leegloopt. 't Is hoog tijd voor de bonnen, dus gaat Aaf alleen door en ik terug naar de vuurtoren. Gelukkig kan Jo Kopen de band dadelijk plakken. Ik passeer de meisjes en vraag; "Wat moeten jullie met z'n vieren? "Wat eten zien te krijgen, zijn we al gauw bij Andijk?"
Ik wijs hun de torens, nog een heel eind! "Boontjes en tarwe" wilden ze hebben, alsof dat zo maar gaat! Als de band klaar is, besluit ik toch maar door te gaan naar Enkhuizen. De suikerbieten zijn er nog niet, de grossiers zijn gesloten, dus ga ik terug. Nog voor de Noorderpoort regent het geweldig. Ik wacht op Aaf, die nog in de stad moet wezen. Als ze komt gaan we door de dikke regen naar huis. Door de stijve wind slaat het water direct door, we zijn zo drijfnat. Bij het Oosterkerkje lopen de vier meisjes in de regen! "Gaat het wat?", vraagt Aaf. "Och, soms lukt het en soms lukt het niet". Erg produktief lijkt het mij overigens niet, wat een armoe!

Donderdag 8 Februari 1945.

Na de middag komt Grietje Faust met een paar zwarte dameskousen, die een chinees te ruilen had voor 14 pond tarwe! Of ze het doen zou? Beste remedie: laat die chinees hierkomen! Even later komt de pindaman. Wat een slimmerik! Zijn bruine ogen draaien van links naar rechts en hij lacht maar! "Ik niet weten, andere collega vragen". "Andere collega hierkomen", zeg ik. "Andere collega niet kunnen, hij veel gelopen". "Andere collega moet toch ook weer naar Amsterdam lopen?" "Andere collega hele nacht slapen, morgen weer goeie jongen wezen!" Tenslotte komen we overeen; "tien pond korreltarwe, twee pond meel, vanavond koken, morgen koken". "Goeie ruil", zegt Aaf, "andere collega zal blij wezen". "Nee, andere collega kwaad, denken hij 14 pond vragen, 12 pond krijgen!" En hij lacht weer. Intussen loopt "andere collega" op de Middenweg andere huizen af. Ieder zijn eigen handel. Gladdekkers!

Een poos later Han, alleen! Jossie is er niet bij. Die was even over de pont onwel geworden en zou dus morgen komen. Han was op de fiets met een handkar er achteraan. Zeven uur rijden! Hij heeft bussen verf en een dekzeiltje om mee te ruilen en een koffer met boeken voor de jongens! Goed zo, woord houden. Bij Piet Schuurman vindt hij weer veilig onderdak.

Dinsdag 10 April 1945.

Brood halen van Enkhuizen. "M'n zwager Jac. Faust gaat mee. We gaan over de nieuwe weg naar Grootebroek. Even in Bovenkarspel kijken bij de ruilwinkels. Weinig nieuws; een paar schoenen voor 50 pond tarwe, enz. de orde van de dag. We bespreken een en ander in een ruilwinkeltje te Enkhuizen en halen dan brood bij de fabriek. Ik krijg acht tarwebroden mee, omdat wij meel ingeleverd hadden. Oom Jacob krijgt niets! 't Is wel erg; de zoon van een bakker zonder brood! Met wat praten en de belofte van "een shagje" krijgt hij toch nog vijf regeringsbroden mee. Wees maar blij! Na afloop gaan we de bomschade, waarvan ik sinds 15 Maart nog niets gezien had, bekijken. Vooral de Dromedarisbuurt heeft erg geleden en de oude Dromedaris zelf is ook beschadigd. Wanneer komt het einde?

Donderdag 12 April 1945.

Morgen geen water meer! Dat hangt ons als een nieuwe dreiging boven het hoofd. Duizend noden, duizend zorgen. Vandaag doet de kraan het nog en we maken van de gelegenheid gebruik om nog wat azijn te maken. Op je dooie gemak, want haast is er niet bij en de kraan loopt maar langzaam.

Vrijdag 13 April 1945.

De kraan druppelt nog een beetje. We zijn er haast nog blijer mee dan toen we nog volop konden plassen. Een mens is een raar dier! We sparen deze laatste druppels zorgvuldig op voor "als 't helemaal niet meer loopt". Hoe lang zal het ons baten? Welke vreselijke ziekten zullen we ons zonder schoon water op de hals halen? Of valt het weer mee en zullen we ook hieraan weer wennen, zoals we al aan zoveel van deze gruwelijke oorlog gewend zijn?
't Wordt al mooier, geen brandstof, geen licht, geen brood en nu geen water. Wat kunnen ze ons nog meer afnemen dan alleen het leven? En toch, we leven nog, we sukkelen verder met elke dag weer een beetje hoop op een spoedig einde en elke dag een beetje meer geloof, dat deze gruwel toch eens op zal houden.

Zaterdag 14 April 1945.

We hebben nog een bakfiets en we hebben nog bussen, dus haal ik 's morgens een vrachtje water uit het IJsselmeer. 't Valt niet mee. Door de golfslag is het scheppen moeilijk, dus iedere keer met een half emmertje de dijk op en neer! En 't water is ook niet zo helder als ik had gedacht, nogal "roerig". Maar allee, we hebben tenminste water! De schippers zetten er toch ook koffie van. De kraan geeft nu geen drup meer, alleen het aftapkraantje in de kelder van de buren druppelt nog een klein beetje. 't Is afgelopen en voor hoelang?

Maandag 16 April 1945.

Ik graaf een put! Vroeger hadden we er ook een en het water was goed. Waarom zou het nu niet kunnen? Voor de middag heb ik de waterlaag al, maar 't is nog "klei", het blauwe zand moet nog komen. Dus graaf ik na de middag verder. De kuil is nu flink diep. Een grote houten kuip er in en nu zal 't verder vanzelf toevloeien. Dat doet het ook, maar veel te hard, of liever te hoog. De kuip gaat schuil onder 't water, hopeloos! Ik help opa Kist met spitten en ga 's avonds met de kano nog eens kijken. De hoge zwarte bus, die ik erop gezet had is nu ook onder! Met Jan en Piet schep ik het water eruit en graaf de bus weer op. Dan het houten vat maar volgooien met blauw zand en de bus erop. Dan zal hij toch eindelijk wel boven peil wezen. Als ik met vader en Cor aan het spitten ben, gaan langs 't Kleingouw telkens duitsers voorbij.
Kleine groepjes van twee, drie of vier. Sommigen op de fiets, anderen lopende. Geen van allen schijnt haast te hebben, ze sukkelen langzaam op Enkhuizen aan. s Avonds horen we dat het spoormannen zijn en ze zeggen van Harlingen te komen, lopen over de afsluitdijk en de Wieringermeer door. Geen wonder dat ze dan hier geen haast meer hebben. 't Is magnifiek weer en er is 's avonds laat nog veel volk buiten. Ongeacht het gebod: om 8 uur alles binnen.

Dinsdag 17 April 1945.

's Morgens dadelijk even naar de put kijken. Als ik er bij kom is zelfs de zwarte bus niet meer te zien! Vies, geel water, waardeloos. Ik ben nog maar net terug of er is opnieuw tumult. De omroeper! Allemaal naar "de Meer" om graan en kinderen te halen, want om twee uur gaat "de Meer onder!"

Het wordt een uittocht. We gaan allemaal, behalve Anny; Fem en Trees zijn naar school. Ik met de bakfiets! Zakken en touw mee en Jan trekken. We rijden met vliegende haast want het weer is prachtig. In de Kagerbos is het zelfs te warm.
Bij het huisje gaan alle jasjes en mantels uit, in de lege bak. Op Onderdijk liggen verschillende groepjes duitse soldaten aan de kant van de weg. Oude vijftigers al. Ze kijken lusteloos, hoewel verwonderd naar die plotselinge exodus van fietsen en bakfietsen! Maar de "sju" is er uit, het zijn niet meer de duitsers van de "frische froehliche Krieg" die, "schneidige" marineofficiertjes, die met zoveel bravour over de Dam flaneerden met hun overvloed aan galon en tressen en hun eigenwijze "slakkenpikker". Dit is de terugtocht van het grote leger. Zo hebben in 1812 de hollandse jongens bij de Berezina gezeten, verslagen, moedeloos. "Waren we maar weer thuis".

In Medemblik is het druk. De Westerhavenstraat staat vol met de grote platte wagens van de polderboeren met de zware "belzen" ervoor. Huisraad wordt naar binnen gedragen. We zijn er haast, de "Ortskommandatur" en dan "het gat".
't Ziet er zwart van mensen. "Je komt er toch niet in" is ons al eerder gezegd. Aaf is al vooruit, ik rij langzaam verder. De bakfiets van Uitterdijk zie ik door het gat gaan. Als die het kan, kan ik het ook! Wat Kan kan, kan Kan alleen. Heisa, verder! De "politie" doet alsof hij niets ziet en de twee duitsers trekken zich er niets van aan. Ik ben "er in!" Bij de eerste brug komt Aaf ons, Jan en ik, tegemoet. Ze is bij de "Leliehoeve" wezen vragen, maar 't was niets, de boeren hebben vandaag wel aan iets anders te denken! Met grote haast was men daar aan 't inpakken. We gaan verder, de dijk langs naar de zevende boerderij! Aaf gaat weer vooruit. Intussen waren we voor Medemblik, Piet Schenk al tegengekomen met een wagen huisraad. Die kwam dus al heel van Wieringerwerf. Langs de dijk komen nog steeds vluchtende soldaten; duitsers en landwacht, te voet, per fiets en op wagens. Alles trekt de Meer uit, want "de Meer gaat onder!" 't Is ongelooflijk op deze stralende zonnedag, watervloed! De tulpen bloeien, wat staan ze best. Het koolzaad bloeit ook en de hele Meer is haast in de bouw. Een mooi gezicht, die lange akkers met die rechte voren, die de belzen er ingetrokken hebben "de vrome twee horsen tegaer" Het melkvee loopt nog in de weiden. Het gras groeit best, ondanks het droge weer van de laatste tijd. Paardebloemen bloeien overal, leeuwerikken tierelieren, de Meer groeit en bloeit. Het is een belofte voor de komende oogst, die we zo hard nodig hebben. En nu; de Meer onder water? Ongelooflijk, maar het militarisme is tot alles in staat. Die idioten prakkizeren alleen maar over verwoesting en vernietiging!

De boeren vluchten de Meer uit. De een trager, de ander snel. Maar ze gaan er uit, allemaal! We komen bij een boer op de Schervenweg. Zijn huisraad wordt opgeladen, zelf is hij nog in de schuur. Hij wil er haast nog niet aan. Wat moet er in zo'n boer omgaan? Er ligt nog wel 100 mud tarwe, alle gereedschap en machines zijn er nog. De kippen kakelen nog in de hokken. Maar hij zal toch ook moeten! We krijgen tarwe mee, anders verzuipt het toch. Hij scheldt niet, maar hij is "geladen", dat is te zien. We gaan terug, de straatweg af met de "grote trek" mee. Lieve God, hoeveel malen zal de boer zo al niet verjaagd wezen en gedwongen te verhuizen "naar een betere stee". We raken achter een convooi. Een tractor voorop trekt twee boerenwagens, hoogopgeladen met huisraad en ander spul. Achter die wagens, de koeien, zwaar melkvee, en dan drie paarden, zware belzen, die stappen als olifanten. De meest rechtse is niet te vertrouwen. Telkens weer legt hij de oren in de nek. Als je een pats met zo'n zware poot krijgt!

We komen verscheidene lege wagens tegen, die met grote haast weer de Meer in gaan om nog zoveel mogelijk te redden. Zou het dan toch waar zijn? Het is nog voor tweeen en van overstroming is nog niets te zien. Medemblik is nu dichtbij, de zware toren staat onverschrokken, steil overeind. Wat zal er sinds de elfde eeuw al aan de voet van die toren gebeurd zijn? Is deze "grote trek" maar een onbelangrijk intermezzo in de loop van de tijd?

We zien nog eens achterom; de Meer bloeit nog. De perenbomen bloeien volop en de appels staan op springen. De vogels kwinkeleren en de zon schijnt. Maar; de Meer gaat er onder. Vlucht. Redt nog wat je kunt! Zal het dan nooit beter worden in deze waanzinnige wereld?

Als we de Meer uitkomen, is de belangstelling aanmerkelijk minder dan 's morgens. De meeste Andijkers zijn onverrichter zake weer naar huis gegaan. De Edelachtbare is weer eens te voortvarend geweest. Als we op de Bangert komen roept men ons toe: "haast je maar niet, Andijk gaat er toch ook onder". Er is "een mof" langs geweest te waarschuwen. Dus toch? Hebben we ons daarvoor zo uitgesloofd? 't Schijnt waar te wezen; de bouwers komen terug; langer doorwerken is nu onzin, wie gaat er nog kluiten kloppen als straks alles onder water verdwijnt? We brengen onze tarwe thuis en beramen wat we verder zullen doen. We zullen "op zolder" huizen en met de kano rondpeddelen voor tijdverdrijf. We zullen, ja wat zullen we, onderdeel, kleinste schroefje van de grote machine. Jan Boezeroen, die niets te vertellen heeft, wat zal jij? De grote kapitalisten zullen je; naar hun pijpen kan je dansen!
"Morgenavond gaat Andijk onder!" Anne Marie is jarig. We gaan er maar kort heen, want morgen zal het een drukke dag zijn!

Woensdag 18 April 1945.

Het eerste werk is nu; Jossie weghelpen naar Amsterdam! Als we op zolder moeten wonen is het "hoe minder zielen, hoe meer vreugd". Met een 100 pond eten hobbelt Jossie tegen tienen weg. Nu verder! Ik begin alvast brandstof boven waterhoogte te bergen. Op het platte dak van het pakhus ligt dat voorlopig goed. Alle hout dat branden kan en mag, komt daar terecht. In huis doen we voorlopig niets, 't mocht eens niet nodig wezen! Van angst is nog geen spoor, we zullen wel zien. We gaan eens kijken naar de brug, waar vanwege de gemeente een streep gezet is, hoe hoog het water komt; 2,40 m. + A.P.
"Bestaat niet" zeggen andere mensen, "vroeger kwam het nooit hoger als de pluimen van het riet, dat was de maat".
Ik denk eens na van welke watervloed ze dat konden weten? 1825? Of dateert die
overlevering heel van 1675 toen ook alles tot Enkhuizen toe onder water lag?

Tegen de avond kan ik de lust niet bedwingen om eens naar de Meer te gaan kijken, hoe hoog het daar nu werkelijk is. Dan kun je er hier wat rekening mee houden. We gaan op de tandem, Aaf en ik. Het weer is prachtig, de natuur bot uit, de tulpen bloeien, de bomen komen meer en meer in 't blad, het gras heeft een gezonde kleur, het is voorjaar.

In Medemblik is het vrij wat stiller dan gister. Bij "het gat" ziet het niet eens zwart van mensen. Daar ligt nu de Meer, die bloeiende Meer van gister, een grote plas met hier en daar een dak er bovenuit. De schuurtjes van de Andijker bouwers staan juist keildeil met het water. De bloeiende tulpen zitten dus 1,5 meter onder water! De weg naar de Meer is nog begaanbaar tot een eind over de eerste brug. Net een havendam lijkt het nu. Het is er vrij druk; boerenwagens worden volgeladen met gered huisraad, dat met schuiten en vletten wordt aangevoerd. Er is een soort reddingscommitee gevormd, dat met vletten en motorbootjes de Meer laat afzoeken.

Daar komt juist een vlet aan wal. Een jong paar met een kinderwagen en een lange mijnheer met een bleek, ongezond gezicht. Ze schijnen hem hier te kennen. "Ha, mijnheer Brommer", zeggen ze en hij vertelt. Hij heeft de nacht doorgebracht in het Domeinkantoor te Wieringerwerf. Er zitten daar nog meer mensen, maar ze willen nog niet weg. Hij kon nu mee naar de vaste wal, daarom is hij gegaan. Zijn vrouw zit in Alkmaar, ongerust. Daar gaat hij nu naar toe. "Nu mensen, tot weerziens in betere dagen". Hij gaat met zijn koffertje en zijn wandelstok naar de vaste wal!

Op de witte brug spreken we "onze" boer van gister. Ja, hij heeft het meeste nog kunnen redden. ook de tarwe. Nee, alles niet, een twintig zak. Een bagatel? Hoeveel keer 20 zak zal er in deze wijde plas verdwenen zijn? Gaan we weer? Even wachten, daar komt nog een vlet met een zeiltje op. Nog voor hij bij de wal is, draait hij weer af. Aan het eind van de "havendam" staan groepjes mensen. Een jonge landmeter met een flinke haardos, staat wat op te snijden tegen een paar kameraden. Zijn korte bruine laarzen staan juist op de scheiding van land en water in de kabbeling van de kleine golfjes.

Heel aan 't eind van de "strekdam" staat een groepje arbeidersvrouwen af te geven op die rotboeren, die de tarwe liever lieten verzuipen dan ze aan de arme mensen te geven. "zeven vette jaren hebben ze gehad, wat zou het hinderen als ze nu eens een jaar in het water zitten?" Een kittig brabants vrouwtje wil graag van haar vlucht vertellen! Ze geeft een rad verhaal met veel eigennamen die het geheel verdoezelen. Ze is winkelierster geweest en ze heeft haar tarwebloem weten te redden, die ze nog op de laatste kindermeelbon gekregen heeft. "De boeren gaven d'r niet om". Nu zal ze bij de distributie gaan informeren wat ze er mee doen moet. Sancta simplicitas!

Boeren en boerinnen staan het watervlak af te kijken naar de verzonken boerderijen. Er is van allerlei slag onder, Zeeuwen, Brabanders, maar ook Friezen en koppige Groningers. Wat zal er in die harde koppen omgaan? Er komen nog steeds vletjes binnen. Ze voeren weinig aan; verdronken hazen, kippen, patrijzen. "Waar is je varken", wordt er gevraagd. "Hier ligt ie, hij is zeeziek". Daar komt nog een volgeladen schuit tarwe, aardappelen, beddegoed. Het is een aardappelvaarder van binnen de dijk, nog met benzinemotor. Even later komt een vletje aan wal. Twee opgeschoten jongens springen er uit. Een stopt vlug een fles olie onder de kiel, de ander smakt een zakje tarwe aan wal. De politie heeft het in de gaten, neemt een verhoor af. Ze hebben "een boer geholpen!" Zeg maar dat het niet zo is! Aan de overkant vaart een sleep vletjes en bouwersschuitjes in een wijde boog naar "de Lely" toe. Daarachter liggen ze veilig. Hier niet, tenminste je kunt nooit weten. Water is een onbetrouwbaar element! Kom, we gaan!

Thuis vertellen ze dat de Engelsen in Stavoren zijn. Je kon de vlaggen zien wapperen, alleen niet van welke kleur! Vanmorgen werd daar hevig geschoten?
't Kan waar zijn....

Vrijdag 20 April 1945.

's Morgens haal ik brood van Enkhuizen. Met zulke karweitjes komt de dag om. Brood uit Enkhuizen, melk van Zwaagdijk, enz. Op de bon is er voor ons niets te doen, trouwens; gister heb ik Hoorn en Enkhuizen afgevent met toewijzingen, maar 't gaf allemaal niets. 7 Pond meel was de hele buit van die dubbele reis. Maar niet mopperen! 's Middags ga ik naar Zwaagdijk, via Medemblik.

Ik wil de Meer nog eens zien. Er waait een stevige westenwind dus is het een ferme trap naar Medemblik. Bij het gat zien we het al. De masten van de schepen steken boven de dijk uit. Van een tjalk wappert het rood, wit en blauw. Als we door de dijk zijn, zien we het beter; het water is sinds woensdag enorm gerezen! Een tjalk en een paar vissersbootjes liggen vlak bij het gat aan wal, de "aanlegsteiger" is er nu vlak bij! De witte brug, waar we woensdag nog over konden is nu onder, alleen de leuning komt nog bloot! De schuurtjes van de Andijker tuinders drijven voor de brug langs. Er staat een flinke deining, de ijzeren schuiten zijn op droog gehaald. Tussen de boerderijen zeilt een flinke tjalk. Toch schijnen er nog mensen in de Meer te zijn, die nog niet weg willen, Zelfs op de terp huist nog volk in een tent!

"Ze hebben daar woensdag een varken geslacht en nou zijn ze daar aan 't picknicken", zegt van Dokkum. We mogen niet lang kijken. "Terug mensen", zegt de dikke politie. "'t Blijft toch hetzelfde, hoe lang je ook kijkt". Van de "Lely" worden kleine bootjes en schuiten op wagens weggebracht. Die hebben met zo'n wind het sjouw af. Alleen zeewaardige boten kunnen nu nog helpen. Ook een wagen met huisraad komt naar beneden hobbelen. Onderaan de dijk rijdt hij door een kuil en krak, valt een kist met aardewerk aan scherven. Een electrisch fornuis wankelt, maar is nog te houden. Voorzichtig zoeken de voerlui de hele stukken uit de scherven. Dan gaat het weer verder "bles!, Anna!"

In de binnendorpen; Opperdoes, Twisk, Oostwoud, zie je overal boerenwerktuigen
uit de Meer staan. Ook de zware belzen zijn hier ondergebracht. 550 Boeren woonden er in de Meer. Via Zwaagdijk rijd ik naar huis. Daar weten ze dat de Engelsen 20 km. van Amsterdam af zijn. Nog een half uurtje, dan kunnen de tanks er dus zijn! Maar, Nederland is polderland en de ene polder na de andere gaat onder water. 't Kon nog wel eens lang duren met die "bevrijding!"

Intussen is 't hier nog droog, hoe lang nog? We zitten elke dag nieuwe plannen te beramen voor als het vreselijke hier eens gebeurde.

Zaterdag 21 April 1945.

De wind is naar buiten gedraaid en van West, Noord-West geworden.. Het prachtige weer van de laatste dagen is nu finaal weg en 't is barbaars koud. Tegen de avond zwelt de wind aan tot storm en weldra davert het er over! Hoe moet het er nu in de Meer wel uitzien? 't Is nu veel ruwer dan gister! En zal de oude dijk het wel houden? Die oude dijk, die vroeger zo sterk was, maar waar ze de steenglooiing uitgehaald hebben. Waar moeten ze nu de boel mee stoppen? Er is niets geen materiaal; geen balken, geen zakken, geen tonnen, geen palen of planken, alles wat er nog is heeft de Wehrmacht in beslag genomen en zal die het teruggeven? Als 's nachts de asbest platen weer zo geducht klapperen, slaapt het niet lekker! Anders sliep het altijd best met stormweer, de dijk was immers te vertrouwen. Maar nu; als de dijk bij Opperdoes en Lambertschaag doorbreekt, zitten wij meteen in het water! Daarom ga ik er 's nachts een paar keer uit en sta voor het raam te kijken naar die dreigende buien in het Noord-Westen, die elkaar maar eindeloos opvolgen en telkens weer nieuwe en heviger windstoten brengen. Arme dijken! Hoe zullen ze het houden? Duizend man werkt er aan, is gezegd, maar wat zullen die kleine mensjes beginnen tegen deze enorme natuurkracht?

Zondag 22 April 1945.

"Morgenochtend niet ter kerk, maar aan 't werk op de dag des Heren". Ik ga ook aan 't werk! Als er nog eens zo'n storm komt en de oude dijk houdt het niet, hoe zullen we dan zo gauw alles boven krijgen? Daarom sjouw ik alvast wat op zolder; tarwe, aardappelen, bonen, meelspijs. Aan voedsel zullen we dan direct geen gebrek hebben, maar hoelang zullen wij het uithouden op onze kranke zolder in zo'n bulderende storm.
Als ik tegen twaalven naar Zwaagdijk ga, komt in Wervershoof juist de kerk uit. Een hele stroom! Maar op Zwaagdijk is het nog erger! "Ja, zie je", zegt de boerin, "er was bidden voor de bevrijding en vanmiddag komt er een kapelaan te preken, ok al deervoor". Ook de Andijkse kerk was volgens zeggen goed gevuld. Bidden om bevrijding tot onze lieve Heer er doof van wordt en niets meer hoort!

Als er watersnood komt zal de klok geluid worden en witte vlaggen zullen er waaien van verschillende gebouwen, is er in de kerk gezegd. Alles goed en best, maar wat heb je er aan? Aanpakken zal de boodschap wezen en vlug ook!
's Middags uit de kerk is het volk met man en macht aan 't strandjutten. Van alles drijft er aan; ruiterstokken, fruitkistjes, palen, kozijnen, deuren, strobalen, los stro en takkenbossen. Het is alles met de storm van vannacht door het gat bij de Oude Zeug geslagen en nu hier aangespoeld. Vooral aan de Oosterdijk drijft het meeste aan, linea recta van Wieringerwerf! En wat zal er nog voorbij gaan naar Harderwijk en Elburg? Gelukkig zitten wij nog steeds droog! Wat zouden onze halfsteens muurtjes beginnen tegen dit stormgeweld? Het wrakhout zou spoedig voor Enkhuizen's wallen liggen! Maar hoe lang nog?

Maandag 23 April 1945.

's Morgens van bed af, dat is 7 uur, ga ik naar de dijk. Zien wat er aangespoeld is. Er staat nog een stevige bries uit het Noord-Noord-Westen. Van wrakhout is vrijwel niets te zien. Een armzalige stok en een kistje is alles wat Piet Reinsma nog opvist. Maar anderen zijn hem voor geweest, om vier en vijf uur al! 't Baat hun weinig. Per omroeper wordt bekend gemaakt, dat al het strandgoed weer aan de dijk gelegd moet worden. Voor de middag is er reeds een wagen van de Oosterdijk met klaverruiters, balken, een deur, een lange trap, enz. Er was zelfs een balk aangespoeld met een bankschroef er nog aan!

Tegen de middag wordt er al een wagen wrakhout van de Oosterdijk naar de schuur van "Akkerbouw" gebracht. 's Avonds zijn er al zes wagens vol binnen gebracht, meest klaverruiters, maar ook baddings, planken, deuren, kozijnen, ledikanten, tafels, stoelen...

Als ik naar Zwaagdijk ga, kom ik op West "oom Jacob" tegen, die vertelt dat in Opperdoes elke burger 2 zak zand moet leveren voor dijkverzwaring en dat in Alkmaar alle mannen onder de 50 jaar moeten graven voor de Wehrmacht. Dat kunnen we dus binnenkort hier ook nog beleven! 's Avonds is het weer bedaard, het is stil geworden en aan zee is niets meer te zien.

Dinsdag 24 April 1945.

Het is prachtig weer. De wind is nu iets Noord-Oost gedraaid, dus uit de stormhoek weg. Noord-Oost, dat is Friesland en Friesland is vrij! De duikers uit Friesland, Groningen en Drente, die hier nog zitten popelen van ongeduld om naar dat vrije gebied te komen. Zo nu en dan wagen het een paar, soms drie of zelfs zes in een klein bootje naar de overkant. Ze gaan zelfs op klaar lichte dag. De duitsers kan het blijkbaar niet schelen, die doen tenminste geen poging om ze te achterhalen. 't Blijft gevaarlijk! "De organisatie" is er tegen en naar verluidt worden de jongens in Friesland in een interneringskamp gebracht.

's Middags komt er een wagen huisraad van Piet Schenk thuis. Hij is naar Wieringerwerf geweest met 7 anderen per schip! Zijn huis stond er nog, maar de binnenmuur was kapot gevallen en op de zolders stond een meter water. Met lange laarzen aan en gewapend met lange haken heeft hij zijn meubelen opgevist! Nu is het dan hier. Wat een zoodje. Stoelen en tafels zonder beits en de poten beschramd en beschadigd. Ledikanten verveloos geworden, de naaimachine en het electrisch fornuis bedekt met een laagje slib en roest. Het fineerwerk van de naaimachine alles los, de kap totaal waardeloos, de boeken aan een klont met verkleurde banden, enz. enz.
Ik besteed twee dagen aan het roestvrij maken van de naaimachine en het lukt, hij draait weer! Een ander poetst het fornuis roestvrij, maar dan nog; het blijft een wrak zoodje. En toch, nog gelukkig dat dit althans gered is. Een mens is toch een dankbaar kuddedier!

Vrijdag 27 April 1945.

Als Jan terugkomt van Zwaagdijk, vertelt hij dat hij veel duitsers heeft gezien, die onze kant uitgingen, met wagens met fietsen, enz. Ook dat nog, misschien wordt dat inkwartiering. De boeren opvreten, net als Sonoy in 1572 in Hauwert, "die daar alles kaal maakte".

Zaterdag 28 April 1945.

De duitsers zijn op Andijk! Veertig man in de Meiboom en 100 in de Krimpen. Later blijkt dat natuurlijk weer sterk overdreven te zijn. Ze hebben meester de Boer nog een angstig uurtje bezorgd, omdat eerst de school en het huis gevorderd werden. Later hoefde dat toch weer niet en bleven ze bij de Meiboom, enkelen bij bakkerij "Vea" en ca. 8 man aan de Oosterdijk. Ze hebben alvast geen prettige indruk van Andijk want het is onaangenaam, guur weer met een koude Noord-Wester wind. Wat zal er nog volgen? Meer troepen en inkwartiering? Wat is hun doel? Aanval vanuit Friesland afweren? Krijgen we nog meer inkwartiering? De commandant is bij Jan Sluys Klaasz. Of blijft het hierbij?
Toch als we 's avonds naar opa Kist geweest zijn, omdat die 45 jaar getrouwd was, haasten we ons vlugger dan gewoonlijk naar huis. 't Is immers "spertijd".

Maandag 30 April 1945.

Vredesgeruchten! Hommeles in Duitsland; Goering helemaal dood. Hitler voor 3/4. Die kan nog 48 uur leven. Mussolini is aan een benzinepomp opgehangen, enz. De Russen hebben 3/4 van Berlijn veroverd. Wat zal er alles van waar zijn? Een deel altijd en dat betekent dat we dichter bij het eind komen, het vurig begeerde eind!

Dinsdag 1 Mei 1945.

De vredesgeruchten houden aan, worden sterker! Er wordt niet meer gevochten. 't Is wel opmerkelijk, dat we de laatste dagen bijna geen vliegtuig meer horen. "Duitsland heeft volkomen capitulatie aangeboden" heet het nu. 't Zou mooier zijn als het waar was. Voor Andijk valt er een zware schaduw over. Als ik 's avonds thuis kom vertellen ze; Jo Smink, Jan Kort en twee jongens van Dijkstra zijn dood! In Zwaag neergeschoten door de landmacht! Ze moesten voor "de organisatie" naar Hoorn en hadden delen van wapens bij zich. In Zwaag was 1 N.S.B. er en/of 1 landwacht doodgeschoten en daarom werden er 100 man gearresteerd. Toen waren de 4 Andijkers zonder vorm van proces neergepaft. Een vijfde was de dans ontsprongen, Jan Ruiter.

Je moest je toch even bezinnen! Jo Smink, Jan Kort, twee jongens van Dijkstra, Ruurd en Gosse, je zou ze nooit meer terug zien in het land van de levenden! Jo Smink, een paar weken terug op een zondag, hield hij mij nog aan, hoe het in de Meer was. Jan Kort, die waarschuwde ons nog toen we naar opa Kist gingen, dat er "40 moffen" op de plaats waren. De jongens van Dijkstra, die Ruurd is nog eens een avond bij ons geweest, die speelde guitaar, net als Jossy.

Njaenk is dus weduwe, die dappere Njaenk, die zo trots op haar Jo was, die malle Jo Smink met zijn knipoogjes en dwaze gezegden. 't Grijpt je toch aan: 4 ineens! Overigens niet vreemd, de organisatie is illegaal, dat vergeten ze te vaak. Ja, die jongens, ze zouden allicht "even die moffen ontwapenen" en nu zo; alle 4 tegen de muur! Wat zal er allemaal nog op volgen? Nieuwe moorden? Want Wehrmacht en Landwacht zijn goed bewapend.

Woensdag 2 Mei 1945.

Als ik 's middags naar Hoorn ga, wordt ik midden in Wervershoof al gewaarschuwd; er is fietsenvordering! Och, het zal mij niet deren, deze ouwe doortrapper moeten ze niet en anders is er nog niet veel aan de weg. Op 't Zuidwerk kom ik er drie tegen, die blijkbaar een fiets "gepikt" hebben, maar doen of vragen ze niets. Van de Tolweg komen er nog meer. Op Zwaagdijk tegenover de Hauwerterweg staan er twee, zwaar bewapend met stormhelm en handgranaten, maar ze laten mij rustig doorrijden. Op de terugweg staan er bij "Wie weet nog hoe", wel dertig. Ik kan ongestoord doorrijden, zelfs geen "Ausweis". Terug op het Zijdwerk rijdt de "Avo" auto me voorbij. Als je nog eens auto zegt, zie je niets meer. De Gooyer en Klaas Kort zitten er achter in en ik begrijp; de 4 doden uit Zwaag! Jo Smink! Hoeveel keer zal hij hier langs gekomen zijn met zijn bollenauto? Een keer heeft hij mij opgepikt achter Avenhorn, toen het goot van de regen. Arme Smink! Dit is je laatste rit. En Jan Kort? Hoeveel keren zal die hier langs gefietst zijn toen hij nog puddingreiziger in Amsterdam was. Op de fiets naar huis! Nu gaat hij ook naar huis, zijn laatste gang.
En die jongens van Dijkstra? Die sterke jongens! Was het Ruurd niet, die verleden zomer een schuit turf bij me loste, waarbij zijn "ouwe heer" maar praatte en Ruurd het werk deed. Hoeveel keren zullen die hier langs gekomen zijn vanaf Hoorn, waar hun "oom Jan" woonde. Nu voor het laatst "4 lijken per Avo". Juist voor ik bij Smink ben, wordt hij binnen gedragen. Arme Njaenk! Moest jij je vrolijke Jo zo thuis krijgen? Wie kan hier troosten?

In Hoorn hoorde ik sensationele berichten; Molotof was van de conferentie gevlucht en nu zouden Amerika, Engeland en Duitsland, samenspannen tegen Rusland; "want die Rus was veel te ver opgedrongen". Als 't waar is zitten we er nog minstens twee jaar in!

Donderdag 3 Mei 1945.

Nieuwe geruchten; wapenstilstand! De haven van Rotterdam is door de duitsers vrijgegeven voor aanvoer van levensmiddelen voor de grote steden. Vliegtuigen zullen paketten uitwerpen. Wat een comedie! Intussen, als 't waar is, is 't mooi. Zo komen we dichter aan 't eind. Tenminste als dit geen rustpauze is en "ze" aanstonds weer beginnen; tegen Rusland? En dan moet Indie nog "bevrijd".

Vrijdag 4 Mei 1945.

Erbarmelijk weer! Koude wind en striemende regen! Desondanks gaat er enorm veel volk naar de kerk, van waaruit de 4 doden zullen worden begraven. Er wordt een rouwdienst gehouden, waar Ds. Morsink, Ds. Grosheide en Ds. Dijkstra spreken. Daarna gaat het grafwaarts, een lange stoet. Medeleven en medelijden.

Zaterdag 5 Mei 1945.

"Vrede!" Vandaag zal het dan "vrede" zijn! We zijn vroeger dan gewoonlijk wakker. Om zes uur heeft Bruin Brouwer al de vlag uit, maar het blijft de enige. Het is nog te onzeker en een uur later is de vlag weer ingehaald. "In den Haag al een bloedbad omdat ze te vroeg vlagden". Wachten tot 8 uur, dan zal de klok luiden! Maar om 8 uur luidt de klok niet. 't Blijft onzeker, oh als 't eens overging! Dan wordt het "bloedbad" nog veel groter; Wehrmacht, Landwacht, ondergrondse, communisten, hoeveel doden zouden er dan niet vallen?

Ik ga brood halen van Enkhuizen. Op de nieuwe weg niets bijzonders, geen vlag, geen klokketoon. In Grootebroek is alleen de jeugd feestelijk versierd, oranje mutsen, sjerpen, linten, schortjes tot zelfs oranje klompen toe. De ouderen houden zich nog afzijdig, geen vlag is te zien. Er wordt weinig gewerkt en veel gepraat. Naar Enkhuizen toe wordt het stiller en het stadje is even dood als anders. Alleen de schildwacht voor 't weeshuis is zwaarder bewapend.; snelvuurgeweer en handgranaat! Weest op uw hoede!
Terug in 't Westeinde een volksoploopje; men meende een vlag te zien op Andiek! De een ziet het duidelijk, een ander ziet niets. Fata morgana! 'n Tegenvaller, de "vrede" die voor het grijpen scheen, wijkt weer weg, voor hoelang? Wachten tot een uur, dan komen er weer berichten. Na enen; Vlaar heeft de vlag uit! Er volgen er meer, ook de onze. Jeugd vooraan!
Weldra wapperen de vlaggen overal. 't Mag, de duitsers hebben zich overgegeven, ze wilden het alleen niet aan "terroristen" doen en wachten nu de Canadezen af. Ze zullen niet meer schieten, 't is "vrede" nu. Vlaggen overal! Overal? Als ik naar Hoorn ga is er op Andijk-West vrijwel geen vlag te zien! Achter mij luidt de klok "vrede". Wervershoof vlagt spaarzaam, maar de klok bangelt er blijer dan bij ons; als carillonklanken waaien de tonen weg over het land; "blijheid", "vrijheid", "vrede!" De molen vlagt ook! Van de hoogste wiektop waaien de vaderlandse kleuren. Over het groene land verwaaien klokketonen, 't is vrede.

Op Zwaagdijk is daar niets van te merken. Niemand vlagt daar. Ze hebben het al vroeg gedaan, maar moesten de vlaggen weer inhalen en nu durven ze niet. Alleen de jeugd is opgetogen, net als in Grootebroek. Overigens het gewone beeld, alleen wat minder "Amsterdammers". Het weer is feestelijk; een waterig zonnetje geeft veel wit licht, echt broeierig feestweer!

"In Hoorn zullen vanmiddag de Canadezen komen", zegt een jongen, die met me oprijdt. Hoorn is in feestdos. Het Kleine en Grote Noord hangen vol vlaggen en het volk, althans de jeugd, is uitgelaten van oranje-vreugd! Op het Breed staat een speldjeskoopman; "de echte portretten hoor, van de prins en de prinses, van de nieuwe koningin. Kost 100 cent, kost een gulden. Ja, ja mensen vijf jaar heb ik ze bewaard onder balen stro en nu komen ze te voorschijn. Ze kosten maar een gulden hoor, met de echte foto!" Ze gaan grif weg, bij vier tegelijk. Aan de etalages op het Grote Noord is nog weinig veranderd, de meeste kasten zijn leeg. Een enkele heeft aan de Canadezen gedacht: "Welcome to our city" staat er op een kaart bij een pot gele tulpen, op oranje crepe!

Een ander heeft het "Bevrijdingsnummer" van Trouw in de etalage gehangen. 't Kan nu weer. De enkele duitsers die er langs komen trekken zich er niets van aan. De jeugd host en joelt haar goddelijke driehoek; Grote Noord, Turfhaven, Gouw. Op de Roosteen een vreugdedans voor Jan Pietersz. Coen. "Siet wat een goede couragie vermag". Coen blijft onbewogen. De bent trekt weer af, weer een rondje. Wat moet je anders? De bioscopen zitten dicht, er is niets te drinken, niets te eten. Geen ijs, geen limonade, geen koek. De banketbakkers staan met hun vrouwen in de deur naast hun lege etalages het gewoel te bekijken.
Dat is nu Hoorn, de koekstad! Er is niets te koop, alleen vlaggen en speldjes. Op de Gouw voor een winkel speldjes ter herinnering aan de bevrijding 1945 prijs fl. 1,50. 't Loopt druk! In de Kerksteeg worden vlaggetjes verkocht, de mensen staan in file. In de Nieuwsteeg hetzelfde. Ik ga een stille straat in, 't Grote Oost. De duitsers staan op de stoep van 't Drechterlandse Huis te kijken of ze zeggen willen; "Nu durven ze weer". En ze durven ook! Aan de schelknop van 't N.S.B. huis is een oranje lint geknoopt! 't Grote Oost is verder stil, een enkele armoezaaier heeft zich opgedirkt, 't staat als de befaamde vlag op de nog befaamdere modderschuit! Terug de Nieuwsteeg door en dan weer 't Grote Noord. De hosserij is nu meer "georganiseerd". Een trom voorop en een sliert kinderen "in verstand en in boosheid" er achteraan. Dan verschijnen er tussen het volk opeens twee meisjes met jurken van crepe papier in nationale kleuren. 't Staat fleurig en ze trekken veel bekijks. Overigens is het "feest" gauw bekeken, je wordt beu van al dat getoeter en gemekker van fluiten en mirletons. Daarom ga ik de "feestende" stad weer uit. Juist wordt de vlag op de watertoren geplant en even later vlagt de Zwagerkerk ook! Zwaagdijk is nog even kaal als op de heenreis, op een enkeling na. Thuis gaat de jeugd na het eten weer naar de dijk, omdat het er "zo gezellig" is! Ze blijven weg tot half elf. De eerste "vredesdag" is om, een lange dag. Wat zal de morgen brengen?

Zondag 6 Mei 1945.

Rustige dag. De kerk is overvol. Het aantal vlaggen is met enkele verminderd, die stuk gewaaid of veilig opgeborgen zijn, want het stormde vanmorgen nogal.
's Middags is het weer behoorlijk, "de rust keert weer!"

Piet Kistemaker.


© 2001-2019 | Kistemaker NetWerk | Sitemap | Contact

Westfries Genootschap