Kistemaker

Thuis » Weekblad "De Andijker" » Woensdag, 8 juli 1992, Nr. 28, 70e Jaargang

Herinneringen... 1944

De ouderen onder de Andijkers zullen misschien nog wel weten van het brandend neerstorten van een Lancaster bommenwerper in het IJsselmeer ter hoogte van wat nu het waterwinstation Prinses Juliana is. Het was een toestel van 622 squadron van Bomber Command, opgestegen van het vliegveld Mildenhall in Engeland. Het werd echter onderschept en aangeschoten door een Messerschmitt 110, gevlogen door luitenant Schnauffer van de Duitse Luftwaffe. We schrijven 15 februari 1944, omstreeks 23.30 uur. Ik was op weg ven mijn verloofde naar huis. Zij woonde bij de Meestoof en heet Nel Singer. Ik woonde bij het oude watergemaal het Grootslag. Op een gegeven moment hoorde ik motorengeronk achter mij. Toen ik achterom keek, zag ik een grote lichtvlek achter de wolken. Even later kwam een groot brandend vliegtuig door de wolken. Ik schrok ontzettend en liep tóen al een wereldrecord op de 100 meter, keek nergens meer naar en maakte dat ik thuis kwam. Het vliegtuig heeft nog een rechter bocht gemaakt volgens mij, gezien de plaats van neerkomen. Daar ik toentertijd bij Lou de Graaf op Andijk west in de smederij werkzaam was, kwam ik veel in aanraking met visserslui, die hun schip in de haven hadden liggen.

Daar aan het Buurtje is héél wat gepasseerd wat betreft zwarte vishandel en palingrokerij. Op 16 februari s'morgens besloot Ab Schuitemaker met zijn botter naar het neergestorte vliegtuig te varen op zoek naar een rubberboot. Henk Wanink en Lou gingen ook mee. Ik was 19 jaar en na herhaald aandringen mocht ik ook mee. Ik weet niet meer hoe we gevaren zijn maar na een tijdje zagen we de dubbele staart van de bommenwerper boven water uitkomen en toen we er bij waren, begon Lou met een pikhaak te vissen. Groot was onze schrik, toen hij op een gegeven moment een menselijk lichaam boven water haalde. Henk Wanink kon dit niet aanzien en ging onderuit, Lou haalde daarna nog 2 mensen boven water alsmede een grote patroonband en een kapotte rubberboot, die we later hebben gemaakt. Hierna gingen we met de slachtoffers naar de haven terug. Mijn vader werd hierna gewaarschuwd. Hij was postcommandant bij de Rijkspolitie en we besloten om s'avonds in het donker de lichamen naar het dodenhuisje op het kerkhof te brengen. Om 11.00 uur s'avonds hebben we de vliegers daarnaar toe gebracht op een ladder.

In opdracht van vader gegon ik de volgende morgen met Lou aan het delven van 3 graven, omdat er op dat moment geen grafkelder was. Mijn vader had de Duitsers gewaarschuwd, die in de loop van de morgens met 3 vurenhouten kisten kwamen opdagen. Zij nemen de naamplaatjes en de sieraden (ringen) van de handen en deden die in grote enveloppen, om deze aan het internationale Rode Kruis in Zwitserland op te sturen. Bij mijn weten is dit óók gebeurd. We hebben hierna de lichamen gekist en begraven. Er waren van ons 4 mensen bij aanwezig. Mijn vader, Lou de Graaf, mijn persoon enóók nog de toenmaligen Ds. Medervoort, die bij de graven een gebed wilde uitspreken. Hij kreeg echter een harde trap onder zijn achterwerk van de Duitse officier, want je bad niet voor moordenaars. Hij was zeker vergeten, wat erin Warschau, Rotterdam en Coventry was gebeurd.

Het gebeuren heeft op mij een onuitwisbare indruk achtergelaten. Ik bezoek de graven nog vrij geregeld en sta dan even een ogenblik in gedachten verzonken. Hoe de vierde vlieger naast die drie terecht is gekomen, dat weet ik niet. Ik heb daar geen bemoeienis mee gehad. Hij lag een tijdje later, gehele ontkleed op de stenen bij het oude gemaal, alwaar de heer Wiersma hem ontdekte. Naar mijn mening moeten er nog 5, misschien 6 mensen in het in het zand weggezakte vliegtuig achtergebleven zijn. Er is geen absolute zekerheid of er inzittenden zijn ontkomen. Het kan zijn dat Sietse Nijdam een van hen over de dijk zag rennen toen het vliegtuig crashte, maar daar is later nooit meer wat van vernomen. Er is op Andijk-Oost wel een vliegenier begraven, maar die is uit een ander toestel gekomen. Ik ben blij dat ik eindelijk mijn verhaal eens kwijt kon.

W. Schouten, Middelie


© 2001-2021 | Sitemap | Contact

Westfries Genootschap